Die rotziekte ook
2012-12-22
Veel mensen vinden het confronterend om een verpleeghuis binnen te gaan. En dan gaat het meestal niet om het grote aantal mensen in een bed of in een rolstoel. Wat hen het meeste raakt, is dat mensen die eens vol in het maatschappelijk leven stonden nu ineens afwijkend en storend gedrag vertonen. Dwangmatig dwalen en roepen, verzet bij aankleden en wassen, achterdocht, verbale en fysieke agressie, seksueel ontremd gedrag. We noemen het netjes ‘gedragsproblemen’, maar het raakt je dieper.- Jaargang 56
- nummer 25
Menselijk gedrag is een ingewikkeld ding. Op het niveau van de omgangsvormen zijn de dingen nog aardig duidelijk.
Fatsoen en onfatsoen leer je op basis van regels die je zijn bijgebracht. Ingewikkelder wordt het bij moreel gedrag, gedrag waarbij goed en kwaad in geding zijn. Hoe weet je wat goed is en wat kwaad in jouw situatie? Dat is soms een hele puzzel.
Toch komen we ook daar vaak nog wel uit. Dat wordt vandaag gezien als een leerproces. Eerst leer je het goede te doen uit angst voor straf. Later krijg je die gebiedende stem van vader of moeder in je eigen hart, de stem van je geweten.
Nog weer later ga je inzien waaróm iets goed of slecht is en de laatste stap in het leerproces is dat het vanzelfsprekend is geworden. Je denkt er niet eens meer over na. Dan is, om het met een bijbelse utidrukking te zeggen, ‘de wet in je hart geschreven’.
Het moeilijkst is een derde vorm van gedrag: gestoord gedrag. Het is gedrag dat voortkomt uit psychische verwarring.
Men kan het eigen gedrag niet meer reguleren. Mensen worden gedreven door iets waar ze geen concrole over hebben. Het samenleven kan er ernstig door ondermijnd worden. Dat merk je op een afdeling. Mensen worden onrustig van elkaar.
Soms helpen de medicijnen van de arts engiszins. Soms lukt het om het gedrag een beetje in de hand te houden op basis van de adviezen van de psycholoog. Maar wie zich laat raken, weet dat we hier eigenlijk allemaal onthand zijn.
Want dit gedrag gaat nooit weg en komt altijd terug.
Om hier mee te kunnen omgaan zijn medicijnen en psychologische vaardigheden niet genoeg. Hier komt het aan op ons vermogen tot mens-zijn. Kunnen we zien wat achter het problematische gedrag schuilgaat, het diepste zelf, de ‘ziel’ van de ander? Kunnen we het lijden en de worsteling meevoelen en het verlangen daarin opmerken en verwoorden?
Verstaan we de kunst om de ander in dit problematische gedrag niet alleen te laten en sámen te lijden en sámen te verlangen? Zijn we in staat de waardigheid van deze mens op te merken en te bevestigen? Een uitdaging voor alle zorgverleners.
Ik denk aan Jezus. Hij werd geconfronteerd met mensen die door demonen ‘bezeten’ waren. Bezeten ben je als je niet zelf leeft , maar wórdt geleefd door iets binnen in je.
Jezus wist haarscherp onderscheid te maken tussen de mens zelf en dat ‘iets’ dat alles in de war gooit. Hij verjoeg met één bevel de demonen. Soms kun je daarbij zijn kwaadheid horen. ‘Hij bestraft e de demonen’, zo lezen we dan. Zo gaf Hij de mensen hun diepste zelf, hun ziel terug.
Zo werden ze weer mens.
Ik kan niet zo veel gezag leggen in mijn woorden als Jezus. Maar soms maak ik toch het wonder mee dat problematisch gedrag verandert als je iemand midden in dat problematische gedrag in de armen sluit en iemand kunt bevestigen in zijn waardigheid en trots. Als je iemand aanspreekt op zijn/haar moeder zijn, gezelligheidsmens zijn, boer zijn, lerares zijn, denker zijn, zakenman zijn, zorgend zijn, creatief zijn. En net als bij Jezus kan een zekere kwaadheid daarbij een rol spelen. Als je samen zegt ‘die rotziekte ook’, kan dat ruimte geven aan je ziel.
Job Smit is geestelijk verzorger bij Viattence Heerde.