Gestalten uit de boeken Samuël

1974-09-27
  • Jaargang 18
  • nummer 35
Onlangs zei een oudere vrouw spontaan tegen me: als ik neg een kind zou krijgen, dan zou ik hem Jonathan noemen, want er is bijna niemand in de Bijbel van wie ik zoveel houd. Inderdaad is het een vreugde, iets over hem te mogen zeggen.
Jonathan, de mens tussen Saul en David, van Saul de zoon, van David de vriend. Het mooie van hem en tegelijk het moeilijke voor hem is geweest, dit beide ten volle te zijn, èn zoon èn vriend, terwijl zijn vader zijn vriend haatte.
Saul heeft in zijn verblinde boosheid wel getracht een blaam op Jonathan te werpen door te insinueren, dat zijn zoon tegen zijn vader Saul en vóór zijn vriend David gekozen had, maar dat was niet waar. Jonathan heeft ook in zijn diepste gevoelens voor David de solidariteit met zijn vader niet verloochend. Het is geen vlijerij als David in zijn gedicht in memoriam zegt: "Saul en Jonathan, de beminden en Iiefelijken, waren in leven en sterven niet gescheiden".
(2 Sam. 1: 23) Het is waar, dat Jonathan geestelijk steeds meer tegenover zijn vader is komen te staan, ter oorzake van zijn vriendschap met David, maar ook in die controvers is hij fideel gebleven. Fideel en solidair.
Bij Jonathan is álles bijzonder zuiver. Hij verenigde in zich de noblesse van zijn vader en het geloof van zijn vriend. Jammer dat hij zo vroeg gestorven is, maar gebeurt dat niet vaak met werkelijk de besten onder ons?

De noblesse van zijn vader, vraagt iemand verwonderd?
Inderdaad. We zijn zeer gewend, Saul te beoordelen naar de tijd, dat' de boze zijn geest vergiftigde, maar daarvóór ontmoeten we in Saul een prachtig stuk humaniteit, zoals ook David niet bezat: van aard bescheiden en toch doortastend, moedig, wijs, royaal, ingetogen, bijna 'ener vrouwe man' en wat zijn uiterlijk betreft van een koninklijke statuur, kortom een man van wie niemand minder dan Samuël in groot enthousiasme heeft uitgeroepen: zie je wel, wie de HERE verkozen heeft? Onder het gehele volk is er niemand als hij." (10 : 24) Deze adeldom treffen we ook bij Jonathan aan. Maar. zeldzame combinatie, Jonathan is tegelijk een diep gelovige, iemand van een onwrikbaar Godsvertrouwen.
In een tijd waarin ieder in Israël doodsbenauwd is voor de Filistijnen, en menselijk gesproken bepaald' niet ten onrechte, ontketent Jonathan in zijn eentje, door niemand dan zijn wapendrager geholpen, een gedurfd offensief tegen de vijand, dat zowaar voor Israël uitloopt op een grote overwinning.
Jonathan begint deze onderneming met de gedenkwaardige woorden: "De Here kan evengoed verlossen door weinigen als door velen" (1 Sam. 14: 6).
Door deze onverschokken geloofsdaad lijkt Jonathan op David, die later ook praktisch met zijn blote handen in de mogendheid des Heren op de reus afgaat. In deze gelijkenis ligt de wortel van hun diepe vriendschap.
Ik wil graag deze korte gelegenheid aangrijpen om Jonathan's vriendschap met David voor een modern misverstand te vrijwaren.
Dit misverstand, als zou Jonathan tot David in een homofiele relatie hebben gestaan.
Men heeft dat beluisterd in wat David zingt van zijn vriend na diens overlijden. "Het is mij bang om u, mijn broeder Jonathan, gij waart mij zeer lief; uw liefde was mij wonderlijker dan liefde van vrouwen" (2 Sam. 1 : 26).
Men hoort hierin, dat David tegenover de liefde van vrouwen die van mannen bezingt. Toch is dat sexualistisch gedacht. 'Liefde van vrouwen' is in het hebreeuwse taaleigen, dat van concreetheid houdt, en van de man uitgaat, 'sexuele liefde' , waarbij aan ons onderscheid tussen heterosexueel en homosexueel niet gedacht is.
'Liefde van vrouwen' is sexuele liefde-tout-court. Als nu David de liefde van Jonathan wonderlijker vindt dan de liefde van vrouwen, is het gewoon taalkundig al uitgesloten, dat hij aan homofiele Iiefde zou denken. Hij denkt aan liefde van een andere soort dan sexuele.

Nee, de vriendschap tussen David en Jonathan was geestelijk van aard. al ontbrak daaraan het lichamelijk aspect niet, want ze kussen en omhelzen elkaar herhaaldelijk. Tussen haakjes, het feit, dat mannen dat bij ons haast nooit doen en bijna angstvallig elke lichamelijke aanraking vermijden, kon wel eens de homofiele aanleg in de hand werken in die zin dat in onze cultuur een tekort om compensatie vraagt. Onder vrouwen, die in het algemeen elkaar veel meer aanraken (kussen, een arm geven), komt minder gelijkgeslachtelijke gerichtheid voor. Maar dit tussen haakjes.
De vriendschap tussen Jonathan en David dus geestelijk van aard.
We weten ook, wanneer ze ontstond.
Direct nadat David de reus Goliath verslagen had. Terstond werd toen de ziel van Jonathan verknocht aan die van David en Jonathan had hem lief als zichzelf - lezen we (1 Sam. 18: 1).
Jonathan, zo mogen we zeggen, heeft de onverschrokken geloofsmoed van David, waarmee hij op de reus is afgegaan, herkend. Het woord van David: "de Here die mij gered. heeft uit de klauwen van leeuwen beer, Hij zal mij ook redden uit de hand van deze filistijn" (1 Sam. 17: 37) lijkt op dat van Jonathan, dat we al aanhaalden: ..de Here kan evengoed verlossen door weinigen als door velen" (14 : 6). Het is één en hetzelfde rotsvaste vertrouwen in de Here God, dat hen beiden, Jonathans en David, gekenmerkt heeft, en dat in een tijd dat iedereen verlamd was van angst voor de Filistijnen.
Daarom is Jonathan blij geweest met David's verkiezing tot koning.
Hij heeft zonder morren en bedenkingen plaats gemaakt voor zijn vriend. Hij heeft zich vergenoegd met de tweede plaats. We herkennen in hem de gestalte van Johannes de Doper, die ook wars was van elke afgunst. Die dat prachtige woord heeft nagelaten, dat elke ambtsdrager in de christelijke gemeente zich eigen moet maken: Hij moet groeien en ik minder worden. Jonathan is in de Schrift de vriend bij uitstek die de ander uitnemender geacht heeft dan zichzelf. Die David bewonderd heeft om het geloof, dat hij zelf toch ook in zo grote mate bezat.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief