Weinig? - Genoeg!
1974-09-13
Onze agriculturele stand - onze boeren, om het maar gewoon te zeggen - heeft begrepen, dat ze achterloopt in het welvaarstempo.- Jaargang 18
- nummer 33
Dat zou de boeren misschien wel ontgaan zijn, als de politieke raddraaiers en de kranten het hun niet verteld hadden. Want nu we in groter verband dan vroeger leven, en wel in E.E.G.-verband, komen mede alle Europese narigheden op natuurlijke of kunstmatige wijze bij ons terecht. Net als in een nieuwe kleuterschool: ieder brengt wat mee, kinkhoest of waterpokken of rode hond. Eén krant begon er mee: de Europese boer leeft op de rand van het faillissement, zo schreef zij. Ietwat verlegen ging ze verder: dat zou je in ons land niet zeggen - elders spreekt dat meer. Maar voor het eind van hetzelfde verhaal had men al uitgerekend: dat ook de Nederlandse boer op sterven na dood is. En dat daar eens wat aan gedaan moest worden.
Zo iets hoeft maar vijf dagen in de nieuwsmedia te worden uitgekraamd of het dringt door tot de achterlijkste boer; de meest achterlijke boer, zoals men vandaag zegt. Wat ons aller meneer Koekoek dn jaren niet voor elkaar stoofde gelukte in luttele dagen aan de volksvoorlichters: op alle mogelijke en vooral onmogelijke plaatsen werd ontevreden en hinderlijk gedemonstreerd. Met wagens, met trekkers, met geweld en list. Daarna op, naar Den Haag, herrie schoppen.
Zo - nu weten we het allemaal, dat ook de boer zijn kont tegen de krib kan gooien. En dat we daar maar eens rekening mee moeten houden.
Nu hebben we natuurlijk boeren en boeren. In Groningen hebben we de grote boeren en in Friesland de hereboeren; van de borghen en van de zathen. In Zeeland hebhen we de gevulde tarweboer, die zelfs zijn coupons machinaal knipt, naar men zegt. En dan heb je gesaneerdé boeren en je hebt polderboeren, die elk in een georderd minimaal of maximaal bedrijf leven. Maar op de Veluwe heb je de kleine boeren, met minder dan vijf hectare land, de keuterboeren zogezegd. Die laatste zijn vertrouwd met de armoede en vinden dat het een "goed verkeerde tied" is, omdat de kinderen per week meer zakgeld uitgeven dan moeder vroeger aan het huishouden kon besteden. Trouwens: die kleinste boeren hebben wellicht het minste gemerkt van de achterstand.
Ze profiteren van het vreemdelingenverkeer, krijgen kampeervergunningen, houden zomergasten, kweken kruiden in plaats van gras, mesten kalveren op contract en redden zich wat aardig. Begrijpelijk misschien dat juist de grote bedrijven, met personeelslasten, diepte-investeringen, onderhoudskosten en afschrijvingen, het meeste nadeel hebben, wanneer hun producten onvoldoende opbrengen op de Europese markt.
Maar achterstand of niet, grote of kleine boeren, grote of kleine zorgen, gesaneerde of ongezonde bedrijven - allen hebben ze te leven van ons dagelijks brood, verkregen uit de hand van onze Vader, die in de hemelen is. Hij zorgt, dat geen mens in ons land van honger omkomt. Al geeft Hij sommige mensen wat weinig - Hij geeft altijd genoeg.
Een krant, die zelf de vreedzame boeren bewust had gemaakt van hun morrend ongenoegen, schreef achteraf geamuseerd over de "spontane" actie, die ze ondernamen. Spontaan tussen aanhalingstekens; want de krant wist deksels goed, dat het niet spontaan maar met speciale hulp van de nieuwsmedia was gegaan. Die nieuwsmedia rapporteren namelijk niet alleen het nieuws - maar ze máken het vooraf zelf. Zo kunnen ze twee keer hun kolommen vullen met dezelfde zaken.
Nu, die krant gaf een wijsgerige verhandeling over het welvaartspeil van de boer. Van de arme boer, wel t,e weten; en dan de welvaart uitsluitend van economische zijde benaderd. Het thema van dit verhaal luidde: "De boer had maar ene schoen, weinig genoeg". Jawel,zo moest een oudhollands liedje de bezegeling geven van de armoede der boeren.
Maar ... dat liedje bezingt helaas niet de armoede van de boer; het bezingt juist zijn tevredeniheid, ondanks zijn achterstand in de welvaart. Immers: "De boer had maar ene schoen, weinig - genoeg, genoeg, genoeg!" Een schoen zonder hak er an - maar de boer is geen edelman. En verder: Een jas zonder knoop der an, maar de boer ... "
Een pet zonder klep der an - maar de boer ... Een hemd zonder slip der an ... altijd is de boer tevreden, altijd is het genoeg, genoeg, genoeg.
Want de boer heeft niet zoveel capsones als de edelman. De clou van het geestige liedje is zelfs: "De boer had maar ene vrouw"
en dat was hem "meer dan genoeg, genoeg, genoeg". Het was namelijk ,een vrouw met een kop der op". Begrijpt u? "De boer die had een reuze strop!"
Goed. Die krant was er dus volkomen naast, toen die ons goede speelversje de documentatie liet leveren voor de economische verwaarlozing van onze boerenstand. Maar dat was nog niet alles. Want de krantenmeneer kende de Nederlandse litteratuur slechts weinig en lang niet genoeg, genoeg, genoeg. Hij verstond het refrein namelijk als "weinig genoeg"; dat is: "nogal weinig". Zoals de Fransman zegt: "assez pauvre", hetgeen kan betekenen vrij arm - maar ook: arm genoeg, Welnu, onze oudvaderlandse boer was vrij arm - maar had toch genoeg, zegt het liedje. Want hij stelde niet de eisen van een edelman. Hij aanvaardde de maatschappelijke verschillen. Die kende hij uit de Bijbel. En hij wist, in zijn boerenwijsheid, dat "een gerecht van groen moes met liefde beter is dan een maal van runderbiefstuk met haat aan tafel". Vandaar dat zijn armoede pas openbaar werd: door het gebrek aan vrede in huis. Hi] kon, om opnieuw met Salomo te spreken, beter op het dak gaan zitten dan samenwonen met een "vrouw met een kop der op".
Kijk en dat is de verleiding van onze tijd. Dat "welvaart" alleen in economische zin begrepen wordt. Tevredenheid is taboe. De revolutie kan alleen werken met óntevredenheid. Ze zingt daarom: ontwaakt, verworpenen der aarde. Waar tevredenheid heerst krijgt de tijdgeest geen kansen. En onze tijdgeest, die uit de aarde en aards is, kent alleen economische welvaart of economische achterstand. Zo probeerde onlangs een van onze televisiemeneren een tevreden Schotse boerin voor te rekenen, dat ze bepaald van haar inkomentje geen menswaardig bestaan kon leiden; dat ze óntevreden behoorde te zijn. Dat geluk niets of bijna niets met economische omstandigheden te maken heeft, is een gevaarlijke vesting voor onze revolutionaire nieuwsmakers. En juist op dit punt mogen de kinderen des lichts leesbare brieven zijn: tegenover de revolutie het Evangelie stellen.
In de barre hongerwinter van 1944-45 hadden de gezinnen soms éne boterham (of een halve) per hoofd. Een huisvader bad: laat het weinige genoeg voor ons wezen. Zijn gebed werd verhoord: het gezin leefde lang en gelukkig, overleefde de honger. Een ander zong met zijn gezin bij een lege broodschaal: mijn ziel, heb goede moed voor de dag van morgen: God zal uit zijn overvloed voor zijn kinderen zorgen". Ook dit gezin is gelukkig gespaard. Weinig? Genoeg!
Juist in het economische vlak worden kinderen des lichts en kinderen van deze wereld openbaar, herkenbaar. De een ontvangt "uit Gods hand. De ander grist uit Gods hand. De vraag is daarom: wie is tevreden met zijn welvaart? Heeft de sterk verhoogde levensstandaard sterk verhoogde levensvreugde gebracht? Neen immers. Misschien heerst er zelfs meer ontevredenheid, minder levensvreugde dan ooit in ons land. En kunnen de loranten niet langer op serieuze nationale armoe-gevallen wij zen, dan wijzen ze op krepeergevallen elders ter wereld. Als er maar onvrede heerst. Als er maar iets te kankeren is.
Armoede is er, sedert de zondeval, altijd geweest. Mozes zei: "er zullen altijd wel armen in het land blijven" en de Heiland citeerde deze woorden toen, Hem alles ging ontbreken. De vraag is echter: of wij in armoedige omstandigheden genoeg hebben aan Gods genade.
De dichter Poot zong: Hoe genoeglijk rolt het leven des gerusten land mans voort. De volksdichter rijmde: De boer had maar ene schoen: weinig - genoeg, genoeg, genoeg! Beide dichters bezongen de waarheid: de boeren waren de betrouwbare en evenwichtige tevreden basis voor ons volksbestand. Weliswaar is er geen sectie van ons volk, die zo zeer kunstmatig, door overheidssubsidies, overeind wordt gehouden, als gezegde boerenstand. Maar daartegen is - in deze kunstmatige maatschappij - weinig in te brengen. Laten ook de boeren het goed hebben alstublieft; we moeten onze hand maar mild opendoen voor de arme en bedrukte broeder in ons land, zei Mozes.
Maar wat hun vandaag bovendien geschonken wordt: de óntevredenheid, is meer dan genoeg, genoeg, genoeg. Daar zijn ze niet mee gediend.
De Satan brengt onvrede. Maar het Evangelie zegt: vrede zij u.
Verzamelt u schatten in de hemel. En waar uw schat is, daar zal uw hart ook wel zijn. Beter is weinig - met de vreze des Heeren: dan een grote schat – en onrust daarbij. Zei Salomo.