Waarom Brazilië van Nederlandse calvinisten houdt

2012-12-22
  • Jaargang 56
  • nummer 25
Er zijn meer landen met een sterk groeiende protestante kerk, maar in Brazilië gaat die ontwikkeling gepaard met een opvallend actieve belangstelling voor het Nederlandse calvinisme. Vele boeken van Kuyper, Bavinck, Dooyeweerd en Rookmaaker worden vertaald en vinden er gretig aftrek. Die belangstelling komt niet uit de lucht vallen. Rodolfo Amorim van L’Abri Brazilië schetst de sociale, economische en geestelijke ontwikkeling van een land dat aan de vooravond van grote veranderingen staat.

Brazilië is het enige land in Zuid-Amerika waar Portugees wordt gesproken.
De 180 miljoen inwoners bewonen een gigantisch oppervlak, dat in grootte te vergelijken is met het vaste land van de Verenigde Staten.
Tot een jaar of twintig geleden werd Brazilië gezien als ontwikkelingsland en ging het gebukt onder een aaneenrijging van verkeerd beleid en misgelopen kansen. In het politiekeconomische landschap van nu ligt dat geheel anders. Brazilië behoort niet meer tot de landen die in het Westen als zorgenkind worden ervaren.
Voorbij is het protest over foute leningen, het Westen klopt nu zelf aan de deur voor leningen uit Brazilië.
De zogenoemde BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) hebben het paradigma van ontwikkelingssamenwerking op de kop gezet.
Deze landen maken duidelijk dat men zich ook zonder de recepten uit het Westen kan ontwikkelen.
Brazilië is een interessant voorbeeld van sociale mobiliteit. Niet alleen in de ogen van de wereld, maar ook in de eigen ogen. Het land is in lokale verhalen en liederen al sedert mensenheugenis bekend als het ‘land van de toekomst’. En eindelijk, na al die eeuwen, vertoont het nu ook echte signalen van positieve verandering.
Brazilië is bezig zich een plaats te veroveren onder de naties van deze aarde met een levenskwaliteit die vergelijkbaar is met die van de zogenoemde ontwikkelde landen.
Drie aspecten zijn daarbij in het bijzonder het vermelden waard: economische groei, sociale mobiliteit en religieuze verandering. Deze aspecten hangen met elkaar samen en kunnen beschouwd worden als de Braziliaanse handreikingen voor de wereld in de 21e eeuw. Daarover hieronder meer.

Emancipatiecijfers
In economisch opzicht heeft Brazilië gedurende het laatste decennium een stabiele groei vertoond, die het land van de negende naar de zesde plaats van grootste economie op aarde heeft gebracht, waarbij het Rusland, Italië en Engeland heeft voorbijgestreefd.
Volgens het Nationale Instituut voor Economisch en Sociaal Onderzoek (NIESR) is de Braziliaanse economie nu $ 2,5 triljoen waard, een indrukwekkend getal voor een land met diepe structurele beperkingen, zoals de grote sociale ongelijkheid, een ineffi ciënt onderwijsstelsel en wijdverspreide en hardnekkige corruptie.
De exploitatie van ijzer, de nieuwe olievelden, de snel groeiende agrobusiness en de recente successen in de technologische sector (zoals in de soft ware en de vliegtuigindustrie) maken de groei in Brazilië duurzaam, met een breed spectrum aan krachtige voedingsbodems voor haar toekomstige economie.
Afgezien van dit economische groeiperspectief vertoont Brazilië op één specifi ek gebied een ontwikkeling die de aandacht van de wereld waard is: de snel groeiende sociale mobiliteit van de arme sociale klassen. In een studie uit 2010 van de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties (UNDP) neemt Brazilië wereldwijd nog de derde plaats in op het punt van sociale ongelijkheid, na Bolivia en Haïti. Ondanks deze schokkende constatering heeft de armste groep van de bevolking van Brazilië het afgelopen decennium de hoogste emancipatiecijfers vertoond. In vijf jaar tijd zijn 20 miljoen mensen uit de armste groep onderdeel geworden van de lagere middenklasse. De redenen hiervoor zijn volgens het Datafolha Research Institute een samenspel van omstandigheden, zoals de sociale programma’s van de regering en de economische groei en expansie. Als deze ontwikkeling zich in de komende twintig jaar doorzet – of zelfs als er een vertraging in deze groei zal plaatsvinden – zal Brazilië een middenklassenland worden en haar verleden van diepe sociale ongelijkheid achter zich laten.

Bouwsteen
Deze ontwikkelingen zijn ook geworteld in de geestelijke veranderingen in het huidige Brazilië. Historisch gezien is Brazilië zeer katholiek; het wordt wel het meest katholieke land op aarde genoemd. Maar de protestante traditie in haar evangelische verschijningsvorm vertoont momenteel een indrukwekkende groei. De meest recente cijfers zoals geproduceerd door het Nationaal Instituut voor Statistiek (IBGE) laten een groei zien van de evangelischen van 5 procent van de totale bevolking in de jaren ’80 tot 25 procent in het eerste decennium van de 21e eeuw.
Als deze ontwikkeling aanhoudt, zal Brazilië in de komende twee decennia een protestants land worden.
De voornaamste zorg van de evangelische maatschappelijke analist en socioloog Paul Freston (oud-IFESwerker en gepromoveerd in Brazilië) is het getuigenis dat uitgaat van de evangelicalen als sociale groep, als zij zich in de komende jaren van onbeduidende minderheid ontwikkelen tot een dominante kracht.
Aangezien de meerderheid van de evangelischen behoort tot de pinksterkerken, kan de te verwachten afwijzing van sociaal engagement en daarmee het achterwege blijven van een fundamentele analyse van de complexe problemen van het land het potentieel van de evangelicalen om een bouwsteen in de Braziliaanse werkelijkheid te worden nadelig beinvloeden.
Hiertegenover staat de analyse van de Amerikaan Peter Berger. Berger plaatst in een discussie tijdens de aanloop van de Lausanne Conferentie in Zuid-Afrika vraagtekens bij de conclusies van Freston, die in de grote opwekking een soort ‘cargo cult’ ziet, waarbij rijkdom min of meer uit de hemel komt vallen. Berger zelf noemt de evangelicale zoektocht naar vermaatschappelijking een herhaling van de protestante ethiek van hard werken en toekomstgerichte oriëntatie, ‘kortweg een moderniserende geloofsovertuiging’.
Hij twijfelt er niet aan dat ook de negatieve kanten van het welvaartsevangelie ingang zullen vinden, maar in zijn eindconclusie ziet hij de evangelische maatschappelijke zoektocht uiteindelijk toch als ‘een krachtig middel om uit de armoede te komen’.
Er wordt wel een groeiende polarisatie ervaren tussen evangelicalen die zich oriënteren op wat wel het welvaartsevangelie wordt genoemd, de zogenaamde neo-pinkstergroepen, en evangelicalen die een meer gereformeerde theologie en levensbeschouwing aanhangen, onder meer de traditionele pinksterkerken, zoals de Assemblies of God met zijn meer dan 15 miljoen leden. Als deze pinksterstroming haar spiritualiteit meer en meer verbindt aan gereformeerde theologie en cultureel engagement, kan het op de grootste sociale emancipatie uitlopen die Brazilië ooit heeft meegemaakt.
Er zijn tekenen die daarop wijzen, gelet op recente allianties van de leiding van de Assemblies of God met gereformeerde schrijvers en onderwijscentra in Brazilië, zoals de presbyteriaanse Mackenzie-universiteit.

Droom
Het verband tussen economische groei, sociale mobiliteit en religieuze verandering zou ons in Nederland bekend kunnen voorkomen. Denk aan de Gouden Eeuw die volgde op de vrijheidsoorlog of aan de ‘emancipatie van de kleine luyden’ in de negentiende eeuw. In Brazilië zal de invloed van deze drie factoren op de nabije toekomst van haar samenleving afh angen van de aan- of afwezigheid van een bredere blik op de werkelijkheid onder christenen, van de visie die is vervat in het bekende adagium van Abraham Kuyper dat er geen duimbreed is in het leven waarvan Christus niet zegt ‘mijn’.
Veel Brazilianen zien de grootste uitdaging liggen op het terrein van culturele waarden en gebruiken. Onze stilzwijgende waarden, onze visie op de geschiedenis, ethiek, werk, familie, technologie en politiek beïnvloeden ons vermogen om werkelijk te veranderen. In die context leveren de geestelijke veranderingen in Brazilië uitdagingen en mogelijkheden op.
Een duurzame economische groei, versterkt door een grotere gelijkheid onder Braziliaanse sociale klassen en aangestuurd door een religieuze visie op het hele leven, kan de oude Braziliaanse droom verwezenlijken over een rijke en veelbelovende toekomst, zoals die van oudsher wordt bezongen in haar liederen.

Rodolfo Amorim Carlos de Souza is medewerker van L’Abri in Belo Horizonte, Brazilië.

Dit artikel is bewerkt door Albert Hengelaar van het Geneva Center for Christianity and Civil Society.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief