Boekbespreking

1974-09-27
  • Jaargang 18
  • nummer 35
Dit is de titel van een onlangs verschenen boek van de hervormde theoloog dr G. de Ru. Dit boek verscheen in de dood Kok in Kampen uitgegeven serie Theologie en Gemeente.
De schrijver bespreekt eerst allerlei hedendaagse verschijnselen van revolutionair denken en handelen. Al spoedig komt hij tot de konklusie, dat tegenwoordig nog slechts weinigen beseffen dat "ongeloof en revolutie" bij elkaar horen. Veel sociologen en theologen houden het op: geloof en revolutie!
Duidelijk stelt dr De Ru: "De Kerk als lichaam van Christus, waarvan de leden door één doop, door één Geest verbonden zijn, heeft de taak Gods verlossend handelen in Jezus Christus, in zijn kruis en opstanding, te verkondigen, en de komst van zijn Rijk te proclameren; tegelijk aan haar geloof, in gehoorzaamheid aan haar Heer en in liefde tot de naaste (wie en waar dan ook) door daden van dankbaarheid gestalte te geven. Doet zij dit via methoden, die geen rekening houden met het meest fundamentele van Gods geboden en in lijnrechte strijd zijn met het primaire doel van haar opdracht, dan zal zij oorzaak worden van een steeds grotere verwarring in de wereld, een steeds diepere verwijdering tussen hen, die geroepen zijn samen het "reddende Woord" te spreken, en zo de "dienst der verzoening" bij voorbaat onmogelijk maken". (17) Nadat de schrijver aandacht geschonken heeft aan enkele vertegenwoordigers van de politieke theologie (W. A. de Pree en G. H. ter Schegget achter wie hij de stemmen hoort van Marx, Bloch, Shaull, Cox, Moltmann, Sölle e.a.) komt hij tot de aktuele vraag: Waarom beroepen veel maatschappijbestormars zich tegenwoordig zo vaak op de oudtestamentische profeten. Vooral Amos, Hosea, Jesaja, Micha en Ezechiël liggen goed in de markt.
De sclhrijver beschrijft in het kort dat de kritiek van deze profeten er niet om liegt. Zij hekelen de rijken, de kooplieden, de politiek invloedrijken, de grootgrondbezitters en koningen die allen doen wat goed is in hun eigen ogen. Het punt dat dr De Ru aksentueert is, dat als de profeten het sociaal onrecht hekelen zij dit steeds in verband brengen met de ontrouw van deze mensen, groepen mensen, soms een heel volk) jegerts Jahwe, de God van het verbond. Dát is het. De maatschappijlkritiek van de profeten begint met de kritiek op het ongeloof en de ongehooreaamheid van de mensen.
Vervolgens geeft de auteur een kort overzicht van de revolutionaire bewegingen in Israël rondom het begin van onze jaartelling. In verband hirmee beschrijft hij hoe verschillende politieke theologen Jezus monopoliseren voor hun revolutiegedachten.
Nadat De Ru nog een bespreking heeft gewijd aan Romeinen 13: 1-7, 1 Petrus 2: 13-17 en aan Openbaringen 13 komt hij tot zijn konklu, sie: tegenover de tegenwoordige verleiding van de revolutie moeten wij de oproep tot bekering plaatsen Neemt de schrijver een reaktionair standpunt in? De politieke theologie moge dan een eenzijdig aksent op het veranderen van de maatschappelijke strukturen leggen, aksentueert de schrijver niet te eenzijdig het persoonlijk geloofsleven en de persoonlijke bekering?
Dit is gelukkig niet het geval? Er zijn wel enkele uitspraken, die dit doen vermoeden. Op blz. 93 zegt de schrijver "dat Jezus slechts de bekering van de enkeling op het oog had en aan een hervorming van sociale structuren geen aandacht schonk". Nu blijkt uit de volgende zinnen reeds direkt "dat verwerkelijking van rechtvaardiger samenlevingsverhoudingen vanzelf als een onontkoombare consequentie uit Jezus' prediking naar voren komt."
Terecht stelt dr De Ru, dat het verbeteren van samenlevingsstrukturen door de mensen, met elkaar samenwerkende individuele mensen, gedaan moet. worden. Het hangt van hun instelling en mentaliteit af.
Daarom aksentueert hij de persoonlijke bekering met de daaruit voort; komende konsekwenties volkomen terecht.
Interessant is dat de schrijver ook nog wijst op het kommentaar van Karl Bartih op Dostojewsky's Iwan Karamazow: "er is geen geloof in God mogelijk zonder protest tegen de grondstrukturen van de wereld, maar ook het omgekeerde is waar: er is geen protest tegen de grondstructuren van de wereld mogelijk zonder geloof in God."
Kortom: deze studie van dr De Ru behoort tot de betere die over dit onderwerp in het nederlandse taalgebied de laatste tijd zijn verschenen.

Dr G. de Ru, De verleiding der revolutie.
Uitg. J. H. Kok, Kampen 1974.
147 blz. f 12,90.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief