GOD ZIJ MET ONS
1974-08-09
God zij met ons. Ieder kent deze term, die als randschrift in onze guldens en rijksdaalders voorkomt. Het is de vrome bede, die al driehonderd jaar onze munten siert en die in vorige eeuwen ons volk tekende als een christelijk volk, dat Gods naam aan het geld kon koppelen.- Jaargang 18
- nummer 28
Jawel, in de 17de eeuw zei men niet dat geld stinkt - maar men trachtte het geldverkeer binnen de vigueur van het koninkrijk Gods te houden.
Daar zit zo het een en ander aan vast. Mensen, die beweren dat een christen geen zakenman kan zijn, lopen er bij bosjes rond. Alles wat met geld te maken heeft schijnt een luchtje mee te dragen. In beschaafde conversatie tracht men het geld er buiten te houden. Geld spielt keine Rolle, zeggen Duitse huichelaars en ook dit spreekwoord laat zich vlot in het Nederlands vertalen. En toch. Toch draagt elke zilveren munt (nu ja, zilver ... ) de naam van de hoogste Autoriteit in hemel en op aarde. De Heiland vroeg, toen Hij een Romeinse munt ter hand nam: van wie is die beeldenaar? Geef dan de keizer wat van de keizer is en geef God wat Gods is.
De kinderen van deze wereld zijn vaak wakkerder dan kinderen des lichts. Want de linkse regering, waarmee ons land mag leven, heeft begrepen dat deze wet nog altijd opgaat: dat zilver en goud letterlijk aan Gode toebehoren, mitsgaders het vee op duizend bergen. En daarom wil onze regering die naam van God schrappen van de munten.
We krijgen nieuwe munten, zonder randschrift. God zij met ons, wanneer we zijn Naam verliezen.
Waar komt dat randschrift eigenlijk vandaan? Nu, laten we eerlijk zijn. Dat was niet alleen een uiting van calvinistische vroomheid, in een eeuw, waarin de Nederlanders de meest beruchte slavenhandelaren ter wereld waren. Daar zat een praktische reden achter. Sedert oude tijden hebben er generaties van valsemunters en muntsnoeiers bestaan: mensen, die betaalmiddelen op slinkse wijze verkregen. De een door een munt na te maken van minder kostbaar metaal. Dat was de valsemunter. De ander, door snippers metaal van de kostbare munten af te snoeien, en die tot nieuwe munten om te smelten. Dat waren de muntsnoeiers. Tegen de eerste soort was het oor bestand: bankiers gebruikten een marmeren toonbank, waarop de klank van edel metaal anders doorkwam dan van onedel metaal. En de muntsnoeiers werden betoomd door een kartelrand of een rand met inschrift. Zo lang die rand aanwezig was, was de kans groot dat de munt zijn juiste gewicht had. Hetgeen bovendien vaak met een goudschaaltje werd nagewogen. Ja wel, met een goudschaaltje; want de gulden was aanvankelijk, zoals de naam al zegt, van goud.
Zo is dus dat randschrift een combinatie van een zeer religieuze en een zeer materialistische instelling. De geschiedenis is echt niet alleen om te pochen. Tussen haakjes: wist u dat de Belgen beweren, dat dit opschrift nooit op onze guldens heeft gestaan? Probeert u ze met een munt op hun ongelijk te wijzen - dan zeg/gen ze: maar dat is geen ópschrift, dat is een inschrift! Haakjes sluiten.
De uitgesproken wens van het kabinet-Den Uyl legt de vinger op deze wonde plek: dat de inhoud van de zeer christelijke bede op onze munten verloren is gegaan. De bede is oud en verouderd, meent men, en kan nu wel verdwijnen. Evenzo wil het kabinet de naam Gods schrappen uit de brief, waarmee het een wetsvoorstel aan de kamers aanbiedt. Evenzo wil het kabinet Gods naam laten vervallen bij de aanhef van een nieuwe wet De kamers behoeven niet meer "in Gods heilige bescherming aanbevolen" te worden; onze koningin behoeft niet meer "hij de gratie Gods" te regeren. Zoals de heilbede aan het slot van de troonrede vorig jaar ook al was weggeveegd.
Hetgeen dingen zijn, die diepere betekenis hebben, om met -de statenvertaling te spreken. Zo lang de spreuk "God zij met ons" eerlijk gemeend is heeft zij waarde. Daarna komt een tijd, waarin men de spreuk handhaaft vanwege de vroomheid der vaderen. Daarna breekt de periode aan van het hooghouden van de traditie. Mogelijk komt er een interregnum, dat redeneert: waarom zo iets wegdoen zo lang het niemand hindert? En mi zijn we in de slotfase: schrappen die Naam!
We lusten die Naam niet meer. We willen niet herinnerd worden aan die Naam, die wij in ons leven, in onze boeken, in onze cultuur hebben uitgeradeerd.
Tijdens het ministerie-Biesheuvel hebben drie PvdA-kamerleden er deze bewindsman al op gewezen: "dat men in het midden moet laten of het bekleden van de functie van staatshoofd een kwestie van hogere genade dan wel het gevolg van een strikt feitelijk gebeuren is". Eigenlijk een stomme opmerking van die drie edelachtbaren. Want "koningin bij de gratie Gods" betekent niet alleen dat een koningin God boven zich erkent - maar bovendien zit er de verheven betekenis in: geen aardse macht is boven mij gesteld, ik heb geen leenheer, geen vorst, geen keizer, geen gebieder boven mij. En met het schrappen van de gratie Gods schrappen zulke volksvertegenwoordigers tegelijk de souvereiniteit, welke de Heere God ons land en zijn vorst verleend heeft! Ik zal eren die Mij eren, zegt de Heere. Maar die Mij verachten worden weggeblazen!
Hebt u wel eens een dollarbiljet bezien? Nee? Dan hebt u wat gemist.
U vindt op de achterkant de naam van God. En wel in de belijdenis: "In God we trust", wij vertrouwen op God. Tot op den huidige dag.
En voorts treft u het grootzegel van de Verenigde Staten aan, de voor- en de achterzijde. De achterzijde bevat een adelaar; in zijn bek een lint met een zinspreuk, in zijn klauwen respectievelijk een pijlenbundel en een palmtak, oorlog en vrede.
Maar de voorzijde van het grootzegel is nog interessanter. Die bevat een afgeknotte pyramide. De top is vervangen door een driehoek, waarin een oog. Daar boven de spreuk Annuit Coeptis: het Genadige Oog, God-met-ons. Hij "ziet wie op zijn bijstand wacht".
Waarvan kent u die driehoek-met-het-oog? Dat is een oud Joods symbool van de Eeuwige en Alziende. Een dollarbiljet geeft met woord en symbool het geloof in God aan. Terwijl de ene wereldmacht met geweld en list het geloof in God aantast - houdt de andere wereldmacht het belijden dagelijks staande: Gods naam staat zelfs op het slijk der aarde. Het is alles, zoals de profeet eens voorspelde: voor de Heere heilig. Niet alleen het religieuze leven is voor de Heere (de altaren), maar ook ons huiselijk leven (de pannen in de keuken) en onze welvaart (de paardetuigen). Ja ook ons geld.
De spraakmakende gemeente heeft al heel wat over dat "God zij met ons" verteld. Sommigen zeiden: zo iets bidden alleen de mensen van het geld - die het niet hebben komen aan dat gebed niet toe. Anderen zeiden: de muntsnoeiers behoefden alleen dat randschrift er maar af te halen - en God was met hén. Zo is Gods Naam gebruikt voor heel dat schelmse woordenspel, dat aan bezit, aan eigendom, aan geld inhaerent is. Zijn er belangrijker dingen voor de aardse mens dan liefde en geld? Er zou een woordenschat te verzamelen zijn van klinkende munt.
Klinkende munt - begrijpt u ineens, dat het om muntgeld gaat, dat op de marmeren balie van de bankier goed-klinkend is bevonden? En dan beweert het spreekwoord, dat het geld stom is: "het geld dat stom is maakt recht wat krom is." Al is de achtergrond verstaanbaar - het spreekwoord is onjuist. Geld spreekt geweldig mee in dit aardse bestaan. Die rol zou beperkt zijn gebleven, wanneer het geld als middel werd gezien; middel om betere doeleinden na te streven; betaalmiddel; ook waarde-meter. Maar vanaf het ogenblik, dat de mens het geld als doel is gaan zien, werd het geld zijn afgod. Voor geld gaan sommige mensen over lijken. Geld, eer en genot kunnen als een onheilige drie-eenheid gelden.
Gelden - ook al zo'n interessant woord. Gelden betekent zo iets als: zich in geld waardeerbaar maken. Iemand kan zich doen gelden: hij heeft wat in de melk te brokkelen; hij kan zijn wil opleggen, anderen naar zijn hand zetten, hij is geen nul in het cijfer, hij beschikt over de middelen om zijn zin te krijgen.
Middelen? Ook al zo'n woord dat een directe verbondenheid aan geld heeft. Iemand is bemiddeld of, vaker, onbemiddeld.
Als u daar even over nadenkt schiet u te binnen: hoe heel deze waanzinnige maatschappij achter geld aanjaagt; het beurtelings vertroetelt en vervloekt, het beurtelings bemachtigt en weggooit. Met geld worden oorlogen gevoerd; met geld wordt zending gedreven. Met geld worden vorsten van hun tronen gestoten - met geld zijn Amerikaanse ambassades te koop als u de kranten wilt geloven. Als u nog even verder gaat: met geld worden arme gezinnen uit het slijk opgetild met geld gaan gelukkige huwelijken stuk. U beeft vanwege het geld.
Het gaat door u heen, als u een rijksdaalder vasthoudt, En onwillekeurig bidt u: God zij met ons!