Naar de kerk!

2012-12-22
  • Jaargang 56
  • nummer 25
Het is een nogal uitdagende tekst, op de omslag van het novembernummer van Kontekstueel: ‘Zonder kerkgang ben je verloren’. Maar je ziet het om je heen wel gebeuren. Overtuigde gelovigen – soms ambtsdrager geweest, soms op een bijzondere manier tot geloof gekomen – begin je opeens te missen in de diensten. ‘Nee, het zegt me niet zo veel meer en daarom sla ik wel eens over.’ En je weet: als God het niet verhoedt, sijpelt uiteindelijk het geloof helemaal weg uit hun leven.
De Rotterdamse (sinds kort emeritus) PKN-predikant P.L. de Jong schrijft erover onder het opschrift ‘Het zit in de kerkgang’. Hij zet in met een behoorlijk herkenbare waarneming:

‘Zolang ik me maar in mijn christennetwerkje beweeg, gaat het goed met mijn geloof in God. Maar ben ik veel in het netwerk met vrienden, familie en collega’s die zonder geloof en God leven, dan voel ik het geloof heel snel wegzakken en denk ik: is het niet allemaal verbeelding.’ Dat zei tijdens een bijbelstudie iemand (vrouw, 28, arts), die zich na een traject van ongeveer tien jaar had laten dopen.

En De Jong vervolgt:

Voor je geloof heb je een algemeen religieus referentiekader nodig, dat je – zonder dat je er erg in hebt – bevestigt in een basaal gevoel, hoe dun ook, van de aanwezigheid van God. Is dat er niet, dan voelen God en geloof al snel als verbeelding. () De samenleving zit () zo in elkaar dat je God bijna nergens meer spontaan tegenkomt. () Zonder intensieve kerkbetrokkenheid en kerkgang ben je als gelovige nergens meer. De bekende zin van Cyprianus, ‘buiten de kerk geen heil’, zou voor onze context wel eens kunnen betekenen: buiten de kerkgang geen heil van God, heil met hoofdletters.
Dat maakt de zondag in onze context tot cruciaal brongebeuren als gelovige gemeenschap, voor samen en individueel.
Gebeurt het heilige () niet op zondag in een eredienst, samenkomst, ontmoeting al of niet met veel voor- en naprogramma, dan gebeurt het helemaal niet meer. God laat zich vooral nog thuis vinden. In zijn Huis. Dat geldt voor zo ongeveer iedereen. Ik bedoel: dat je hem of haar vooral op het eigen adres moet zoeken, wil je hen ontmoeten. Je komt hen ook wel tegen in de tram of op de markt, je praat even, vaak zwaai je alleen, maar heb je hem of haar nodig, dan ga je langs waar men woont. Waarom zou dat van God niet gelden?
Op het moment hangt er dus veel af van deze samenkomsten. Als mogelijk meest kansrijke plek voor een ontmoeting, een woord, een flard, een beleving, een aanwijzing. Maar de vraag is of, globaal gezien, onze protestantse kerkdiensten inhoudelijk, communicatief en qua vormgeving dit ook kunnen dragen.

Het ligt er niet aan, zegt De Jong, dat mensen niet meer geïnteresseerd zijn in de kerk:

Vooral jonge mensen, de mensen van het gat in de kerk, de dertigers, voelen vaak aan dat je voor God gewoon in de kerk moet zijn. Onder hen die geen enkele paplepel geloof meekregen.
Natuurlijk vaak vrijblijvend, maar wel serieus, liever niet zich verbindend aan één kerk, liever aan drie. () Wat betekent dit voor de vormgeving?
Heeft de hele bijeenkomstaanpak in veel protestantse kerken niet iets van een paardentram op de A20? Orgelmuziek, psalmen en liederencultuur, uitleg en verkondiging qua taal, drive, sfeer, toespitsing alleen toegankelijk voor modaal plus met christelijke opvoeding. Het heilige gebeurt er nog steeds, maar wel voor steeds minder geïnteresseerden. () Is de kerkdienst op zondagmorgen een bijeenkomst van en voor hen die na een lang inwijdingstraject (catechese, spirituele stages en oefeningen) lid zijn geworden, meedoen en aanspreekbaar zijn, de regels kennen, weet hebben waar het om gaat, de eer en de heiligheid van God? () Of moet de kerkdienst juist heel toegankelijk zijn en dus iets hebben van een geestelijk missionaire event waaraan je vanuit een zekere netwerkbetrokkenheid makkelijk mee kunt doen en instappen en je laat meenemen in een morgen van ontmoeting met God, luisteren en beleven, vooral ook samen, optimaal aansluitend bij de vrijblijvende serieuze zoeker met zijn verlangen naar God? Een soort volkskerk nieuwe stijl, een plek waar je makkelijk in en uit loopt en ook geraakt wordt?
Als kerk moeten we veel meer kerk aanbieden. In de eerste plaats op zondagmorgen als oorsprongmoment. () Maar er is meer dan zondagmorgen.
Ook op werkdagen zouden er kerkmomenten moeten zijn voor wie in het weekend door de sociale stress () al gauw groggy in de touwen hangt.
Korte vieringen ’s morgens en aan het begin van de avond. De beste evangelisatieplek zou op het moment wel eens een kerkruimte kunnen zijn. Tenzij het een ruimte is die alleen maar verkilt en vervreemdt. Die kerken kunnen dicht.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief