HET LAATSTE OORDEEL

1974-08-16
  • Jaargang 18
  • nummer 29
Het laatste oordeel, zo zou men boven Mt. 25: 31-33 kunnen zetten.
En terecht, want scheiding maken tussen schapen en bokken houdt een oordeel in.
Maar ook: het laatste oordeel. En daarmede beginnen voor velen de problemen. Want zegt men: bij de dood is toch alles al beslist? Er staan in de bijbel dingen die wij geloven terwijl de nodige helderheid ons ontbreekt. Eén van die dingen is: het laatste oordeel - in handen gegeven van onze Here Jezus Christus die immers komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
De vraag waar velen mee zitten is deze: wat voor zin heeft dat laatste oordeel? Het schijnt zo overbodig. Want aan dat laatste oordeel gaat toch een vóórlaatste vooraf. Waarbij men, al dan niet terecht, denkt aan een tekst als: het is de mensen eenmaal gezet te sterven, en daarna het oordeel (Hebr. 9 : 27).
De aarzelende vraag rijst: is het dan bij onze dóód al niet beslist waar we terecht zullen komen? Zal pas aan het eind van de wereld de definitieve beslissing vallen over ons eeuwig lot?
Ieder voelt: daar staat of valt heel wat mee.
't Is juist onze troost bij alle triestheid van een sterfgeval geweest: gelukkig, hij of zij is nu bij den Here, verlost van alle lijden eeuwig zalig. En we belijden gretig "dat onze ziel na dit leven van stonde aan tot Christus haar Hoofd opgenomen zal worden". En we herinneren ons Christus' Woord: heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. Of, uit de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus: het geschiedde dan dat Lazarus stierf en door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot; terwijl omgekeerd van de rijke man gezegd wordt: en hij stierf en werd begraven, en toen hij in de hel zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen ...
Is het nu waar, dat woord van Ps. 139: ... en als ik wakker wordt, dan bij ik nóg bij U? Kunnen we ons aan deze troost laven, of blijft de uitslag van ons leven onzeker tot op den jongsten dag? Krijgen we troost voor leven én sterven óf slaat het sterven voorlopig een groot gat in die beschermende dijk van Goddelijke troost rond ons armzalig leven?
Eb ik straks een stille, onverschillige en onbesliste eeuwigheid binnen of beland ik dwars door de dood met het springtij de vloedgolf van Gods vreugde op de eeuwige, zalige stranden?
Maar neen, deze schurende onderstroom van twijfel mag ons christelijk geluk niet aanvreten en ondermijnen. Onze toekomst ligt verankerd in Gods woorden, en ik zal dan gedurig bij Hem zijn. Maar des te meer klemt de vraag: wat voor zin heeft dan dat laatste oordeel?

Voor de oplossing van die vraag zouden we er goed aan doen te bedenken, dat zo goed als we steeds van Christus' wederkomst spreken, we ook dienen te spreken van Christus' oordeel.
Niet wij nemen op die dag de centrale plaats in, maar Hij. We belijden toch steeds dat Góds eer op de eerste plaats komt, en onze zaligheid op de tweede? Zo stelt Mt. 25 het óók!
Wanneer Christus deze woorden spreekt, is Hij voor het merendeel der joden niet meer dan de een of andere "zoon van een mens". Zij kennen Hem slechts in Zijn vernedering, en zij doen straks met Hem wat zij willen. Het laatste dat Zijn vijanden van Hem te zien krijgen is Zijn sterven aan het kruis.
En weliswaar is deze "Zoon des mensen" later, bij Zijn hemelvaart, door den Vader met eer en heerlijkheid gekroond - maar wie op aarde is van die kroning tot koning der koningen ooggetuige geweest?
Voor de spotters op de kruisberg zijn andere spotters in de plaats gekomen: indien Hem gegeven is alle macht in hemel en op aarde, een Naam boven alle naam - waar blijft dan het bewijs van Zijn macht? ... laat ons hun banden van ons scheuren en hun touwen van ons werpen!

Welnu, de dag van Christus' wederkomst zal primair de dag van Zijn onweerhouden glorie zijn: de Zoon des mensen zal komen in Zijn heerlijkheid, in Zijn volle glorie, en zich zetten op de troon Zijner heerlijkheid.
Al de engelen - Zijn gedienstige geesten ook in dát uur zullen uitzwermen naar de vier windstreken om op Zijn wenk allen voor Zijn troon, die gelijk rechterstoel is, te brengen. Daar staan de volkeren voor Hem, volk bij volk, een onafzienbare zee van mensen.
Dag van glorie, dag van wrake, daar zien zij Hem, dien zij doorstoken hebben! De Zóón des mensen - gekroond met heerlijkheid en macht, en 't is als klinkt schril nog na het profetisch woord: wie, wie heeft mijn prediking gelóófd - want heden wordt aan u de arm des Heren geopenbaard! Reeds strekt Hij Zijn arm om te scheiden de schapen, die zich lieten leiden door Zijn Woord, en de bokken die koppig daar tegen in gingen: daar staan ze nu tegenover Hem die zit in de troon Zijner heerlijkheid, om 't voor eeuwig te beseffen: alle vlees is als gras en alle heerlijkheid des MENSEN als een bloem van het gras.

Het laatste oordeel wordt de dag van Christus' openlijke rechtvaardiging en verheerlijking. En - maar dat komt dus pas op de twééde plaats: de dag van Zijn rechtvaardiging zal de mijne zijn - Zijn publieke oordeel mijn eerherstel!
Want Hij en ik :- wij zijn één lichaam - ik ben in Hem inge-lijfd. Zijn glorie is de mijne en mijn glorie is alléén de Zijne.
Want nu zie ik aan Zijn rechterhand onze broeders staan de martelaren,.
zij, hun vrouwen en hun kinderen, ik zie er Naboth staan, de gestenigde, en Abel de verslagene, Paulus en Petrus, Calvijn en Luther, kleinen en groten d.i. kleine luyden en grote luyden, mensen vervolgd om hun geloof, bespot, gesmaad, vernederd.
Hoe leven zij voort in de herinnering der volkeren? Wat denken miljoenen over hen? Hoe staan z,ij te boek in Schoolboekjes en wereldlitteratuur?
Ketters, dwepers, scheurmakers, fijnen, dollen, zwakzinnigen, letterzifters, geschied vervalsers, fanatici, kindermoordenaars en kannibalen zelfs ... Vul 't maar in en bedenk: miljoenen zijn gestorven of leven nog, voor wie Luther een vadsige dikbuik, een ontspoorde wellusteling was, Calvijn een wrede en laffe fanaticus, Jeremia een gemene landverrader.
Zeker - de laatste is door God in de Schrift gerehabiliteerd, evenals Naboth en Abel en Petrus en Jacobus. Maar wie heeft die prediking gelóófd in zijn leven? En daarbij: hoevelen zijn er óngerehabiliteerd begraven, wier nagedachtenis bezoedeld en bevuild is tot op de huidige dag? Hoeveel laster is er na hun dood springlevend gebleven laster aangaande het lichaam van Christus?

Begrijpt u het? In die dag, dat uur van oordeel zal Kaïn daar staan en Achab, de inquisiteurs van Hendrik Voes en Johannes van Essen, de moordenaars van zovele gelovigen, al Zijne en mijne vijanden; en openlijk voor heel de volkerenmassa zal Christus, de Zoon des mensen, Zijn broeders en zusters, zovelen als er de prediking wel geloofd hebben rehabiliteren: met zachte hand zullen de engelen de schapen bijeendrijven en zo steeds verder scheiding maken tussen hen en de bokken: Abels naam zal afgeroepen worden: kom in gij gezegende des Heren, in het koninkrijk, kom in Jeremia, Petrus Jacobus Jan de Bakker, Guido de Brès . . . "
Het laatste oordeel van Hem wien ook in die ure gegeven is àlle macht in hemel en op aarde, zal het publieke oordeel zijn, de publieke rechtvaardiging - en het publiek?Ach, de t-ibunes zullen gevuld zijn met kleinen en groten, die dan machtelóós en sprakeloos zullen zijn in die dag.
Dàt is Mijn troost, zegt Jezus Christus, de Zoon des mensen, kort voor Zijn sterven aan het kruis. En het is ook uw troost, kerk van Christus!
Het laatste oordeel is voor ieder die gelooft geen laatste verborgen dreiging, maar deel van het evangelie, van de GOEDE BLIJDE boodschap!
(Eerder geplaatst op 15 november 1958 in "Ons Kerkblad", orgaan van de Gereformeerde Kerken in de prov. Utrecht

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief