EUTHANASIE (slot)
1974-08-16
- Jaargang 18
- nummer 29
Hoe dienen wij als christenen ons tegenover de euthanasie op te stellen?
Ik kan mij geheel met Douma verenigen indien hij opmerkt dat het woord euthanasie beter niet gebruikt kan worden, doch liever over stervenshulp moet worden gesproken.
Ik wil Douma op de voet volgen indien hij schrijft: lIer is ook een mogelijkheid om het woord euthanasie te annexeren en er een christelijke' inhoud aan te geven.
Een dergelijke onderneming is al zeer oud. In 1651 verscheen in Utrecht een boekje onder de titel "Euthanasie, ofte wel -sterven", geschreven door Johannes Hoornbeek, predikant en professor in de theologie te Utrecht.
Onder euthanasie wordt hier verstaan: "het zalig sterven in den Here".
Meer dan driehonderd jaar later stelt Velema de vraag: Zouden wij het woord euthanasie niet eens in evangelisch licht moeten plaatsen? En evenals Hoornbeek poneert hij, dat er vanuit het evangelie maar één manier is om goed te sterven: "dat is in de gelovige overgave aan Jezus Christus.
Wie zo sterft, sterft goed".
Douma zegt: "Het gaat erom, dat stervenshulp niet alleen door de arts wordt gegeven als hij op het juiste moment weet in te grijpen of ook op het juiste moment weet op te houden".
Er is méér merkt Douma op: "We kunnen gemakkelijker een uur praten over euthanasie dan die werkelijke en zeer zakelijke stervenshulp bieden, waarin we de patiënt de stand van zaken onder ogen brengen en alle bijstand verlenen voor het verwerken van wat hij moet aanvaarden. Maar daarvoor moeten we onszelf geven, ons hart openstellen. En de moeilijkheid is, dat velen dan juist zo weinig te bieden hebben".
In een artikel in het blad "Wapenveld", maandblad van de Reunistenvereniging van de Civitas Studiosorum in Fundamento Reformato, van de hand van Mevrouw M. M. Plomp-van Harmelen, chirurge, las ik nog een aantal zeer behartenswaardige opmerkingen.
Zij schrijft: "De euthanasie zoals die bij heidense volkeren in gebruik was, is door het christen dom altijd verworpen als zijnde in strijd met het zesde gebod en met de christelijke barmhartigheid.
Natuurlijk zijn niet alle normen die door de eeuwen heen door de christelijke kerk gehanteerd zijn, bijbels geweest, maar juist de eerbied voor het leven als Gods geschenk, is uitermate bijbels. Daarom zie ik de veranderde opvattingen waarin het menselijk leven niet meer als een gave wordt gezien waarover men geen eigen baas is, maar waarin de mens als autonoom geldt en daarom het recht heeft over zijn eigen leven te beschikken, als tekenen van ontkerstening en terugkeer naar het heidendom.
De moderne argumenten voor euthanasie gaan uit van de autonomie van de mens en kennen geen normen buiten de mens.
Deze argumenten passen daarom niet bij de visie op het leven als een gegeven waar wij niet naar ons believen een einde aan mogen maken, hoe groot de macht ook is die wij gedelegeerd hebben gekregen bij het omgaan met en behandelen van ongeboren en geboren, jonge en oude, in onze ogen zinvolle en zinloze levens.
Men zal bij ieder menselijk leven dat men ontmoet, ervan uit moeten gaan, dat dit leven blijkbaar door God gewild is, al begrijpt men niet waarom. Wat de waarde is van een bepaald leven is niet aan ons ter beoordeling.
De beslissing of een leven zinvol of zinloos is, is meestal voor de medicus.
Zou de waarde van een menselijk leven afhangen van zijn kwaliteit en hoe zou die kwaliteit kunnen worden gen: een? Wie zou de maatschappij mogen aanwijzen als scheidsrechters over leven en dood?
Dat er enerzijds miljoenen besteed worden om ziekten te bestrijden, slachtoffers van natuurrampen en oorlog te helpen en er anderzijds vernietigingskampen hebben bestaan, laat wel zien, hoe verschillend er gedacht is en wordt over de waarde van menselijk leven en geeft ons bepaald geen gerust gevoel over de competentie van de mens te beoordelen welk leven zinvol en waardevol is en welk niet.
In de bijbel vinden we de vraag of de waarde en de zin van een bepaald leven redenen zou kunnen zijn om iemand dit leven te ontnemen, niet terug.
De voor de maatschappij nutteloze en ernstig lijdende melaatsen die we in de bijbel op vele plaatsen tegenkomen, worden niet gedood.
Bij Jezus' omgang met zieken en lijdenden is nooit sprake van "doden uit medelijden", ook al genas hij niet iedereen. Als gesteld wordt, dat er in deze tijd sprake is van een geheel nieuwe problematiek, vergeet men, dat er vroeger ook misvormde kinderen waren, die door normale verzorging in leven bleven en een ontzaglijk grote groep blinden, kreupelen, verlamden, voor wie toen niets gedaan kon worden en die zelf niets anders konden dan bedelen.
Het feit, dat in deze tijd een klein gedeelte van alle mensen die door de medische techniek kunstmatig in leven worden gehouden, een ernstig defestueus leven leidt, is geen grond voor een nieuwe ethiek. .
Het menselijk leven heeft voor God, als Zijn schepping, een inherente en onvergankelijke waarde, onbepaald door de aan- of afwezigheid van lichamelijke, geestelijke of maatschappelijke kwaliteiten, maar bepaald door de relatie tot God en Zijn bedoeling tot de volmaakte mens.
Daarom kan en mag een christen niet anders dan in navolging hiervan menselijk leven in al zijn vormen, hoe "onvolwaardig" ook, eerbiedigen en zich niet lenen tot een aktief beëindigen ervan.
Zijn taak is het aan zijn zorgen toevertrouwde leven tot het einde toe te begeleiden met alle kunde, liefde en zorg, waartoe een mens in staat gesteld kan worden".
"Euthanasie, zegt Douma, concentreert zich teveel op de dood: het maakt van een mijlpaal snel een eindpaal.
Maar als de stervende zijn huis bereikt, en zijn afgelegde weg overziet, zal er ook de blik voorui t mogen zijn. De. geseculariseerde samenleving heeft slechts als laatste thema de transplantatie - een dienstbetoon aan de mensheid die de reis vervolgt. Maar voor het individu is het afgelopen.
Daarentegen zal de christen, die met de apostolische belijdenis van de opstanding des vlese en een eeuwig leven niet wenst te brengen, van perspectief getuigen.
Ook hij aanvaardt dankbaar, dat er pijnstillende middelen zijn bij lichamelijke benauwdheid; maar zijn vreugde is groter over de sanerende kracht van het evangelie dat hem verlost van de geestelijke benepenheid, die het doek wil laten vallen bij de dood.
Vanuit onze geestelijke gezondmaking in Christus zullen wij veel kunnen verwerken wat anders ondraaglijk, zinloos en nietmenswaardig gaat heten".
Aan het einde van deze artikelenserie gekomen zou ik U nog willen zeggen, dat wie leeft vanuit het evangelie van Jezus Christus de grote en moeilijke problemen die aan de orde zijn geweest mag relativeren.
Enerzijds kent hij de moed om zijn kruis te dragen om het lijden op aarde niet te ontvluchten maar te aanvaarden, daar hij er met Paulus zeker van mag zijn dat "het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden". (Rom. 8: 8, 18). Om diezelfde reden kan hij anderzijds ook het naderen van de dood zonder angst tegemoet zien.
Hij mag Paulus op zijn woord geloven als deze in 1 Cor. 15: 54-58 schrijft: "en zodra die vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: de dood is verzwolgen in de overwinning.
Dood, waar is uw overwinning?
Dood, waar is uw prikkel? De prikkel des doods is de zonde en de kracht der zonde is de wet.
Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onzen Jezus Christus".