Boekbesprekingen
1974-08-23
- Jaargang 18
- nummer 30
Het verhaal van Jezus, het nieuwe testament voor kinderen, van W. Beneker en Hanna Lam.
Uitg, Zomer en Keuning, Wageningen.
f 12,90.
"Mam, er staat niet eens in, dat Jozef en Maria zo naar onderdak moesten zoeken, de Here Jezus wordt zomaar geboren".
Dit was het commentaar van mijn 9-jarig dochtertje. En die van 7 zei: "ik vind de verhalen zo kort".
En als je dan als moeder Lucas 2 es doorleest in de Bijbel, ontdek je, dat er inderdaad ook niets staat van het moeizame zoeken, waarvan ons in alle kinderbijbels uitvoerig verteld wordt; dat het er werkelijk zo kort staat.
Wel, dit boek geeft ons de verhalen door zonder de franje van de doorsnee kinderbijbel. Kort, maar duidelijk.
Maar ik vraag me af, of dit de fantasie (in de goede zin van het woord) van het kind bevredigt.
Wil een kind, bij een zo groot gebeuren als Jezus' geboorte niet een poosje in spanning gehouden worden?
De illustraties zijn modern en spreken aan, alhoewel de tekening van de arme Lazarus met ribben die je kunt tellen haast wat luguber aandoet.
E. D. de Jong-Woldring Manninne. Vrouwen in de Bijbel, door Gien Karsen.
Uitg, van Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, Prijs f 13,90.
Dit boek is opgedragen aan de Navigators, een internationale christelijke organisatie, die met ruim duizend fulltimers in dertig landen werkt. Ze vormen geen kerk. Elk van de stafleden behoort tot een kerk en probeert daarin zo actief mogelijk mee te werken. Ze zetten zich in voor de evangelisatie en geven bijbelstudie- en bijbelmemorisatiecursussen uit. Gien Karsen was het eerste Europese staflid en, begon dit werk in Nederland, zo wordt ons aan het einde van dit boek meegedeeld.
Het boek handelt over 24 vrouwen in de Bijbel. De titel: 'Manninne' wil niet meer aangeven dan dat er over vrouwen gesproken wordt, want de speciale relatie tussen man en vrouw komt zo nu en dan wel ter sprake en dat op een fijnzinnige, bijbelse manier, maar vormt toch niet het eigenlijke thema.
Dat is het geloof, of soms ongeloof der behandelde figuren, waarbij het voorbeeld-karakter of het waarschuwd element alle accent ontvangt.
Meermalen komt daarbij ook de (heils)historische plaats dezer vrouwen ter sprake, waarbij dan uiteraard Gods werk in de historie de hem toekomende plaats kan ontvangen. Al lezend zou men daarop soms wel wat meer het accent gelegd hebben willen zien.
De positie van Eva daarentegen is overtrokken, zie Rom. 5: 12.
De wijze van opzet brengt mee dat ik hier en daar wel eens een vraagteken zet - de Bijbel is toch vaak wat sober als het over het portretteren van mènsen gaat en als wij over de bijbelse figuren spreken, zeggen we daarom gemakkelijk net even te veel. Lydia hunkert naar een diepere geloofsbeleving, pag. 177. Ja? ..Haar hart dat afgestemd is op God kan Hij gemakkelijk openen, omdat het toegankelijk is voor zijn woord. Het aandacht daaraan schenken moet van haar uitgaan".
Hand. 16: 14 tekent dit aandacht schenken- echter als een gevolg van de or-ening van haar hart door de Here.
Dit zijn enkele kritische opmerkingen over een boek dat een schat van bijbelse gegevens bevat en boeiend en praktisch en warm geschreven is. Vanwege het vele goede wens ik het in vele handen.
G. Janssen "Om 't eeuwig welbehagen" door ds C. den Boer.
De Dordtse Leerregels vormen niet het bekendste deel van het belijden van de Gereformeerde Kerken in ons land.
Het zou kunnen zijn dat ook hier geldt: onbekend maakt onbemind.
Het is daarom een goede zaak, dat ds C. den Boer, onder de hierboven genoemde titel (die herinnert aan een bekend boek van dr K. Dijk over de uitverkiezing) een behandeling van genoemde leerregels deed verschijnen bij uitgeverij de Banier te Utrecht. (245 pag. prijs f 22,50).
Uit de inleiding blijkt dat dit boek de weergave is van een aantal preken door ds Den Boer gehouden in leerdiensten in de Oude Kerk te Zeist.
Na een inleiding over de moeilijkheden met de Remonstranten op de synode van Dordt 1618/9, worden in dertien hoofdstukken de leerregels besproken; aan het slot wordt nog de tekst van de "Verwerping der dwalingen" opgenomen.
Het boek geeft dus een complete tekst.
U heeft al begrepen dat we in dit boek geen wetenschappelijke behandeling van de soms heel ingewikkelde strijdpunten aantreffen, maar een eenvoudige, praktische, schriftuurlijke uitleg.
Het is stichtelijke lectuur in de goede zin van het woord.
Het is mij daarbij opnieuw opgevallen dat de leerregels geen dorre, dogmatische taal spreken, zoals sommigen vermoeden, maar een levende uiteenzetting geven van het heil in Christus.
Het boek lijkt mij een geslaagde poging om de inhoud van dit belijden dichter bij de gemeente te brengen.
Het is zeker de overweging waard om in de prediking in de gemeente, waarin de Heidelbergse Catechismus terecht veel aandacht krijgt, ook eens ruimte te maken voor de canones van Dordt.
Bij de lezing van dit boek, dat zijn lezers vermoedelijk het eerst vindt in de kringen van de Gereformeerde Bond in de Herv. Kerk, ben ik nergens gestuit op buitensporigheden of "ketterijen" van "ultra-rechts", zoals die in het "testament" van A. A. van Ruler: Ultra-gereformeerd en vrijzinnig, worden gesignaleerd.
De schrijver wijst er herhaaldelijk op dat de verzekerdheid van de verkiezing niet moet worden gezocht in kenmerken of bevindingen maar in de beloften van God in Christus en onderscheidt op schriftuurlijke wijze de grond van het heil en de vruchten van geloof en verkiezing.
Er wordt gewaarschuwd tegen valse lijdelijkheid en volle nadruk gelegd op de vastheid van de beloften van het verbond zoals o.a. kan blijken uit wat schrijver opmerkt naar aanleiding van hoofdstuk 1sub 17 over jong gestorven kinderen van de gelovigen: "Niet op grond van eigen godzaligheid dus. maar enkel en alleen op grond van Gods onwrikbare verbondsbeloften kan en mag in de zaligheid van onze vroeg gestorven kinderen geloofd worden".
De actualiteit is niet vergeten; bij het hoofdstuk over de 'dood van Christus en de verlossing van de mensen door Deze worden de opvattingen over de verzoening van H. Wiersinga en P. Smits besproken.
Het boek geeft een goede, Schriftuurlijke verhandeling van de leer der zaligheid en kan daarom hartelijk aanbevolen worden.
H. J. van der Kwast
Dr G. M. Lammens: Liturgie en massamedia (No. 24 van de serie "Kamper cahiers").
Uitg. J. H. Kok B.V., Kampen 1974. 44 blz. Prijs f 7,90.
Dit boekje is de in druk uitgegeven inaugurele rede van Prof. Lammens als buitengewoon hoogleraar aan de Theologische Hogeschool te Kampen (Oudestraat).
Het gaat over de al of niet wenselijkheid van het uitzenden van kerkdiensten voor de radio of tv.
De schrijver neigt tot een negatief antwoord. Hij beroept zich op "media-theologen" als H. J. SchuItz, die in "Wending" in 1964 al het pleit voerde voor een "wereldliik"
over God snreken en on de bekende Dr A. H. v. d.
Heuvel, die "met de beste wil van de wereld geen argument kan vinden dat het uitzenden van normale kerkdiensten door de publieke media kan goedpraten" (pag. 10).
Intussen gaat Lammens niet zó ver. Volgens hem is er wel iets voor te zeggen, dat de radio zich meer leent voor de uitzending van een "gewone" kerkdienst, maar de tv. vraagt eerder om een kleine liturgie (pag. 38). De uitgezonden diensten, vindt Lammens, mogen geen substituut voor de kerkgang worden. Hij hoopt zelfs, zo schrijft hij in de laatste regels van zijn boek! dat de media radio en tv. er toe zullen meewerken, dat men zelf ter kerk gaat, dat de lege kerkgebouwen weer vol worden en de diensten fijner (pag. 40).
We dachten echter, dat de uitzendingen van radio en t.v. diensten niet in de laatste plaats waren voor zieken en anderen, die niet naar de kerk kunnen gaan. Hen mogen we toch niet afschepen met een "kleine liturgie". Het argument, op blz. 6 genoemd, dat zo de nadruk wel heel sterk komt te liggen op onze zieken, doet wat vreemd aan. Moeten de kerken in hun toegewezen zendtijd dan niet allereerst aan hun eigen mensen denken? De redenering, dat men zich niet mag richten op eigen groep, omdat dit zou zijn een Vissen "cultiveren" in plaats van "Vissen vangen" (pag. 35) gaat niet op. Iedere omroep richt zich toch tot een bepaald publiek van "geestverwanten".
Bij de kerken richt men zich uiteraard niet tot een bepaald "publiek", maar het gaat in een kerkdienst toch om de sterking van het geloof van Gods kinderen.
Daarnaast moet men er uiteraard ook op bedacht zijn "vissen te vangen". Juist in diensten, die door radio of t.v worden uitgezonden. In iedere preek zal toch moeten doorklinken "De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten".
Maar dan zijn we in een heel ander klimaat dan bij Lammens, die zich o.i. veel te veel richt naar de smaak van een on- of buitenkerkelijk publiek. Alles wordt in de trant van iemand als G. Dekker te veel in het sociologische of ook in het politieke vlak getrokken.
Er zou over Lammens' opvattingen over de kerkdienst nog wel het één en ander te zeggen zijn De bijbel komt in dit boekje weinig, en dan nog, op een enkele keer na, slechts geheel zijdelings ter sprake. Dat is een groot bezwaar bij een studie die zich bezig houdt met kerkdiensten.
Wordt in deze diensten niet Gods Woord uitgelegd en toegepast?
Dat het gaat om de redding van zondaren, om de verlossing door Christus' bloed, geraakt bij Lammens helaas geheel op de achtergrond, het gaat schuil achter aflerlei sociale en maatschappelijke vraagstukken, die aan de orde zouden moeten komen. Met instemming.
wordt op pag. 15 Prof. A. G. Honig aangehaald, dat we niet werelds genoeg over God kunnen spreken.
Lammens is zo goed begonnen In zijn Rotterdamse jaren trok hij stampvolle kerken door zijn populaire prediking. Maar het was in die tijd nog veel meer "opening van de Schriften". De latere jaren liet hij zich veel te veel inpalmen door de geest van de tijd.
Daarvan legt deze gedrukte academische rede helaas ook getuigenis af.
M. J. Arntzen