Trieste verdeeldheid
1974-10-04
- Jaargang 18
- nummer 36
C. VEENHOF
In het Ref. Dagblad schreef de heer J. van Oort, de redactie-secretaris van het maandblad "De Reformatorische School" een paar artikelen over de ontstellende versnippering van de organisaties van geref. scholen, onderwijzers en leraren.
Hij noemt de volgende geref. onderwijzers- en lerarenorganisaties.
De GOLV (Geref. Onderwijzers en Lerarenvereniging) leden ervan behoren tot de Geref. Gemeente (voornamelijk) en verder tot de Geref. Bond in de Ned. Herv. Kerk, de Chr. Geref. Kerken, de Oud-Geref. Gemeenten; orgaan is "De Reformatorische School"; ledental ruim 600.
De GVOLK (Geref, Ver. van Onderwijzers, Leraren en Kleuterleidsters), leden ervan behoren allen tot de Vrijgem. Geref. Kerken (binnen verband) ; orgaan "Woord en School"; ledental ± 600.
De GVOL (Geref. Ver. van Onderwijzers en Leraren); leden ervan behoren tot de Vrijgemaakte Kerken (binnen- èn buiten verband); orgaan: "Gereformeerd Schoolblad"; ledental?
De VCO (Vereniging van Christelijke Onderwijzers); leden ervan behoren tot de Vrijgemaakte, de (synodaal) Geref. Kerken, de Geref. Bond in de Ned. Herv. Kerk, de Chr. Geref. Kerken; orgaan "De School met de Bijbel"; ledental ± 200.
De KLS (Kontaktvereniging van Leerkrachten en Studerenden op Geref. Grondslag); leden behoren tot "de Geref. Gem. in Nederland" (de kerken die dr Steenblok volgden); orgaan "Criterium"; ledental rond 100.
Dat zijn er vijf!
De massa van de chr. onderwijzers en leraren is georganiseerd in een aantal organisaties die onlangs samengebundeld zijn in de Personeelsraad van het Chr. Onderwijs.
De PCO die ongeveer 25.000 leden telt.
De heer Van Oort schrijft daarover het volgende: Op de feestvergadering ter gelegenheid van de oprichting van de PCO (in mei van dit jaar) stond zelfs de bekende doorbraakman dr J. J. Buskes die als spreker uitgenodigd was, verbaasd over het principieel gehalte van deze bijeenkomst. Hij vroeg zich af of hijzelf, die vroeger nooit op vergaderingen van christelijke organisaties mocht spreken - nu veranderd was, of dat de christelijke organisaties anders waren geworden.
De zangkunst van Liesbeth List was het meest in de smaak vallende onderdeel van de bijeenkomst. Zelfs Buskes had hier meer geestelijke achtergrond verwacht. Hij vermoed de terecht grote onzekerheid bij de leerkrachten over het eigenlijke doel van de christelijke school. "Ik voel me hier als een christelijke kruidnagel in een nauwelijks als christelijk te herkennen feestpudding", aldus Buskes.
Van het geringe principiële gehalte der algemeen-christelijke organisaties zouden vele voorbeelden te noemen zijn. Een heel recent exempel is wel dat van het PCBO-lid Los, een leraar godsdienstonderwijs te Zwolle. Hij is door zijn schoolbestuur ontslagen, omdat hij lid is van de volstrekt atheïstische CPN.
Barnhoorn, de voorzitter van de PCBO, houdt deze communist de hand boven het hoofd. Het leraarschap aan een christelijke school is naar zijn mening met het lidmaatschap van de CPN "niet onverenigbaar".
Hier wordt door de PCBOleider een koers gevaren die spot met alle Schriftuurlijke principia!
De heer Van Oort signaleert tegenover het benauwende verschijnsel van de verdeeldheid tussen de scholen, de onderwijzers en leraren die pretenderen gereformeerd te zijn. Het is een gescheidenheid die zelfs zo verlammend werkt, dat in het gehele onderwijsgebeuren met de groepen van Gereformeerde signatuur nauwelijks rekening wordt gehouden. En wie weet van de vele (vaak gevaarvolle) vernieuwingsbewegingen in het onderwijs, zal deze gescheidenheid met des te meer teleurstelling constateren.
In hevige mate is ons onderwijs op drift geraakt. Onderwijsplanners verbonden aan allerlei instituten of werkzaam aan universiteiten geven aan de lopende band nieuwe ideeën en eerste konkretiseringen van nieu; we zienswijzen. Maar in toenemende mate dragen deze vernieuwingsideeën een stempel dat gekleurd is door een socialistische visie. Het gevaar van een staatspedagogiek waarin ook het christelijk onderwijs wordt opgeslokt, is zeker niet denkbeeldig.
Of voor wie het minder verontrust wil zien: in ieder geval draagt hetgeen door onderwijsplanners naar voren wordt gebracht een zogenaamd "neutraal" maar daarmee onbijbels stempel. Vanuit de hoek van het algemeen prot.-chr. onderwijs wordt aan dit alles weinig of geen tegenspel geboden.
Slechts een enkel protestgeluid weerklinkt.
Een zekere samenwerking is er wel, maar in een voor de deelnemers geheel vrijblijvende vorm. Zo nu en dan wordt in Amersfoort een contactvergadering belegd, waarin enkele verenigingen van Gereformeerde signatuur met elkaar samenspreken.
Iets concreets is er uit deze zgn. "club. van Amersfoort" nog niet gegroeid. Wel heeft men elkaar wat leren kennen. Ook heeft voortdurend uitwisseling van de door de verschillende verenigingen uitgegeven bladen plaats.
Gezien de nood in het christelijk onderwijs - en daar niet alleen valt er te pleiten voor meer samenwerking onder Gereformeerde belijders. Zoveel mogelijk zal eendrachtig naar wegen gezocht moeten worden om gezamenlijk te komen tot voor het onderwijs op Gereformeerde grondslag verantwoorde leerboeken.
Juist hieraan bestaat een toenemend gebrek. Uitgevers zien het meest in neutrale of algemeen christelijke methodes, omdat slechts daarvoor een winstgevende markt te verwachten is. Hier en daar zijn aanzetten aanwezig om verantwoord materiaal uit te geven, maar tot nu toe zijn de initiatieven verbrokkeld.
Er worden de laatste jaren overal in ons land reformatorische scholen opgericht. Nu gebeurt dat vaak, om-· dat in veel plaatselijke scholen het christelijk element dermate verwaterd is. dat ouders of kerkeraden zich genoodzaakt zien tot oprichting van een nieuwe school, een "reformatorische" school. Wanneer dit vanuit deze motieven gebeurt, is dat een verheugende zaak. Het is immers een gelukkige omstandigheid dat ouders er bewust voor kiezen, hun kinderen op te voeden naar de beginselen van de Reformatie en daarom hun school sieren met het predikaat "reformatorisch".
Typerend is, dat deze aanduiding In bredere kring gebruikt" wordt. Zowel in publikaties van de VCO als in die van GOLV en KLS. Dit zou een gezamenlijk aanknopingspunt kunnen zijn, waarop allen aanspreekbaar zijn. Of wordt dit begrip "reformatorisch" in verschillende kring anders gevuld? Het woord "refomatorisch" is de laatste tijd plotseling gaan fungeren als een herkenningssteken. Het is de aanduiding geworden van een bepaalde groep. Een onderscheidingsteken voor een Gereformeerd volksdeel, dat zich hiermee wil afbakenen tegenover hen die "algemeen" protestants-christelijk zijn. De namen Christelijk of Gereformeerd bleken een niet meer juiste klank te hebben.
Nu is deze naam die aanduidt dat men leven wil uit de centrale begrippen van de Reformatie (en óók van de Nederlandse Nadere Reformatie) een waardevolle naam. Hier., mee wil positie gekozen worden tegenover allerlei in kerk en samenleving dat zich van de reformatorische beginselen af beweegt.
Het gebruik van de naam "reformatorisch" bevat echter ook een gevaar.
Het zou gebruikt kunnen worden om een zekere groepsidentiteit aan te geven, een groepsbewustzijn dat los staat van het geheel. Dat zou weinig reformatorisch zijn, omdat de Reformatie van het begin aangelegd is geweest op het geheel, en beslag wilde leggen op heel het volk en heel het leven.
Wanneer we allen terugkeerdon naar de centrale gedachten an de Reformatie zou dat een goede basis tot eenheid zijn. In de Reformatie ging het er om de Heilige Schrift weer centraal te stellen. Het Woord Gods in het middelpunt, als regel voor geloof en leven. Het ging om de kernvraag van een genadige verkiezende God voor zondige verloren mensen; het ging - speciaal in de Calvijnse Reformatie - om de heiliging van heel het leven, om te leven voor Gods aangezicht.
Wanneer we ons allen willen laten gezeggen door wat het in feite betekent zich "reformatorisch" te noemen, zou veel gescheidenheid opgelost kunnen worden. Of eigenlijk beter gezegd: wanneer we ons allen laten gezeggen door wat het Woord ons leert. Dan zou er echt uitzicht zijn, ook voor de verdeeldheid in het Gereformeerd-reformatorisch onderwijs.
Zal dit een vrome wens blijven?
Of zal men eindelijk, eindelijk eens werkelijk bekommerd worden over de afschuwelijke zonde van de verdeeldheid?
Onbegrijpelijk
Over de communistische leraar in Zwolle en de reaktie van de heer Barnhoorn daarop schreef het Friesch Dagblad onder bovenstaand opschrift het volgende: In Zwolle werd een leraar aan een Christelijke school, leraar voor het godsdienstonderwijs, lid van de communistische partij.
Dat is onbegrijpelijk.
Immers, het communisme, zoals dat politiek ook in Nederland gestalte kreeg, heeft een wijsgerige basis.
Het is gebaseerd op het historisch materialisme. Dat is een wijsgerig stelsel, waarin geen enkele plaats is voor het geloof in een Almachtig God en Zijn voorzienig bestel. De culturele bovenbouw, waarbij ook de Godsdienst wordt gerekend, wordt volgens het historisch materialisme bepaald door de materiële benedenbouw. Dit historisch materialisme is altijd en volstrekt logisch en noodzakelijk atheïstisch.
Ook in Nederland heeft de communistische partij herhaaldelijk verklaard dat "haar moraal wortelt in de wereldbeschouwing van het dialectisch materialisme".
In de tweede plaats is de communistische partij voorstandster van de totalitaire staat, zoals die in alle communistische landen tot uitdrukking komt. Zij wijkt daarbij af van de oorspronkelijke gedachte van Marx, dat in de communistische wereld de staat als vanzelf zou afsterven.
Overal, waar het communisme zich van de macht heeft meester gemaakt, heeft in zulle een totalitaire staat de partij de hoogste macht.
Het is overal en altijd partijdictatuur.
Voorts, in de derde plaats, probeert het communisme zijn ideaal te verwezenlijken langs de weg der revolutie.
Dat is voor het communisme tenslotte de enige weg, waarlangs iets definitiefs te bereiken valt.
Fm eindelijk vraagt elke communistische partij, ook die in Nederland, van haar loden een volstrekt disciplinair gedrag. Zodra de partijlijn is vastgesteld, is die voor allen bindend, Inbreuk op de discipline kan van niemand geduld worden, van de parlementaire vertegenwoordigers of vooraanstaande functionarissen evenmin als van de gewone leden.
Het is dan ook een volstrekt onwezenlijke gedachte, te denken, dat er binnen het kader van de communistische partijorganisatie ruimte zou zijn voor het tot gelding brengen van een Christelijke boodschap.
Het bestuur van de Christelijke school, waar de betrokkene net een vaste aanstelling had gekregen, toen hij lid werd van de CPN, heeft deze leraar ontslag aangezegd.
De rechtspositie van leerkrachten bij het bijzonder onderwijs is wettelijk geregeld. Zij kunnen tegen een ontslag in beroep gaan bij een onafhankelijke commissie, waarvan de helft van de leden wordt gekozen door de schoolbesturen en de andere helft door de leerkrachten.
Maar de heer C. Barnhoorn. voorzitter van de PCBO (Prot. Chr. Bond voor Onderwijzend Personeel) heeft in zijn kwaliteit zich gehaast in Trouw bekend te maken. dat het lidmaatschap van de communistische partij als zodanig geen redén mag en kan zijn voor ontslag aan een School met de Bijbel.
Ook dat vinden wij onbegrijpelijk.
Of - misschien ook niet, gelet op allerlei "ontwikkelingen", die zich bij het Protestants-christelijk onderwijs voordoen.
Over deze zaak komen we D.V. nog terug