Communisme en Christelijk geloof
1974-10-11
Zoals nu wel algemeen bekend is, is aan het Clusius-College te Zwolle een Ieraar-godsdienstonderwijs verbonden die lid is van de C.P.N.- Jaargang 18
- nummer 37
Het bestuur van de vereniging waarvan dit College uitgaat heeft deze leraar ontslag aangezegd. Hij zal daarin evenwel niet berusten. Bij de commissie van Beroep zal hij vernietiging van dit ontslag vragen.
vorige week citeerden we het Friesch Dagblad over deze kwestie. Ook Trouw heeft daar melding van gemaakt. In het nummer van 28 sept. gaf de schoolredactie er een beschouwing over. Ik wil die hier kort memoreren. En daarna nog wat zeggen.
Vragen van Trouw
Trouw heeft ten opzichte van dat ontslag een aantal vragen.
De eerste is deze: Kun je mensen die zeggen vanuit een christelijke overtuiging te willen lesgeven ontslaan omdat ze lid zijn van de C.P.N.? De voorzitter van de overkoepelende organisatie van christelijke onderwijzers en leraren, de heer Barnhoorn. wees er op dat er leraren zijn die zich weinig laten gelegen liggen aan de christelijke grondslag van hun school. Deze leraren behouden globaal genomen hun positie. En moet men nu leraren die wèl bewust christen willen zijn, ook al Zijn ze lid van de C.P.N. ontslaan?
Een volgende vraag luidt: Is van alle politieke partijen alléén de C.P.N. taboe voor christelijke leraren?
Er zijn ook politieke partijen die inspelenop menselijke hebzucht. Is het uitbrengen van een stem op dergelijke partijen verenigbaar met het christelijke gebod van naastenliefde?
Een derde vraag: De C.P.N. heeft een atheïstische ideologie. En de statuten van de C.P.N. zeggen duidelijk dat een lid van de partij tegen die ideologie geen propaganda mag maken. Bovendien moet je beloven onvoorwaardelijk gehoorzaam te zijn aan wat de partij voorschrijft. Dat kan toch niet? Inderdaad dat kan niet.
Maar, aldus de Trouw-redaktie, moet je de statuten van de C.P.N.
beslist zó lezen? Volgens het secretariaat van de C.P.N. bedoelden de statuten van de partij (art. 4) niet christenen te verbieden voor hun christelijke overtuiging uit te komen. Je mag best laten merken dat je christen bent, als je je lidmaatschap maar niet misbruikt voor geloofspropaganda. De ideologie van de C.P.N. is inderdaad god-loos, maar het is de C.P.N. niet begonnen om bestrijding van het christendom. Een christen die zich aansluit bij de C.P.N. stelt zich achter de politieke doelstelling van die partij.
Maar je kunt van hem niet verwachten dat hij elk deel van de leninistisch-marxistische grondslag (die immers het bestaan van God .uitsluit) voor zijn rekening neemt, aldus de uitleg van het C.P.N.-secretariaat. De heer Los - zo is de naam van de in geding zijnde leraar - zou kunnen zeggen: ik ben lid van de C.P.N., omdat die de enige partij is die naar mijn smaak echt de kant van de arbeiders kiest, maar ik ben verder met de grondslag van de C.P.N. niet getrouwd."
En wat die onvoorwaardelijke gehoorzaamheid betreft: die zou je kunnen opvatten als een wat botte formulering van de partijdiscipline die elke partij min of meer kent. Zo in de trant van: je bent geen lid om de partij te ondermijnen, als je het niet met de meerderheid eens bent kun je opkrassen.
Als de C.P.N. een christen in gewetensconflicten zou brengen kan hij altijd nog zijn lidmaatschap opzeggen.
En ten slotte leeft er bij de Trouw-redaktie nog deze vraag: Is het karakter van het Marxisme niet zó veranderd, dat het voor christenen minder moeilijk wordt zich bij een partij als de C.P.N. aan te sluiten? Er is een intensieve en hoopvolle dialoog gaande tussen marxisten en christenen.
Een kommunist als Machovee vraagt zich of of een marxist reeds bij voorbaat afwijzend moet staan tegenover een godsidee als van Rahner (god als absolute toekomst) of van Hromadka (god als grond daarvan dat de mens nooit mag kapituleren). Marxisten als Machovee en christenen als Gollwitzer lijken elkaar wel zó dicht te naderen dat het niet meer ondenkbaar is dat een christen zich in de politiek meent te moeten aansluiten bij een marxistische partij.
Met het ook op dit alles is de Trouw-redaktie van oordeel dat de vereniging voor christelijk voortgezet onderwijs in Zwolle voor een moeilijke beslissing staat!
Antwoord van communisten
Ik wil in reactie hierop iets zeggen over de situatie van de kerk in Sovjet Rusland. Daaruit wordt als van zelf duidelijk hoe het communisme, het echte, authentieke, zich verhoudt tot het christelijk geloof. Men kan daaruit ook in concreto zien hoe de aanhangers van het "leninistische marxisme" - dat ook de grondslag is van de C.P.N. - tegen kerk en christelijk geloof optreden als ze de macht in handen hebben.
Het is een gelukkige omstandigheid dat de bekende organisatie "Amnesty International", die zich het lot van ontrechten en onderdrukten aantrekt ongeacht ras, godsdienst of politieke overtuiging, in zijn "Alternatief dossier"
duidelijke en betrouwbare inlichtingen over de situatie in Rusland verstrekte. In het program "Delta" van de Avro werd daaruit onlangs het een en ander bekend gemaakt. Hier volgen enkele gegevens.
Hoe Lenin - zijn geschriften zijn voor de communisten kanoniek over kerk en godsdienst dacht blijkt o.a. uit een brief die hij op 19 maart 1922 aan het Politburo zond. Zoals bekend is besloot het communistisch regiem in Rusland alle kerkelijke goederen te onteigenen. Welnu in de genoemde brief vraagt Lenin aan het Politburo: "De meest genadeloze maatregelen te nemen om ieder verzet tegen de door hem voorgestelde verbeurdverklaring van kerkelijke eigendommen neer te slaan. We moeten ons tot iedere prijs de bron van vele miljoenen - of misschien zelfs miljarden in goudroebels toeëigenen. Het verzet van de geestelijkheid moet 210 brutaal worden onderdrukt, dat zij het zich nog zullen herinneren in de komende decenniën."
Naar dit voorschrift werd metterdaad gehandeld. In de eerste jaren na de revolutie van 1917 werden duizenden geestelijken zonder vorm van proces vermoord.
En wat de kerkelijke gebouwen betreft leest men dit: "Volgens het rapport van de procureurs van de Heilige Synode waren er in Rusland in 1905 bijna 54.000 parochiale kerken, ruim 23.000 kapellen en secondaire kerken en 1000 abdijen. Lenin en Stalin hadden dat aantal zover uitgedund, dat er in 1939 nog slechts een kleine, honderdtal kapellen en kerken waren en er geen kloosters of abdijen meer bestonden, Tijdens en na de tweede wereldoorlog kwam er een heropleving, zodat er in 1952 weer 22.000 kerken en 67 kloosters en abdijen waren, Onder Chroetsjew, tussen 1958 en 1964, werd een nieuwe anti-godsdienstige campagne gevoerd, waarbij weer kerken en kloosters massaal werden gesloten.
Men neemt aan, dat er op het ogenblik nog 4 à 5000,kerken en 12 abdijen en kloosters bestaan."
Dat wil zeggen 4 à 5000 kerken op de honderd miljoen Russisch-Orthodoxe gelovigen! Eén kerk op de 20,000 potentiële kerkgangers!
Hoe is nu de positie, hoe zijn nu de rechten der gelovigen? Agitator, het blad van het Centraal Comité der partij, schreef in 1971 vol trots: "Nergens en nooit was de vrijheid van overtuiging op zulk een consequente wijze gewaarborgd als in ons land nà overwinning van de socialistische revolutie."
Zo schreef een communistische krant. Maar als men zo'n krant leest moet men altijd vragen: wat is nu de waarheid. de werkelijkheid?
Het rapport van Amnesty International noemt drie grondwetteIijke bepalingen omtrent de godsdienstvrijheid.
Die uit de grondwet van 1918, van 1929 en de nu Relderide.
In de grondwet van 1918 wordt de burgers van Sovjet-Rusland nog "vrijheid van religieuze en anti-religieuze propaganda" gewaarborgd.
Die van 1929 beperkt deze "vrijheid" tot "vrijheid van religieuze belijdenis en anti-religieuze propaganda." Het thans geldende art. 124 luidt: "Teneinde de burger gewetensvrijheid te garanderen, is in de Sovjet-Unie de Kerk van de Staat gescheiden en de School van de Kerk. De vrijheid van eredienst en de vrijheid van anti-religieuze propaganda is aan alle burgers gewaarborgd."
Zo is voor de gelovigen niets anders overgebleven dan "vrijheid van eredienst". Hun atheïstische tegenstanders hebben daarentegen de vrijheid om met alle middelen en op alle mogelijke wijzen atheïstische propaganda te bedrijven!
En dat "mogen" betekent in feite "moeten"! Want de in de grondwet vastgelegde discriminatie van de gelovigen wordt door een aantal nadere bepalingen nog op allerlei wijze verscherpt.
Zo bepalen de statuten van de communistische partij niet alleen dat het de leden daarvan - evenals de leden van de "komsomols" - verboden is godsdienst te oefenen, maar ook dat ze verplicht zijn antireligieuze propaganda te voeren. Hieruit volgt dat een gelovige nooit lid kan worden van de partij en dus ook nooit een rol kan spelen in het politieke leven.
Zoals we vernamen zijn volgens de grondwet van de Sovjet-Unie School en Kerk van elkaar gescheiden.
Wat dat betekent omschrijft het rapport van "Amnesty International" aldus: "Godsdienstonderwijs is op school verboden, maar het gehele onderwijs is doordrongen van een atheïstische geest. Kinderen van gelovigen worden verplicht de anti-relieuze tendens van de onderwezen vakken te assimileren. In het hoger onderwijs is de cursus wetenschappelijk atheïsme" ook voor gelovige studenten verplicht; zij moeten hierover een examen afleggen."
Belangrijk is ook de vraag hoe het met de vrijheid van het kerkelijke leven staat. Het Amnestyrapport noemt daaromtrent o.a. het volgende: Iedere godsdienstige gemeenschap en groep gelovigen is verplicht zich te laten registreren bij de plaatselijke autoriteiten.
Het registrerend orgaan is gemachtigd de registratie zonder opgaaf van redenen te weigeren.
De samenstelling van het dagelijks bestuur van de gemeenschap wordt door het registrerende orgaan benoemd.
Voor ditmaal genoeg, volgende week gaan we verder.