Gestalten uit de boeken Samuël

1974-09-20
  • Jaargang 18
  • nummer 34
Saul

Heeft U daar wel eens over nagedacht, hoe het komt dat in de bijbel aan koning Saul zoveel aandacht wordt besteed? Is hij daarvoor wel belangrijk genoeg, vraagt U. Hij is nog maar zo kort aan de regering of hij wordt al de gaande in plaats van de komende man. Maar juist als gaande man wordt hij door de camera van de Schrift nageoogd tot het verre einde.
Om deze aandacht te verstaan; moeten we bedenken, dat Saul Messias, gezalfde des Heren is, niet maar particulier persoon, bedoel ik, die van de rest het volk geïsoleerd kan worden, maar in de gezalfde is het volk present.
Dat wil zeggen, dat in de ondergang van Saul het hele volk van Israël bestraft wordt en in Israël de gemeente. Met Saul gaat een messias ten onder van óns beeld en naar ónze gelijkenis. Het mag ons dan ook niet ontgaan, dat Saul ten slotte te midden van zijn volk sterft, sneuvelt. "Er vielen doden op het gebergte Gilboa (1 Sam. 31 : 1) - zegt het verhaal en onder die israëlietische doden is Saul. Juist omdat hij ons overigens voorkomt een man van grote eenzaamheid te zijn geweest, valt deze gemeenschappelijkheid in zijn sterven op. Riet beeldt de betrokkenheid uit, waarin we tot hem staan. Zoals Samuël het aan de vooravond van Saul's regering tot Israël zegt: "Indien gij kwaad doet, zult gij zowel als uw koning weggevaagd worden", zo is het ook uitgekomen.

De situatie waarin Saul als koning optreedt, is die van een uiterst gespannen verhouding tussen God en zijn volk.
Als Israël aan Samuël om een koning vraagt, zegt God: "niet jou hebben ze verworpen, maar Mij, dat Ik geen koning over hen zou zijn." (1 Sam. 8: 7) Onheilspellend laat God bij Samuël's afscheid de donder rollen, zodat het volk zeer bevreesd wordt en aan de profeet vraagt: "bid voor uw knecht tot de Here, Uw God, opdat wij niet sterven, want aan al onze zonden hebben we nog dit kwaad toegevoegd door voor ons een koning te vragen" (1 Sam. 12: 17-19). In zo'n situatie koning worden, dat betekent een gespannen middenveld betreden en je moet denken aan wat Jeremia ergens (30: 21) zegt: "Zijn vorst zal uit hem (Israël) voortkomen, zijn heerser uit zijn midden opstaan, en hem zal Ik doen naderen, dat hij tot Mij genake; want wie zou zijn hart ten borgtocht kunnen geven om tot Mij te genaken, luidt het Woord des Heren." Inderdaad, wie? Dat is een beangstigende vraag, ook bij Saul, de man die alles mee heeft en ook van God de ruimte en de kant krijgt, Maar tegelijk: haast argwanend zijn de ogen van de Here op Saul gericht en slechts één weg staat hem open om het misnoegen van God te ontlopen: de weg van vertrouwen en gehoorzaamheid. Ten aanzien van beide moet hij een proef afleggen en beide malen heeft hij gefaald: te Gilgal, (1 Sam. 13) waar hij op Samuël moet wachten, raakt hij, als de situatie kritiek wordt, in paniek en grijpt zelf naar het offer.
Hij brengt 't vertrouwen niet op. En op zijn strafexpeditie tegen Amalek (1 Sam. 15) door God bedoeld als een soort herkansing voor Saul - weigert hij de volstrekte gehoorzaamheid, door op eigen houtje levens te sparen, die God ten dode had gedoemd.
Van dan af staat Saul er scheef voor. Het blijkt duidelijk bij de confrontatie met de Filistijnen en Goliath (1 Sam. 12 : 25). Tegenover hen komt Saul naar voren als een gezalfde in de greep van het reusachtige, die het filistijnse met het filistijnse wil bestrijden. Goliath is een beeld van Saul zelf en zoals de reus in z'n volle lengte op de grond gevallen is, zo ook tenslotte Saul in de nacht van Endor.
Een messias met filistijnse trekken kan niet van de Filistijnen verlossen, maar gaat vroeg of laat met de Filistijnen ten onder.
Maar vóórdat dit gebeurt, ontwikkelt Saul zich eerst nog tot een vijand van David, tot een vervolger en geweldenaar. Hoeveel had er nog niet goed kunnen komen, als Saul zich gevoegd had in de beschikking van God om David in zijn plaats koning te laten zijn! Wat Jonathan tot David zegt: "gij zult koning over Israël zijn en ik zal onmiddellijk onder u staan" (1 Sam. 23: 17) dat had Saul ook kunnen zeggen.
We weten toch, dat zich buigen onder het oordeel Gods, al is het ook een verwerpingsoordeel, altijd uitloopt op genade? Maar Saul is de weg der verharding op gegaan en heeft David met een niet aflatende energie vervolgd en is tegenover hem tot een anti-messias, een antichrist geworden tot wie David het uitgeschreeuwd heeft: Saul, Saul, wat vervolgt gij mij? (1 Sam. 26 : 18).
Tegelijk heeft hij geprobeerd, aan zijn lot, aan zijn weg een tragische wending te geven. Toegerust met een menselijke adeldom heeft hij bewust om sympathie en vooral medelijden geworven: "Geen uwer is over mij bezorgd" (1 Sam. 22 : 8) klaagt hij ergens tegenover zijn dienaars en tegen de Zifieten, die David komen verraden, zegt hii: "Weest gezegend door den Here, omdat gij met mij begaan zijt" (23: 21).
Saul slaagt er in, dat medelijden zelfs bij ons nog gaande te maken.
En het gaat ons door merg en been, als we hem in de nacht van Endor horen klagen: "Ik verkeer in grote nood. De Filistijnen strijden tegen mij en God is van mij geweken. Hij antwoordt mij niet meer, noch door de dienst van profeten noch door dromen ...
wat moet ik doen?" (28: 15).
De namaak-Samuël van Endor slaat hem deze voorstelling van zaken krachtig uit handen en zet 'zijn hele situatie op de noemer van de schuld. Alleen, deze beschuldiging, dit j'accuse komt tot Saul niet in het kader van de levendmakende profetie, maar in dat van de dodende voorspelling: "morgen zult gij bij mij zijn", zegt de schijngestalte van Samuël.
Wat deed hij ook naar de waarzegster te gaan! We weten toch dat daar de dood is, wat voor "waars" er ook gezegd wordt?

Saul is een wereldse gezalfde geworden, tot het laatste toe strijdend tegen de filistijnen en toch van hun geest. Een doe-het-zalver-messias. En ik vrees dat wij de van God gegeven Messias Jezus vaak opsieren met de trekken van Saul. En dat daarom zijn geschiedenis zo ten einde toe beschreven wordt. We moeten weten waar het met 'n messias à la Saul op uit loopt. We moeten weten en klein worden onder zijn levensverhaal, want 't is onze trots die met hem onder gaat.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief