Gestalten uit de boeken Samuël

1974-10-11
  • Jaargang 18
  • nummer 37
Absalom - het heeft geen zin, de Davids-regering te gaan idealiseren.
Daarvoor zijn de gebrekkigheden ervan te duidelijk naar buiten getreden. "Het zwaard zal van uw huis niet wijken" - had Nathan de profeet gezegd, nadat David van dat zwaard .een afschuwelijk gebruik gemaakt had tegen Uria, de man van Bathseba.
En inderdaad, het zwaard is van Davids huis niet geweken. Het heeft gewoed onder de zonen van dat huis. "Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, als broeders ook tezamen wonen" zegt de psalm (133), maar in Davids huis is die liefelijkheid ver te zoeken geweest.
Alsof de boze alle zonen van David wilde weg hebben.
Is het ook niet waarschijnlijk, dat hij dat wilde? Als toch immers de messiaanse belofte, die aan Davids huis was toegezegd, iets met die zonen te maken had? "Uw nakomeling, uw eigen zoon, zal Ik na u op uw troon doen zitten, en Ik zal zijn koningschap bevestigen."
(2 Sam. 7 : 12) - lezen we.
Absalom, de eigen zoon, heeft óók de troon van zijn vader David gehaald.
Maar dat was een volstrekte parodie op de messiaanse belofte.
Wat heeft Absalom met de Here Christus te maken? Wat heeft 't stro met het koren gemeen?
om het in profetentaal te zeggen.
Toch moeten we zeggen, dat in de latere koningentijd wel meer deugnieten uit het geslacht van David op de troon in Jeruzalem gezeten hebben, die niettemin schakels waren in de ketting van David naar Christus.
Maar aan Absalom heeft God voorbeeldig laten zien, dat Hij aan zulke deugnieten geen welgevallen heeft, al laat Hij ze soms in het begin in de N.T.-kerk aan hun hele leven begaan. Zoals God de straf over Ananias en Saffira voorbeeldig heeft laten zien, dat Hij alle huichelaars verfoeit, al denken ze misschien dat ze 't met hun bedrog ver kunnen brengen.
In het lot van Absalom zit dus iets van een gelijkenis. Absalom is beeld van de opvolger die 't verprutst, waarschuwing, dat het zoon van David-zijn geen enkele garantie inhoudt. Daar kun je nog best een rot-jongen voor zijn zoals de latere geschiedenis bewijst.
In het koninkrijk van God beslissen geen titels noch hoge komaf. Gelukkig maar!

Maar nu toch iets over Absalom zelf. De bijbel beeldt hem zorgvuldig uit, maar opmerkelijk genoeg, niet op de wijze van een karakterbeschrijving: hij was zus, hij was zo. De bijbel heeft duidelijk niet zoveel belangstelling voor het karakter van de mens, waarschijnlijk omdat je via een karakterontleding iemand wel gemakkelijk kunt vastpinnen op z’n eigenschappen, zodat-ie eigenlijk geen ruimte van handelen meer overhoudt. De bijbel blijft liever aan de voorzichtige kant door een mens in z’n optreden te laten zien, waarbij de mogelijkheid om het anders te doen, om zich te veranderen, openblijft. Dat is barmhartig.
Zo doet de bijbel ’t ook bij Absalom. ’n Paar voorbeelden. In een bepaald verband heeft prins Absalom Joab nodig om een boodschap voor hem te doen.
Daartoe ontbiedt hij Joab, een man die toch een stuk ouder is dan hij. Joab heeft dan ook helemaal geen zin om te komen, temeer omdat hij wel weet waarvoor Absalom hem gebruiken. 'n Ander detail. Van Absalom wordt verteld, dat hij erg knap was. Maar dan, in dat verband komt, 't beeld van de ijdeltuit.
"Wanneer hij z'n hoofdhaar liet afscheren - hij. liet 't aan het einde van elk jaar afscheren; omdat 't hem te zwaar werd, liet hij het afscheren - dan liet hij het haar van zijn hoofd wegen: tweehonderd sikkels, naar het koninklijke gewicht." (een paar kilo).
Wat ijdel, nietwaar, dat laten we gen van dat haar! Lange, mooie, zware lokken, neem ik aan, dat wel, maar om dat nu te gaan uitwegen!
Wat eigenaardig ook van de bijbel om dat te vertellen. Zou dat niet ook spottend bedoeld kunnen zijn, het vermelden van het gewicht van dat afgeknipte haar? Wel zwaar trouwens, het lijkt wel of alle gewicht van Absalom in z’n haar ging zitten, dat dan ook nog elk jaar werd afgeknipt. Gewicht heeft namelijk in de bijbel, net als bij ons, een dubbele betekenis: gewicht en gewichtigheid. Alle Koninklijke gewichtigheid werd Absalom jaarlijks van het hoofd geknipt! Zo was Absalom nog lichter dan z’n ijdelheid, lucht in een weegschaal afgewogen.

Maar een derde trekje, dat ik nu uit het bijbelverhaal over Absalom naar voren wil brengen, is minder onschuldig, ronduit gevaarlijk.
Dat is deze enormiteit, die we uit z'n mond noteren: "Stelde men mij maar als rechter in het land aan." (2 Sam. 15: 4) Dit is een gevaarlijke domheid, om te verlangen naar het ambt van rechter. Dat is nu zelfoverschatting!
Hier moet ik denken aan die andere zoon van David, Salomo.
Wanneer hij, een jongeman nog, koning wordt, voelt hij zich verlegen, juist vanwege die moeilijke taak, die nu op hem afkomt, recht spreken! "Geef dan, zo bidt hij, uw knecht een opmerkzaam hart, opdat hij uw volk richte door te onderscheiden tussen goed en kwaad, want wie zou in staat zijn, dit uw talrijke volk te richten?" (1 Kon. 3 : 9).
Het was Salomo's wijsheid, te vragen om wijsheid. Juist voor de moeilijke taak van de rechtspraak.
Deze wijsheid kreeg hij dan ook, naar 't woord van Jezus: wie heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben.
Maar Absalom's grootste dwaasheid is geweest, de rechtspraak te begeren. Stelde men mij maar als rechter aan in het land! Dit is precies het omgekeerde van de vermaning tot voorzichtigheid van Jezus in de bergrede: oordeelt niet, opdat ge niet geoordeeld wordt. Jezus wil niet zeggen, dat 't nooit mag. 't Moet wel eens, je wordt er wel eens toe geroepen .. Dat is moeilijk genoeg.
Maar er naar verlangen? Nee, dat is te gek. In deze domme wens hoor je het' einde van Absalom al.
Absalom, blaaskaak! Zoon van David. Is hij degene die komen zou, of moeten wij een andere zoon van David verwachten? Het antwoord is niet moeilijk.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief