KERK EN TEGENKERK
1974-08-09
Wij beleefden in de dertiger jaren die "wondere tijd", toen Christus onze lampen ter bruiloft met nieuwe olie vulde.- Jaargang 18
- nummer 28
Een machtige opleving in het verstaan van het Woord Gods, en daarmee van de zintotaliteit van heel Zijn wonderwerk van schepping en ontsluiting.
In het cultuurleven kwam de antithese Christus en Belial duidelijker aan het licht dan ooit tevoren in de arbeid van Vollenhoven, Dooyeweerd, Schilder, Janse, De Graaf en anderen.
Nieuwe perspectieven, een omwenteling in het Gereformeerd denken, die ons straks in de bange nood van de Hitler-oorlog zou toerusten met onvermoeide geloofskracht.
De Vereniging voor calvinistische wijsbegeerte werd opgericht. De voorzitter, prof. Vollenhoven gaf het psalmvers op "Det Basans hemelhoge berg, met al zijn heuv'len Sion teng", en wane t' overtreffen .....
Gold Zelf heeft deze berg begeerd ..... "
Dat was in 1936.
Juist in dat jaar kwam ook het landelijk verbandsapparaat van de Gereformeerde kerken op gang, langzaam, wat in stilte nog, maar zeker: "dreigende deformatie" was de leus.
Het kwam pas goed op dreef in de oorlog. Een klein voorspel in 1942, 1943 en dan 1944.
Het zou de verzetskracht tegen de nazi's bij ons verlamd hebben, ware het niet, dat de druk van dezen te concreet was geweest om onze weerstand ook maar éven te laten rusten.
Maar het heeft daaraan wel onvoorstelbaar geknaagd.
Midden in de oorlog, in de worsteling om ons volksbestaan, in de razzia's en de hongertochten. vonden de heren de rust, dinerend voor zwarte prijzen, de brutale kerkelijke moordpartij, zorgvuldig geënscèneerd, ten uitvoer te brengen.
Wachtwoord: "Niets te leren wat niet in volkomen overeenstemming is met de genomen besluiten". Sommigen vonden het nog iets te negatief!
Wie weifelde mocht nog wat disputeren met een "commissie voor zwarigheden" - belegd voor mensen met een gehandicapt gewetenmaar niet te lang, want het drong: het ging om "Goddelijke waarheden", en die hebben haast, niet waar?
Zeker. Zo Goddelijk, dat ze enkele jaren later werden ingeslikt, d.w.z. met behoud van het prestige en de macht van het apparaat en de zo vlot erdoorgesleepte kerkorde: de meerdere vergaderingen bij voorbaat te erkennen.
En nu zit het nageslacht wéér in de synodezetels en krabt zich achter het oor: er ligt een voorstel tot "eerherstel" ter tafel.
"Zeg, collega, wat was er toch aan de hand in 1944, dat die mensen daarover zo nerveus doen.
Weet jij daarvan? Er moet toen een soortement kerkstrijd geweest zijn, echt. Ik zat toen nog op de HBS, en weet nergens van.
Hoe moeten we daar mee aan?"
Ook over andere zaken worden groepen bezwaarden met man en macht opgetrommeld naar het dogen-paleis. Die willen betogen voor de vraag: "Wat verstaat gij onder hetgeen gij leest?" "Synode, spreek! Synode, help ons!
Synode, doe een krachtige uitspraak horen!"
Maar Baäl antwoordt hun met geen woord. Baäl is niet gek.
Elia spotte indertijd op de Karmel: "Misschien is hij in gepeins".
Prof. Van Gelderen merkte daarbij op: "Wat betekent dat hier? Wel, óf in retraite, óf in retirade".
Bij déze Baäl houd ik het op het laatste: Hij geeft de gemeenten in overweging "huwelijken" te bevestigen van homo-sexuelen.
Voor de reclame zorgt hij!
Die gereformeerde gezindte toch!
Intussen blijven de formulieren van enigheid een eerbiedwaardig, legitiem garantiebewijs van gereformeerde orthodoxie. Dus dat is in orde.
Toen de ramp was aangericht, hebben we de inventaris opgemaakt.
Op de jaarvergadering van 1946 (de eerste na de oorlog) gaf Prof. Vollenhoven opnieuw een psalm op, Psalm 80:
"Neem Isrels Heer, neem ter ore . " verschijn weer blinkend met Uw licht. Gij vondt in ons een welbehagen. Gij bracht, 0 God, in vroeger dagen, Uw wijnstok uit Egypteland! ... Waarom hebt Gij zijn muur verbroken ...
Hij ligt verbrand en afgehouwen.
Als Gij verwoest, wie zal dan bouwen?"
Wie zal de schade kunnen berekenen van het synodale kerkenverband van 1944!
Aan de gezinnen, de jeugd, de families, de vriendschappen, de Christelijke moraal, de nationale kracht t.a.v. Indonesia b.v. Niet te vergeten het crediet bij de wereld t.a.v. de gemeenschap der heiligen, de vastheid van het getuigenis der Kerk: van Christus ...
Een bisschoppelijk kerkenverband is een pest, een fuik van de satan. Vinding van de hel.
Goddank, niet álles is verwoest. In alle ellende gaf Hij toch ook verhoring.
Van psalm 80.
U schrijft:
"Tengevolge van neo-marxistiche invloeden behoort het tegenwoordig tot de goede toon, hevig af te geven op de "structuren".
Zouden we niet de nuchterheid betrachten door te overwegen dat de concrete gesteldheid van alle structuren bepaald wordt door de mensen die in die structuren betrokken zijn?"
Zie, dáár ligt ons verschil.
Een bisschoppelijk kerkenverband is contradictoir aan de structuur van de Kerk, ongeacht de mensen, die het bezetten. Het behoort niet tot "de structuren". . ' Het Woord van God leert ons bij Zijn licht Zijn grote werken te onderzoeken en de structuren te onderscheiden.
Die structuren zijn van Hém. Ze staan onder Zijn bevel, onder Zijn wet, de grote, alomvattende structuurwet van het geschapene.
Maar zij blijken, in hun samenhang, van een geweldige verscheidenheid te zijn. Die onderscheidende structuurkringen luisteren elk naar een voor hen speciale wet, die niet ongestraft kan worden overtreden.
Dat hebben wij van de wijsbegeerte der wetsidee geleerd, en dat licht heeft God ons gelaten. En het brandt te feller na wat we beleefd hebben!
Juist in de ontsluiting der geschiedenis heeft God deze onderscheiden kringen aan het licht doen treden, oorspronkelijk nog ingewikkeld in een primitieve samenleving. Abraham b.v, was vader, familiehoofd koning, rechter, econoom, priester van het huis etc., alles in één hand.
Wat heeft God sindsdien niet een geweldige ontwikkeling daaruit voortgestuwd, en een onderscheidingen te zien gegeven, b.v. in het sociale, het economische, het juridische, het ethische, de kring van het geloof. Ik noem maar enkele in verticale volgorde zoals zij elkaar funderen en veronderstellen. Elk van die kringen wordt beheerst door de structuurwet voor die kring in wonderlijke samenhang en onderscheiding.
De diabolie van het kerkenverbandelijk apparaat-met-supervisie-over-leer-en-Ieven nu is gelegen in het feit, oot; de mens de Kerk van Christus wil onderwerpen aan een haar volstrekt vreemde structuurwet.
die van het juridische. Aan een orde, die in de Kerk volstrekt anders is gekwalificeerd: Christus is daar Rechter, de rechterstoelen staan daarbinnen. De wezensvreemde structuurwet kan enkel op kousevoeten daar worden binnengesmokïkeld, vermomd In een "ethisch" gewaad van hulpvaardigheid, dat klinkt zo goed. De structuur van de Kerk Gods is Volstrekt uniek. De tastzin van het apparáát is even bot en gevoelloos, als een inktkoelie achter zijn loket, Maar van de Kérk geldt Gal. 6: 1. Van die intimiteit van de gemeenschap der heiligen zingen we in Psalm 48, dat alle koningen, die haar bedreigen zullen afdeinzen..: God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen.
(Door de redactie enigszins bekort.)