De christelijke levenswandel
1974-08-16
- Jaargang 18
- nummer 29
• Bezorgdheid aan het begin van de nieuwe werk-periode
In meelevend-kerkelijke kringen komen we allerwege de bezorgdheid over de toekomst van onze jongens en meisjes tegen. De vraag wordt gesteld wat de kerk eigenlijk nog voor hen kan doen, nu er zo veel op hen afkomt dat hen van de goede weg dreigt af te trekken, Vooral aan het einde van de grote vakantie en aan het begin van het nieuwe werkjaar zijn we met deze vragen bezig.
Straks gaan ze weer aan het leren.
Straks worden ze weer over allerhande onderwerpen voorgelicht.
En dan houden we ons hart wel eens vast.
Neem nu bijvoorbeeld de sexuele voorlichting eens. Die is natuurlijk op zichzelf nuttig en nodig.
Maar hoe vaak is ze tegenwoordig niet totaal norm-loos! Hoe vaak wordt ze niet "platgeslagen" tot een technische instruktie!
Normloosheid! Hoe zullen de kinderen de weg naar een christelijke levenswandel nog vinden?
Zullen ze nog wel echt besef hebben van zonde en van genade?
Wanneer we vragen of het evangelie van Jezus Christus in deze dingen nog wel een rol speelt, dan dient men ons vaak nogal agressief van antwoord. Wet en norm?
Maar weet u dan niet meer, zo vraagt men, dat Jezus van Nazareth juist niets kon bereiken bij de typische wet- en normspecialisten in de tijd van zijn omwandeling op aarde, bij de farizeeërs?
En weet u dan niet meer van de grote voorliefde van Jezus voor de mensen die sociaal en maatschappelijk en moreel voor verongelukten golden - hoeren, tollenaars, zondaars? Is Hij ons zèlf niet voorgegaan in de afbraak van ons gevestigde normbesef?
Ja, in die geest worden onze vragen veelal beantwoord. Is het niet vaak erg verwarrend?
• Zonde en genade
Het kan goed zijn op dit punt eens even door te gaan. Laten we dan eens even denken aan de bekende mooie geschiedenis van het bezoek van de Here Jezus aan Zacheus de oppertollenaar (Luc. 19 : 1-10). Hoe plotseling heeft de Here beslag gelegd op Zacheus' huis! Maar ook ... hoe ongedacht heeft Hij de hand van zijn gemeenschap naar die tollenaar uitgesterkt!
Daarmee heeft Hij de tollenaar gebroken. En levendgemaakt!
Zacheus werpt zijn geldafgod aan gruzelementen. Barmhartigheid jegens de behoeftigen verovert zijn eertijds zo harde hart.
Aan het eind spreekt de Here eenwoord, dat we wel vaker uit zijn mond mogen vernemen: "Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden".
Het verlórene - rèdden! Ziedaar twee woorden die als het ware keerzijden zijn. Zonder èchte verlorenheid is er ook geen èchte redding mogelijk. Anders zou het evangelie maar een schimmenspel zijn! Zacheus - al die tollenaren en hoeren en zondaren ...
ze waren ècht verloren! Echt verloren schapen! Echt verloren zonen en dochters! Wèggelopen van de kudde! Wèggereisd uit het huis van de vader! Zeker, steeds klinkt het verwijt van de Here Jezus aan het "rechtschapen" Israël in dit woord mee. Waarom heeft iedereen hen verloren láten gaan?
Waarom heeft niemand naar hen omgekeken? Maar dat verwijt neemt de verschrikking van de verlorenheid niet weg. Integendeel, die verlorenheid wordt daardoor beklemtoond!
Daarom moest er ook een èchte redding komen. Het schaap moest worden teruggebracht in de kudde.
De zoon moest omkeren naar het huis van de vader. Hij moest omkeren (= zich bekeren). Zo bracht de Here ook Zacheus terug.
Redding - vrede met God - afbraak van de zondemnacht in het leven - "Neem mijn leven, laat het, Heer, toegewijd zijn aan uw eer!". Dat zit er allemaal in! De redding is een werkelijkheid. Zoals ook de verlorenheid een werkelijkheid was. De zondaar stond echt buiten - zie ook Matth. 18 : 17-slot. Nu is hij echt binnen. Alles is veranderd!
• Helderheid in het onderscheiden
Men mag gerust spreken van de grote liefde van de Here Christus voor degenen die op alle manieren verongelukt waren. Maar men mag die liefde niet gebruiken om het "gevestigde" besef van zonde te doorbreken.
Omdat Christus de verlorenen liefhad ging Hij hen terugbrengen!
Uit de vervreemding van God. Uit het dienstverband van de zonde.
Zijn liefde ging gepaard met een heilige haat tegen de zonde waarin zij zich verstrikt hadden.
Omdat Hij hen liefhad mochten ze niet blijven waar ze waren!
Dat mochten ze wèl van de farizeeërs, die hen afgeschreven hadden en die hun zondige zwartheid mooi konden gebruiken als de donkere achtergrond voor de eigen voortreffelijkheid (Luc. 18 : 11). Bij de Here is het: "Ga heen en zondig niet meer!" (Joh. 5 : 14, Joh. 8; 11).
Nooit zien wij de dodelijke macht van de konkrete zonde zo duidelijk voor ons als wanneer de Here Jezus zich liefdevol wendt tot het verlorene!
Nooit zien we zo goed wat redding is!
Christus doorbreekt het zondebesef niet. Integendeel, Hij bevestigt het. En eigenlijk nog dieper: Hij vèstigt het!
Wat is er een oppervlakkigheid in de moderne benadering van de bijbel! Je moet denken aan een zwaluw die over het water scheert en het water af en toe even aanraakt om wat eetbaars mee te pikken. Een echt kontakt komt niet tot stand. Het gaat maar op de klank af.
We moeten bidden om de helderheid in het onderscheiden wanneer we de bijbel gaan lezen. En we moeten - omgekeerd - de bijbel goed lezen om helder te kunnen onderscheiden in de verwarring van onze tijd.
En dat is voor oud en jong de inzet van de christelijke levenswandel.
• Onze eigen taak
Ja, we staan weer aan het begin van een nieuwe werkperiode.
Straks moeten we de kinderen weer opvangen als ze van de school en van het werk thuiskomen.
De taak van de ouders.
Straks begint ook de katechisatie weer. De taak van de kerk. Hoe moeten we ze opvangen? Hoe moeten we ze het echte besef van zonde en genade bijbrengen? Hoe moeten we ze brengen tot een christelijke levenswandel?
Misschien zijn we ook in de geestelijke huishouding wel eens veel te gemakzuchtig. We zetten de kinderen graag een "kant-en-klaar-maaltijd" voor: het werk is eigenlijk al gedaan, je kunt het zó ophappen! Zèlf hebben we bij onderwijs en bijbelstudie ons een besef gevormd van zonde en van genade. En we zijn bereid de konklusies daarvan aan de kinderen mee te delen. Dàt is goed en dàt verkeerd. Dàt doe je en dàt doe je niet. En dan klagen we telkens weer omdat we merken, dat het niet "pakt".
Moeten we de kinderen - om even in het beeld te blijven niet de gehele bereiding van de maaltijd laten meemaken? Je kunt ze in enkele zinnen de konklusles vertellen die uit de geschiedenis van Zacheus te trekken zijn. Maar het leeft pas echt als Zacheus in je verhaal méékomt! Zacheus hoort in je onderwijs thuis - die hele geschiedenis! Onze konklusies zijn niet de kracht Gods tot redding! Neen, nat is alleen het evangelie zèlf (Hom. 1: 16). We moeten de biibel goed lezen en we moeten de bijbel goed léren lezen.
Onze aanpak moet veel meer direkt-bijbels zijn. Dan komen we ook veel beter tot een duideliike tégenspraak van het evangelie-naar-de-mens.
Hierboven heb ik in bescheidenheid getracht een "proeve van benadering" te geven. Vanuit Lucas 19.
De eigen taak. Het woord "eigen" wil ook zeggen, dat hier geen aanpassing mogelijk is. Dat beseft de wereld buiten uiteindelijk ook.
Aanpassing geeft de kerk altijd éérst de image van progressiviteit maar vervolgens de image van overbodigheid, omdat het apparaat van de wereld altijd nog net iets beter is en men er helemaal zonder Jezus van Nazareth ook wel komt!
Als we zien dat de taak voor ons te zwaar is, laten we dan des te meer terugvallen op de kracht van de HERE. En dat gebeurt in het goed lezen en in het goed léren lezen van Zijn Woord.