Prof. dr H. Dooyeweerd 80 jaar
1974-10-04
Op 7 oktober a.s. hoopt prof. Dooyeweerd zijn tachtigste verjaardag te vieren. Een gebeurtenis om even bij stil te staan. Niet om de persoon te verheerlijken, maar om weer eens aandacht voor zijn werk te vragen.- Jaargang 18
- nummer 36
Met zijn kollega en zwager prof. dr D. H. Th. Vollenhoven (die op 1 (november a.s. 82 jaar hoopt te worden) heeft Dooyeweerd 'aanzetten' tot een christelijke wijsbegeerte gegeven. Velen hebben aan het werk van deze geleerden veel te danken. Ook zij, die kritiek op hun wijsbegeerte hebben, zullen nooit kunnen nalaten allereerst hun waardering te uiten.
Het schrijven over een groot man heeft haast altijd iets overbodigs.
Wat je schrijft, is meestal op een of andere wijze al eens gezegd.
Toch lijkt het me goed Dooyeweerds tachtigste verjaardag aan te grijpen om de aandacht op zijn werk te vestigen.
Vooral toen Dooyeweerd zeventig werd en een jaar later afscheid nam als hoogleraar in aktieve dienst, is er veel over hem en over de Calvinistische wijsbegeerte geschreven. Twee jaar eerder had prof. Vollenhoven, evenals Dooyeweerd vanaf 1926 hoogleraar aan de V.U. al afscheid genomen. Was Vollenhoven meer histiricus en vooral bezig met de griekse wijsbegeerte, Dooyeweerd hield zich hier ook wel mee bezig, maar hij heeft voornamelijk naam gemaakt door zijn systematische uiteenzetting van de Calvinistische wijsbegeerte.
Beide hoogleraren stelden en toonden steeds weer aan. dat elke wijsbegeerte en alle vakwetenschappen een bepaald religieus uitgangspunt kennen. Vaak wordt dit uitgangspunt niet met zoveel woorden gesteld. Vaak is het impliciet aanwezig. Soms wordt het levensbeschouwelijke uitgangspunt van bepaalde filosofieën en vakwetenschappen expliciet onder woorden gebracht. Veel marxistische filosofen en andere wetenschapsbeoefenaren stellen tegenwoordig heel duidelijk, dat zij van bepaalde vooroordelen uitgaan.
Meestal zeggen deze marxistische denkers er direkt bij, dat hun wijze van wetenschapsbeoefening de kritische wetenschapsbeoefening bij uitstek is.
Nu is het niet te ontkennen, dat de marxistische wijze van filosoferen en van wetenschap beoefenen een kritische wijze is. Maar het is niet de enig kritische manier van wetenschap bedrijven.
Iemand, die ergens een kritische bespreking van geeft moet natuurlijk wel een eigen standpunt hebben van waaruit hij zijn kritiek met argumenten sterk weet te maken. Anders wordt het wetenschappelijk gebabbel.
Kritiek op de samenleving, op gangbare wijsgerige en wetenschappelijke gedachten vooronderstelt een eigen uitgangspunt.
Het is ook van belang uitgangspunt of levensbeschouwelijke vooroordelen zo duidelijk mogelijk te formuleren. In zulke gevallen kan men spreken van een bepaalde vorm van kritische wetenschapsbeoefening.
In de jaren twintig en dertig begonnen Dooyeweerd en Vollenhoven hun wijsbegeerte te ontwikkelen en reeds toen beklemtoonden zij dat een zgn. 'neutrale' wijsbegeerte en wetenschapsbeoefening onmogelijk is. Tegenwoordig zullen de marxisten dit standpunt ogenblikkelijk bijvallen (en vervolgens op hun eigen wijze uitwerken), maar veertig jaar geleden stond 'de neutrale wetenschapsbeoefening' hoog genoteerd.
Het was een ideaal, dat door veel filosofen en andere wetenschapsbeoefenaars werd verdedigd.
Dooyeweerd c.s. gingen hier scherp tegenin. Wordt tegenwoordig alom geroepen om een kritische wijze van wetenschap bedrijven, Dooyeweerd was hierin zijn tijd ver vooruit. Hij wilde op kritische wijze filosoferen en hij gaf het woord "kritisch' ook een duidelijke inhoud. Hij wilde enkele 'aanzetten' geven voor een echt christelijke wijsbegeerte. Een rechte verhouding tot God is volgens hem een voorwaarde om zo goed mogelijk zicht op de door God geschapen werkelijkheid te kunnen krijgen.
Dit uitgangspunt blijkt van grote waarde te zijn: de vele wijsgerige stromingen en de storvloed van literatuur heeft hij mede daarom evenwichtig kunnen verwerken en bespreken. De dóórwerkende kracht van de bijbelse boodschap, zoals die kort geformuleerd tot uitdrukking wordt gebracht in de woorden "schepping, zondeval en verlossing door Jezus Christus in gemeenschap met de Heilige Geest", geeft Dooyeweerds filosofie een radikale inslag.
Hij wil geen synthese met nietchristelijke filosofieën. Hij wil een filosofie, die er naar streeft radikaal (= in de wortel) christelijk te zijn.
Radikaal-kr-itisch in de betekenis van radikaal-christelijk betekent volgens Dooyeweerd niet alleen een kritische bespreking en stellingname (waar nodig) t.a.v. andere filosofieën. Hij bedoelt er in de eerste plaats een permanente zelfkritiek mee. Steeds stelt hij zichzelf de vraag of zijn uitgangspunt wel voldoende en op de juiste wijze in de rest van zijn filosofie uitgewerkt wordt.
In het bovenstaande werd gezegd, dat Dooyeweerds filosofie een radikale inslag heeft. Nu horen schering en inslag bij elkaar. Het gaat Dooyeweerd niet slechts om het zo scherp mogelijk markeren van zijn eigen filosofie tegenover die van anderen. Hij beoogt meer.
Het zo kritisch mogelijk nadenken over eigen uitgangspunten van filosoferen en de uitwerking ervan, geeft hem tevens de mogelijkheid om zo eerlijk mogelijk in diskussie te gaan met anders gezinde denkers.
Is de inslag van Dooyeweerds filosofie christelijk in uitgangspunt en in het streven naar een zo goed mogelijke uitwerking ervan, de 'schering' van zijn filosofie is gericht op het gesprek met anders denkenden: hij is er op uit om 'waarheidselementen" in de filosofieën van anderen te onderkennen en aan te grijpen voor een gesprek. Het gesprek met andere wijsgerige stromingen is niet een marginale zaak, maar een levensnoodzaak voor de Calvinistische wijsbegeerte, Dooyeweerd heeft dan ook kontakten op niveau onderhouden, nationaal en internationaal. De christelijke wetenschapsbeoefening bergt een boodschap in zich.
Het zoeken naar kontakten met zo veel mogelijk niet-christenen behoort voor ons een noodzakelijke uitdaging te zijn. Mede hierom verdedigde Dooyeweerd bij zijn promotie in 1917 de stelling, dat het met het oog op het nationaal karakter van de V.U. beter zou zijn als men de aan de promovendi gestelde eis, dat zij met de grondslag van de V.U. moesten
instemmen, zou laten vallen. Dit
is intussen gebeurd. maar Dooyeweerd verdedigde het reeds in 1917.
Dit is schering en inslag van zijn wijsbegeerte: een autentiek christelijk uitgangspunt zo duidelijk mogelijk uitwerken, opdat er een zo eerlijk mogelijke diskussie met andersdenkenden kan plaats vinden.
Is de Calvinistische of reformatorische wijsbegeerte een aan werfkracht winnende of een aflopende zaak? Ik waag me niet aan voorspellingen.
Onkunde gemengd met verkeerde interpretaties van deze wijsbegeerte geven aanleiding tot misverstanden.
Ei' wordt soms zeer schamper over de reformatorische wijsbegeerte gesproken. Ik ga aan deze bezwaren voorbij, omdat het mij in dit artikel gaat om de christelijke wijsbegeerte als een wezenlijk kritische wijsbegeerte en dat betekent allereerst zèlfkritiek.
Erger is het daarom, dat vanuit de Calvinistische wijsbegeerte niet-geestverwanten wel eens te fel afkrakend bejegend zijn. Behalve mensen, die religieus een andere richting inslaan en zich vrijwel noodzakelijkerwijs steeds meer van de Calvinistische wijsbegeerte vervreemden, zijn er ook mensen die door het optreden van vertegenwoordigers van deze filosofie van haar vervreemd zijn.
Wat dit betreft is er van de kant van deze filosofie iets goed te maken.
Een gevaar dat de Calvinistische wijsbegeerte bedreigt, is het" epigonisme.
Originele denkers krijgen haast altijd leerlingen. Ook Dooyeweerd en Vollenhoven kregen die. Leerlingen kunnen gemakkelijk epigonen worden. d.w.z. mensen die de voetsporen van de leermeesters drukken. Zij dwepen met de woorden van de meester.
Wij noemen voorbeelden. Door nauwkeurig wijsgerig en diepgaand vakwetenschappelijk onderzoek is Dooyeweerd gekomen tot zijn visie op de aspekten van de werkelijkheid, ook wel wetskringen genoemd. Ook heeft hij in de geschiedenis van de wijsbegeerte bepaalde grondmotieven aangewezen. Hij heeft schematiserend in zijn studies 'aanzetten' gegeven voor een verdere bestudering van deze problemen.
Leerlingen die epigonen worden, gaan bij deze schema's leven. Deze schema's worden herhaalt en nog wat uitgebreid, maar dat is een aktiviteit die niet naar de geest van de leermeester is De kunst is niet om bekende schema's te gebruiken. De uitdaging is om steeds opnieuw met Gods schepping bezig te zijn en dit met behulp van de huidige stand van de vakwetenschappen zo goed mogelijk te verantwoorden; op verschillende punten waarschijnlijk heel anders dan Dooyeweerd deed.
Epigonen lopen het gevaar origineel denkwerk tot een starre schematiek te maken. Dat is verbijsterend.
De kunst is iets te ontraadselen van de dynamiek van de vele ontplooiingsmogelijkheden van Gods schepping. Dat roept verwondering op.
Steeds opnieuw.
Omzien in verwondering naar het vele werk dat door originele leermeesters is geleverd, stimuleert om verder te gaan op de ingeslagen weg van de christelijke wijsbegeerte en wetenschapsbeoefening, opdat we ons steeds weer verwonderen zullen ...