Vervreemding en vreemdelingschap
1974-10-04
• PERSPECTIEF - Jaargang 18
- nummer 36
Maar geeft deze fundamentele zienswijze ook perspectief bij de oplossing van de moderne menselijke problematiek? Kunnen wij volstaan met te stellen dat de vervreemding zal zijn opgeheven indien de mens zich weer zijn mens-zijn bewust wordt, d.i. indien de mens zich in zijn relatie tot de naaste afhankelijk weet van de relatie met zijn Schepper die tegelijkertijd zijn Vader wil zijn?
Volgens Marx zal de vervreemding zijn opgeheven als de mens in vrijheid kan arbeiden en in vrijheid kan beschikken over het werk van zijn handen. Indien er een samenleving komt waarin er geen meester en geen knecht meer zal zijn. In zulk een maatschappij heeft de mens geen god meer nodig omdat de mens geen reden meer heeft om een vastheid te zoeken in iets dat niet van deze wereld is.
In zijn bekende boek "De eendimensionale mens" heeft de neo-marxist Marcuse ernstige twijfels geuit over de zienswijze van Marx ten aanzien van de toekomst. Volgens Marcuse heeft het kapitalisme geleid tot het ontstaan van een soort mensen die slechts geïnteresseerd zijn in een welvarend leven. De arbeiders hebben zich neergelegd bij de bestaande kapitalistische ordening en proberen binnen deze structuur hun positie te verbeteren. De gewone arbeider is niet voor een andere maatschappij. Het onderscheid tussen de klassen is verdwenen en de leiders van het productieproces weten dat de arbeiders bereid zijn om alles te geven voor het bereiken van een welvarende positie. Vandaar dat Marcuse van mening is, dat ten bate van de toekomst van de samenleving. een kleine groep van mensen de revolutie moet ontketenen. De grote massa is daartoe niet meer in staat. De revolutie moet door een revolutionair aristocratendom in beweging worden gesteld.
Op het eerste gezicht kan hier een verbinding met het christelijk denken worden gelegd. De kerk moet a.h.w. de omwenteling leiden doordat aan de kerk het Woord is toevertrouwd. En in zekere zin is dit ook waar. De kerk zal hierin revolutionair dienen te zijn, dat in de prediking steeds wordt gesteld dat de bestaande ordeningen ook onderworpen zijn aan de keur der goddelijke normen. Een kerk die kiest voor de bestaande situatie kan wel getrouw lijken, maar de bijbel vraagt van de kerk een kritische evaluatie van al het bestaande.
En deze kritische evaluatie is niets anders dan een uitdrukking van het geloof, dat wij hier geen blijvende stad hebben en dat de overste van deze wereld uteindelijk het onderspit zal moeten delven.
• TWEE POLEN
Wie over deze dingen nadenkt is a.h.w. altijd gevangen tussen twee polen.
Aan de éne kant bidt de kerk om de spoedige komst van onze Here Jezus om de schepping over te dragen aan de Vader. Aan de andere kant bidt de kerk met bewogenheid of God in Zijn genade de wereld nog kansen wil geven. Aan de éne kant een drang naar het einde: aan de andere kant vragen om uitstel vanwege het lot van vele mensen.
In beide gevallen moet het de kerk volkomen ernstig zijn.
In deze zin heeft de kerk wel een antwoord te geven op het vraagstuk van de vervreemding, De kerk zal verkondigen dat de uiteindelijke vervreemding zal zijn verdwenen wanneer de Here Jezus al de zijnen heeft overgedragen aan de Vader en de Vader al de zijnen een plaats heeft bereid op de nieuwe aarde waar gerechtigheid zal wonen.
Maar tegelijker tijd zal de kerk ook moeten verkondigen de mogelijkheid om in deze bedeling iets te laten zien van dit perspectief. In deze zin zal de kerk ook moeten pleiten voor een continuïteit in de ontwikkeling van deze bedeling naar de nieuwe bedeling.
De kerk heeft een blijde boodschap voor deze wereld ook als het gaat om de vervreemde mens. De kern van deze boodschap voor het gehele mensengeslacht is de vergeving der zonden. Slechts het geloof in deze vergeving geeft aan deze wereld perspectief.
Deze vergeving heeft betrekking op de overtredingen van ieder individueel maar ook de collectieve schuld van de mensheid. Het geloof in de vergeving zal tot gevolg moeten hebben, dat de verhouding tot de naaste voor een ieder onderworpen is aan de geboden voor de betrekking tot de naaste. Maar tegelijkertijd zal dit geloof gevolgen hebben voor de inrichting van de samenleving. De maatschappelijke structuur die niets anders is dan een complex van menselijke relaties staat niet los van het werk van Christus. Christus verzoent de wereld met God.
Waar dus de vergeving zich richt op het mens-zijn werkt deze toch ook door in de samenleving waarin het mens-zijn als op-elkaar-betrokken-zijn gestalte krijgt.
En niet zoals de zondeval zijn verwoestende invloed heeft gehad op de ordeningen in deze wereld, zal ook de vergeving als fundamentele kracht in de geschiedenis der mensheid ook ten aanzien van de structuren werkzaam zijn.
Nu is het genoegzaam bekend dat het bij de vergeving nimmer mag gaan om algemeenheden. Het gaat om concrete overtredingen waarbij de gevolgen van de overtredingen niet altijd uit de wereld worden geholpen. Alhoewel door menselijke activiteiten de pijn van gevolgen kan worden verminderd.
Indien er sprake is van de zonde van de vervreemding, dan vraagt het geloof in de vergeving dat de mens zich bekeert tot zijn God en zijn Schepper en daarin voortdurend de grens tussen schepsel en Schepper respecteert. Deze respectvolle houding ten aanzien van de Schepper betekent niets anders, dan dat de mens bereid is de norm voor het mens-zijn en de norm voor het handelen niet te vinden in de geschapen werkelijkheid, maar te ontlenen aan de boventijdelijke boodschap van God de Vader en Onderhouder aller dingen. Doordat de mens de distantie tussen God en mens niet heeft gerespecteerd is hij vervreemd van de Oorsprong en heeft daarom het zicht op de oorspronkelijke zin van de schepping verloren. Dit verlies heeft hem ook het juiste inzicht in de verhouding tot zowel de medemens als tot de gaven in de schepping gekost.
Vandaar dat bekering gevolgen moet hebben voor de houding van de mens tot zijn naaste en voor de houding van de mens tot de in de wereld gelegde ontplooiingsmogelijkheden.
Daarbij is het gevaar groot, dat men veelal onbewust onbijbelse motieven introduceert. Want hoe moet de relatie tussen mensen zijn en met name de relatie binnen het kader van het maatschappelijke voortbrengingsproces?
• HET GEZAG
In het denken van Marx spelen de eigendomsverhoudingen de beslissende rol, wat in de praktijk betekent dat ook het gezag ter discussie wordt gesteld. In een maatschappij zonder vervreemding is de mens zich zelf tot norm en is zijn vrijheid volkomen. Er is geen gezag, omdat het gezag niet meer noodzakelijk is. De functie van het gezag als bescherming van de bezittende klasse is verdwenen.
Het is niet ondenkbaar, dat ook bij ons de idee wordt gevonden dat de vervreemding ontstaat doordat de mens geen baas meer over zich zelf is. Hij wordt gemanipuleerd door de gezagsdragers en raakt daar door vervreemd.
Maar door opheffing van het gezag in de onderlinge verhouding der mensen lost men niets op. Wel door de opheffing van verkeerd gerichte gezagsuitoefening.
Indien er ernst wordt gemaakt met het vraagstuk van de vervreemding, dan zal er in het christelijke kamp ook moeten worden doorgestoten tot de fundamentele categorieën van het mens-zijn. Het valt buiten het bestek van dit artikel om hierop breed in te gaan.
Naar het mij voorkomt zijn er twee grondbegrippen van belang t.w. gezag en verantwoordelijkheid.
Het gezag is naar bijbelse opvatting door God ingesteld mede vanwege het feit dat alle mensen niet gelijkelijk met capaciteiten zijn begiftigd. Dit gezag is zinvol indien er sprake is van een leiding in het proces van ontwikkeling van de geschapen werkelijkheid. Het gezag heeft daarom ook een verantwoordelijkheid tegenover de Schepper maar ook tegenover allen die in deze ontwikkeling deelnemen.
Wil het gezag tot ontplooiing kunnen komen naar zijn aard, dan moet het gezag gericht zijn op de ontwikkeling van de mogelijkheden van elk mens om binnen het raam van zijn mogelijkheden verantwoordelijk!
heden te dragen.
In deze zin kan men spreken van een vervreemd mens als iemand die wordt belet om zich voor zijn mens-zijn verantwoordelijk te voelen.
De kerk zal nimmer het pleit mogen voeren voor een maatschappij zonder gezag; de kerk zal de zinvolheid van het gezag juist moeten beklemtonen als wapen tegen de vervreemding. Daarbij zal de kerk de bestaande gezagsverhoudingen ter discussie dienen te stellen. met name als het gaat om de vraag in hoeverre de bestaande gezagsverhoudingen een harmonieuze ontwikkeling van de geschapen werkelijkheid blokkeren. Harmonieus in deze zin dat men op zoek is naar een samenleving waarin de menselijke verantwoordelijkheid, hetzij individueel hetzij collectief tot recht kan komen.
De Schrift leert ons dat in deze bedeling ook de ongerechtigheid tot volle ontplooiing moet komen en dat er in deze bedeling altijd s[rake zal zijn van het verloren paradijs. Maar de kerk zal wel de omgangsregels die zullen gelden voor het beloofde land nu al moeten formuleren om daarmede de wereld tot jaloersheid te verwekken. De christen kan niet veel meer doen dan tegenover de wereld het bijbels ideaal te stellen. Maar toch blijft God mogelijkheden geven aan ons en aan deze wereld om naar dit ideaal te streven.
Het marxistisch socialisme is een visioen van vrijheid, van spontane samenwerking, van zelfbepaling door de bewuste mens die bevrijd is van elke afhankelijkheid. De kerk profeteert dat de vrijheid, de spontane samenwerking alleen maar gevonden kan worden indien de mens zich bewust is en bewust zal blijven van het werk van Christus en dat elke ontkenning van de genezende werking van dit geloof de samenleving tot een verzameling van volledig vervreemde mensen zal maken.