De geur van het veld.
1974-08-16
Reeds vele jaren schrijft de heer Milo elke week in 'Opbouw' een artikel. Ik vraag me wel eens af: waar haalt ie 't vandaan. Maar goed, dat is het geheim van de smid.- Jaargang 18
- nummer 29
Regelmatig schrijft hij over de schoonheid van de natuur, over het leven van de dieren en over de jacht (niet zelden doorspekt met sterke verhalen).
Op verzoek van lezers is een aantal van zijn artikelen uit 'Opbouw' en uit 'De Nederlandse Jager', die speciaal over de natuur en over de jacht gaan, gebundeld.
Het is een gestencilde uitgave geworden met een mooi omslagje en opgevrolijkt met een paar reprodukties van aquarellen van Rien Poortvliet, vervaardigd door het Wereld Natuur Fonds.
De heer Milo is een geboren verteller.
Hij boeit en neemt je mee naar het land van zijn liefde: de natuur.
Ik zat in de trein dit bundeltje verhalen te lezen. Omdat ik in Amersfoort moest overstappen, was het zaak ook aandacht te hebben voor de te passeren stations. Plotseling vroeg een meneer: "Is deze plaats vrij?" Hij wees naar de plaats naast mij.
Amersfoort: 'k Had het niet gemerkt".
Ik greep m'n jas, antwoordde de onbekende man dat er twee plaatsen vrij waren en voor de trein uit. Had Milo me daar even te pakken!
Wat de inhoud betreft, moet ik zeggen dat de meeste verhalen me opnieuw geboeid hebben. Het middeleeuwse jachtfestijn. de legende van Hubertus. de kip Ursula, de verhalen over de mieren en de vossen en vooral het verhaal "van de hoogzit". De verteller neemt je mee naar een plekje op de Veluwe om bij zonsondergang te kijken naar de dieren en te ruiken "de geur van het veld".
Dit bundeltje is om meer dan een reden waardevol.
De Koninklijke Jagers Vereniging vierde onlangs haar 100-jarig bestaan.
Deze vereniging kampt met het probleem, dat het publiek haar niet goedgunstig gezind is.
Velen zien jagers als vuile moordenaars.
Opvallend is, dat sportvissers van dit verwijt geen last hebben. Jagers wel, maar het berust op een misverstand dat te wijten is aan gebrek aan kennis over de jacht.
Weinigen weten dat de jagers vaak het veld in gaan om de dieren te voeren. De zwakken en verminkten worden op een gegeven moment geschoten. Dat pijnloos doden is een erecode van de jager. Hij onderhoudt de natuur, evenals de tuinder die zijn planten regelmatig snoeit. Jagen heeft daarom niets met uitroeien van dieren te maken. Het is geen roof, maar onderhouden van de wildstand en van de natuur in het algemeen.
De heer Milo toont in zijn artikelen liefde voor de natuur en zorg van de jager voor een goed beheer van de natuur.
Het zou zeer de moeite waard zijn, als een uitgever een boekje op de markt zou brengen over het leven van de dieren en over de jacht. Dit zou de oppervlakkige vooroordelen tegen het jagen, kunnen wegnemen en de publieke opinie in een goede richting kunnen beïnvloeden.
De heer Milo zou dit kunnen! Hij heeft het schrijf- en verteltalent.
Dit gestencilde bundeltje is als een voorbereiding te beschouwen.
Verschillende van zijn artikelen zijn de boekdrukpers waard!
De bundel, getiteld "De geur van het veld", wordt franco toegezonden na overboeking van f 6,- op postgiro 922470 van D. W. L. Milo, Vierhouten.