• Verteller van de "Bijbelse Geschiedenis"
1974-08-16
Vorige week zegde ik toe hier een stuk te plaatsen over Anne de Vries als verteller van de "Bijbelse Geschiedenis". Ik schreef het toen in Nederland aller aandacht werd gevestigd op de TVuitzendingen van "Bartje". Het leek er toen op dat dát boek het voornaamste was dat Anne de Vries had geproduceerd, Daarom wees ik in het volgende artikel dat ik ter opname in de N.V.R.V.- gids opzond op wat het eigenlijke levenswerk van deze schrijver is geweest. - Jaargang 18
- nummer 29
Tengevolge van de door miljoenen gefascineerd bekeken TV-serie over "Bartje" werd ook weer de volle aandacht gericht op de geestelijke vader van dat Drentse jongetje: Anne de Vries.
Maar bij het veile dat over hem gezegd en geschreven werd bleef toch één facet van zijn werk, en nog wel het belangrijkste, te veel in de schaduw.
Ik wil daarvan graag iets vertellen.
Anne de Vries is namelijk vóór alles de auteur van zijn beide "vertelboeken" voor de "bijbelse geschiedenis".
Dat is hij niet in de eerste plaats omdat de enorme oplagen daarvan die van zijn romans en verhalen ver overtreffen, maar veel meer omdat die twee boeken, ook volgens zijn eigen taxatie, het hoogtepunt vormen van zijn werk en leven.
Naarmate hij zich meer bewust werd dat hij, vooral ook met de pen, vertellen kon, groeide in Anne de drang om wat hij jarenlang met grote toewijding als onderwijzer uit de bijbel aan kinderen - speciaal aan blinde en zwak begaafde - had verteld, door middel van een "vertelboek" aan duizenden door te geven.
Voor hem was de bijbel zonder meer "het boek". Hij kende hem door en door. Hij had er zich met zijn levende geest, die zo sterk op het concrete was gericht, in ingeleefd. Hij aanvaardde die, met een ondogmatisch geloof, ook als het levende, gezaghebbende Woord van God. En hij was er vooral van overtuigd dat het in het leven van de mensen vóór alles aankomt op het kennen van, het geloven in wat God daarin tot de mensen zegt.
Anne de Vries had jarenrang geploeterd, geëxperimenteerd, men kan wel zeggen geworsteld om wat hij in de bijbel las zo zorgvuldig, zo duidelijk, zo adequaat mogelijk aan kinderen door te geven. In gesprekken erover vertelde. hij meermalen over de mogelijkheden, de moeiten, de gevaren - ook over de vreugden! - van die door hem als een uiterst verantwoordelijke opdracht beschouwde taak.
Hij wist precies wat hij in dat opzicht beoogde. Hij wilde per se geen "kinderbijbel" schrijven. Want daarbij gaat het om het "anders zeggen" van de bijbelse boodschap, om het "vertalen" ervan, Ik weet zeker dat hij geen enkele notie had van de theologie waarvan zo'n "vertaling" de concretisering is. Maar de záák waarom het daarbij gaat was hem volkomen duidelijk. Hij wilde wat hij in de bijbel las niet "anders", maar alleen "kinderlijk" zeggen. Of, nog pregnanter uitgedrukt: zijn doel was niet "vertalen", maar "vertellen".
"Vertellen" zoals dat door alle eeuwen heen moeders, vaders, onderwijzers aan kinderen hadden gedaan.
De titels van de beide boeken: "Groot Vertelboek" en "Kleutervertelboek" voor de Bijbelse Geschiedenis zeggen precies wat Anne de Vries geven wilde en wat hij ook metterdaad gegeven heeft.
Er zou heel veel te zeggen zijn over het gestage zoeken, tasten, proberen, kortom: de enorme inspanning die Anne de Vries zich getroostte om het zware karwei dat hij, krachtens een onontkoombare, innerlijke drang op zich genomen had tot een goed einde te brengen. Als men de sobere.
klare taal geschreven, rechtuit naar het hart gaande verhalen leest, heeft men er geen flauwe notie van hoe de schrijver heeft gezocht, gewikt, gewogen, gecorrigeerd en herschreven, in één woord gezwoegd om zijn verhalen zo te krijgen als ze uiteindelijk geworden zijn.
Anne de Vries wierp zich eerst op wat het gemakkelijkste, beter gezegd: het minst moeilijke was, het"Groot Vertelboek". Pas toen hij daarmee klaar was pakte hij het moeilijkste aan, het schrijven van het vertelboek voor kleuters. Bij het maken daarvan stond hem vooral ook daarbij voor ogen: hoe kan en moet ik de "bijbelse geschiedenis" zo vertellen dat mijn verhaal een getrouwe weergave is van wat de bijbel zegt, door de kinderen werkelijk wordt verstaan, en zó wordt dat wat zij daardoor in zich opnemen later wél uitgebreid en verdiept, maar niet gecorrigeerd behoeft te worden.
Hoe hij dat deed wil ik met een enkel voorbeeld illustreren. Hij heeft lang nagedacht over de manier waarop hij de boodschap die de engel Gabriël aan Maria bracht dat zij de moeder des Heren zou worden, moest weergeven. Hij wilde daarvan niets verdoezelen en er ook niet omheen draaien. Het werd tenslotte dit: "Maria vroeg: "Maar wie zal dan de vader zijn van dat kind? Want ik ben immers nog niet getrouwd?"
En de engel zei: "De Vader zal God zelf zijn. Daarom zal het ook geen gewoon kind wezen! Het zal een heilig kind zijn en het zal Gods Zoon genoemd worden". Toen boog Maria eerbiedig het hoofd.
Wou God zélf de Vader wezen dan wou zij wel de moeder zijn!" Dit is in één woord subliem.
Anne de Vries heeft veel vreugde aan zijn Vertelboeken beleefd. En waarlijk niet in de eerste plaats omdat ze zo'n enorme opgang maakten.
Ik herinner me nog als de dag van gisteren hoe stralend hij mij het manuscript van het kleutervertelboek bracht. Met zijn brede, zonnige lach zei hij: "Het karwei is af. En nou moet jij maar eens zien of er ketterijen in staan!" Ik heb toen het manuscript in één ruk met stijgende bewondering doorgelezen.
In de loop van de jaren ontving Anne allerlei reacties op wat hij als zijn levenswerk beschouwde.
In Amsterdam parkeerde hij eens zijn auto op een verkeerde plaats.
Een politie-agent kwam op hem af en zei: "Mijnheer, u bent in overtreding!
Mag ik uw papieren?" Anne gaf ze. De man las ze aandachtig en vroeg toen met kennelijke verbazing: Anne de Vries? - bent u soms de man van die kinderbijbel?"
Ja, dat was zo! De agent gaf de papieren terug met de opmerking: "Rijdt u alstublieft gauw door! Als mijn vrouw hoort dat ik de schrijver van haar kinderbijbel op de bon heb gezet zit er wat voor mij op!"
Dat laatste werd nog heel wat gepeperder gezegd!
Uit Berlijn ontving hij eens een brief van een dame die onder de asfaltjeugd werkte. Met grote dankbaarheid schreef ze hem dat zijn kleutervertelboek het éérste en énige boek was waar haar pupillen geboeid en tot het einde naar luisterden.
Tijdens de tweede wereldoorlog werden in Indonesië de Duitse zendelingen geïnterneerd. Op een van de kleinere eilanden - ik meen ten westen van Suriname - bleef daardoor een groep inlandse christenen verweesd achter. Maar ze waren in het gelukkige bezit van één exemplaar van de Indonesische versie van het Groot Vertelboek. Gedurende heel de oorlog bleven ze elke zondag in hun kerkje samenkomen. En dan werd steeds een gedeelte van dit boek voorgelezen. En vooral daardoor Weef de gemeente in stand.
Zoals uit wat ik schreef reeds bleek werden beide vertelboeken vertaald.
Al heel gauw. Het eerst in het Duits.
Bij onze oosterburen maakte vooral het vertelboek voor de kleuters een enorme indruk. De critici waren enthousiast over de lucide, directe, in de ware zin van het woord "eenvoudige'' verteltrant ervan. Niet lang na de verschijning van de Duitse editie ontving Anne de Vries een uitnodiging van een organisatie van auteurs van kinderboeken om op een conferentie daarvan over kinderlectuur te spreken. Hij hield daar een referaat over het thema "Wahrheit und Wirklichkeit im Jugendbuch", Enkele jaren geleden was ik op bezoek in een gezin in Zuid-Duitsland.
In de huiskamer lag binnen handbereik een exemplaar van het Kleutervertelboek.
Ik keek er in en las daar: 535e Tausend. Op dit ogenblik zijn er van het Groot Vertelboek zeven vertalingen in omloop. En van het Kleutervertelboek een en twintig! Via de Frankforter boekenbeurs kwam het tot een editie voor Oostenrijk, verzorgd door een rooms-katholieke uitgever! En die uitgave leidde weer tot een Spaanse die met een "Woord vooraf" van een bisschop het licht zag. In al deze buitenlandse edities werd niets van de inhoud veranderd.
Kort voordat Anne stierf waren de voorbereidingen klaar van een vertaling van het vertelboek voor de kleuters in het Ivriet. Daarmee was hij bijzonder gelukkig. Nu zou hij ook de kinderen van het "Oude Volk" vertellen van Jezus van Nazareth.
Een bijzonder belangrijke functie vervult een aantal vertalingen van beide vertelboeken in de zendingsarbeid.
In Indonesië alleen al zijn tien- en tienduizenden exemplaren door heel de Archipel verspreid. En behalve deze werden er ook voor andere zendingsterreinen vervaardigd, De vertaalrechten daarvan gaf Anne in dubbele zin "pro deo". Momenteel zijn een Arabische en een IJslandse editie in bewerking.
Het is in de verste verte niet te schatten hoeveel honderdduizenden vertelboeken over heel de wereld in omloop zijn. Alleen reeds in ons land meer dan een half miljoen. En nog steeds worden er jaar in jaar uit duizenden exemplaren van verkocht. Het is ook ten enenmale onmogelijk zich er een voorstelling van te vormen hoeveel miljoenen kinderen door middel van deze boeken met de boodschap van de Bijbel in aanraking zijn gekomen.
Dit is iets van het levenswerk van Anne de Vries.
Het is een ontroerende gedachte dat reeds jaren en jaren lang een ontelbaar aantal kinderen uit de mond van moeders en onderwijzers de bijbelse verhalen van deze eenvoudige, blijmoedige Nederlander horen.
Er is in de geschiedenis misschien wel nooit iemand geweest die aan zovelen de "Bijbelse Geschiedenis" heeft verteld... en nog steeds vertelt.
Gelukkig de man die hiertoe werd verwaardigd!
Zoals men uit wat ik de vorige week in de Persschouw overnam kon vernemen gaat de verspreiding van Anne de Vries' vertelboeken onverminderd door. In de laatste uitgave van de catalogus van duitse evangelische literatuur las ik dat de duitse vertaling van het Kleutervertelboek reeds een oplage heeft bereikt van over de 800.000 exemplaren!