MAN EN HOND
1974-10-18
Man en hond. Dat is de titel. Kort en bondig, maar niet compleet.- Jaargang 18
- nummer 38
Want - als bij Hoogeveens' leesplankje - hier hoort nog achteraan: en schapen. Maar dat is zo'n mond vol, al dat schapenvlees.
Hebt u wel eens een wedstrijd gezien van Schotse herders met schapenhonden?
Zo neen, zet u die wedstrijd dan vandaag nog op uw program. U moet dat tenminste een maal in uw leven hebben meegemaakt.
Leerzaam, vooral voor christenen. En de internationale sheepdog trials (zegge sjiep dok traiels) trekken deelnemers en kijkers van verre naar Schotland. Terecht, want bij deze wedstrijden wordt hoogstaand samenspel geleverd tussen man en hond, tussen mens en dier.
De man is een gewone boerenjongen; of zijn vader. Als u de advertenties leest merkt u, dat een herder slecht betaald wordt. U moge hopen dat de voeding en legering de zaak goed maken. Maar de herder is een natuurmens: niet belust op hoog loon maar wel in staat om met zijn hond te praten. En om samen met zijn hond een schaapskudde te leiden.
De hond is ... natuurlijk een Schotse collie. Niet van het continentale Lassiehonden-soort, maar de kleinere boardercollie, hoewel even pienter. Meestal zwart-wit en altijd vlug, bewegelijk, vriendelijk, dienstvaardig tot serviel, en één bonk zenuwen als hij zijn plicht mag doen.
De schapen. Wel, dat zijn de Schotse blackfaces: de witte, gehoornde schapen met zwarte smoeltjes, eigenwijzer dan gewone schapen en halfwild. Dat is erg genoeg. Want wie schapen van nabij kent gaat begrijpen, dat de Bijbel ons kerkmensen nogal eens bij schapen vergelijkt.
Trouwens ook de hond komt er in de Bijbel niet zo goed af.
Van huis uit een vuilnisopruimer, bij de zuidelijke volkeren tot jachthond ontwikkeld, werd hij pas bij Job (30) als herdershond genoemd en eindelijk in het Evangelie tot huisdier gepromoveerd.
De vuurproef van de wedstrijd is geraffineerd geconstrueerd: zo moeilijk als de praktijk. Op een groot veld staan, op zo'n vijfhonderd meter van de tribune, een vijftal schapen opgesteld. Ze worden bijeengehouden door de hond van de terrein commissaris, die het vijftal daar heeft gebracht voor de volgende deelnemer aan de wedstrijd. Dat bijeenhouden betekent, dat de hond losjes om de groep heen cirkelt, zonder iets te veel van zijn persoonlijkheid te doen blijken, zo lang de schapen bijeen blijven.
De schaapherder, die aan de beurt is, klimt op een klein podium voor de tribune en houdt' door te spreken zijn hond vast. Die laatste weet, dat hij het veld in moet, want heeft de schapen al lang ontdekt, maar moet wachten op het commando en rent energiek in grote kringen om de baas rond. Als de luidspreker het startsein geeft klinkt het bevel van de herder aan de hond.
Die gaat er als een pijl van door. Naar de schapen op een halve kilometer?
Nee, hij verdwijnt in zijdelingse richting. Hij maakt een enorme omtrekkende beweging - want recht op het doel af gaande zou hij de schapen alleen maar uiteenjagen. Hij zorgt nu, dat hij áchter de schapen komt. Is hij daar, dan wordt zijn gedrag rustig en weloverwogen. Zijn opdracht luidt: fetch the sheep - haal de schapen.
En als hij rustig achter de schapen blijft, dribbelen of rennen ze voor hem uit - naar de herder op het podium.
Tot zover helder? Dan wordt het nu moeilijk. Want ergens op het veld staat een open hek, met wit geverfde paaltjes en weringen aan weerszijden. Tot drie maal toe staat er rechts-links-rechts zo'n hek.
Tot drie maal toe moeten de schapen door zo'n hek worden geleid.
De eerste keer gaat het: het hek staat tussen de herder en zijn hond in. Door een fludtsignaal "kom hier", dat de hond verstaat, moedigt de herder zijn hond aan om het koppel recht voor zich uit te drijven. En zelfs schapen weten, dat, als ze gedreven worden, ze de hekken moeten nemen omdat, waar geen hek is, meestal ook geen doorgang bestaat.
Maar de tweede keer is het al veel moeilijker. De hond moet nu het koppel niet in rechte lijn verder leiden - maar zijwaarts omleiden om door het tweede hek te komen. De schapen zijn stom genoeg om langs het hek weg te lopen. Maar de hond verstaat de opgave wel en gaat terzijde van de groep draven om ze naar het tweede hek te drijven.
Heeft de hond de opgave eventueel niet begrepen, dan fluit de herder hem tot stilstand en wijst met een armzwaai in de goede richting. Dat verstaat hij zonder moeite: niet de hond zelf gaat in de goede richting, maar hij zorgt eerst dat de schapen die richting nemen.
Het derde "hek" is nog weer moeilijker. Het hele veld moet eerst dwars worden overgestoken, om de nooit-begrijpende, maar wel zenuwachtig hollende scharen door het derde hek te leiden. Wat kunnen schapen eigenzinnig zijn: elk een -kant op willen, steeds de open deur voorbij rennen, elkaar voor de voeten lopen en in paniek brengen.
De hond is bewonderenswaardig: snel, slagvaardig, onvermoeibaar, altijd zachtzinnig zonder blaffen of bijten, en eindeloos geduldig.
Dreigt een schaap uit het koppel te breken - de hond is er al.
Om alleen door zijn aanwezigheid het schaap op de plaats te brengen.
Loopt het koppel goed - dan drukt de hond zich in het gras om vooral niet te imponeren. Moet het koppel voor een misstap bewaard worden - dan rijst ineens de hond op, aan de kant van de misstap. Moet een koppel op gang gebracht worden - dan rijst de hond duim voor duim op uit het gras en nadert stapje voor stapje, net zo lang tot de schapen in de goede richting gaan draven. En dit alles wordt geleid door het scherpe fluiten van de herder op eijn podium.
Zo, nu de drie "hekken" gepasseerd zijn mag de hond het koppel bij de baas brengen. Dan begint de tweede proef, De baas verlaat zijn podium, neemt zijn "stick" of zijn "crook" (dat zijn de stok en de staf uit psalm 23) en loopt in de richting van een kleine open kraal, nauwelijks zes vierkante meter groot. Daar moeten de vijf schapen worden ingesloten. De herder opent wagewijd het hek, waar een touw aan zit. Door zo ver mogelijk het touw te spannen en zijn herdersstok zo ver mogelijk uit te strekken, vormt hij een bewegelijke "wand" van acht meter. Aan de hond nu de eer om het vijftal in deze kraal te drijven.
Dat is een krachtproef, De schapen willen wel alle kanten uit, maar de idee om door dit open hek de kraal binnen te stappen komt niet in hen op. Ze willen links - daar staat de herder met zijn tikkende stok. Ze willen terug - daar ligt de hond, die nauwelijks overeind komt. Ze willen rechts - maar in één snelle omhaal is de hond al op die plaats en belet de uitweg. Ze staan stil en kijken elkaar aan, overleggend. Kijken naar de hond. Die ligt in het gras te wachten, tot het schapenverstand de enig juiste oplossing vindt. Dat duurt wel even. Duurt het te lang, dan rijst de hond weer duim voor duim uit het gras. Wordt herhaald. Eindelijk komt er een op het idee, het open hek binnen te stappen. Where one sheep goes follows another, zegt de Brit. Als er een schaap over de dam is, en zo voort. Onder ademloze stilte stappen ook de anderen de kraal binnen. De herder klapt het hek haastig dicht. De proef is gelukt.
Maar ook nu nog geen applaus. Want meteen gaat het hek weer open, de hond haaIt de schapen uit het hok, brengt ze voor de tribune om de laatste proef af te leggen. Hij moet nu een schaap van de groep afscheiden, de ene kant opsturen, en de andere vier in andere richting wegbrengen. Het is de spanning als voor een doelpunt in een voetbalwedstrijd. Gelukt het, dan dondert het applaus.
Alles bijeengenomen is de proef simpel en op de praktijk gericht: verzamel de schapen, leid ze door hindernissen, breng ze in veiligheid en lever ze af bij de eigenaars. Voor elke schaapherder een dagelijkse taak. Voor elke ambtsdrager ook. En zonder hulp onmogelijk uit te voeren.
De hond is hier de knecht, eigenlijk de slaaf van de mens. Een verlengstuk van de herder. Die hond verdiende meer bijval dan hij ontvangt - want de herder krijgt de prijs en de hond nog geen klopje.
Ja, eenmaal gaf een nerveuse herder, die het hek snel wilde dichtslaan, een trap in de richting van de hond, die hem voor de voeten dreigde te lopen. Hij raakte hem niet (de hond kende zijn baas) maar het gebaar bleef slecht.
Toch, leerzaam is dit alles wel. Vooral voor mensen, die de Bijbel kennen. Wat kunnen schapen tegen het heil ingaan. Wat kunnen ze op mensen lijken. Wat een geduld is er nodig, om ze die simpele weg van de wieg tot het graf te laten lopen. Zonder afdwalen, zonder ongelukken, zonder paniek, zonder brekebenen. Van de tribune af is het spel zo simpel, dat iedereen ze wel zou willen aanvuren. Een wolk van getuigen slaat hun loopbaan gade.
En dan het geduld van de herder. Een zoetlokkend fluittoontje betekent: kom tot mij. Als de zaak fout gaat - een dreigend fluitje op hoge toon. Als iets gecorrigeerd moet worden: een inspirerend en bewegelijk fluitgeluid, als een dansende vlam. De ene herder fluit alleen met zijn mond, de ander op zijn vingers. Een· enkele met een hulpmiddel - maar dat dóet het toch niet in Gods vrije natuur: (Pastorale brieven zijn nog geen Evangelie, hoor ik iemand zeggen.) In elk geval laat de herder geen onzeker geluid horen en de schapen kennen hieraan de stem van de herder. Elk signaal wordt begrepen; zo niet door de schapen, dan wel door de onderherder.
En dan de gaarne getrouwe dienstknecht. Uw dienaar, de hond. Wat 'n volkomen wegcijferen van eigen wrede wolvenaard. Wat een zachtzinnigheid, geduld en tact. Wat een bereidheid om de minste te zijn: zich klein te maken, zodat "zijn buik kleeft aan het stof", Alleen even oprijzen om de wil van de grote baas - ginds, ver op een verheven plaats - door te geven. En zelf in voortdurend contact met die grote baas. Is de proef eindelijk gelukt, dan vraagt de hond geen aandacht, maar is "verblijd in zijn baas". Aan die komt alle eer toe, De hond is niet meer dan een goede en getrouwe slaaf.
Maar hebt u iemand gezien, die bekwaam is in zijn werk? vraagt Salomo. Dan zal hij aan de hand van koningen gesteld worden!
Jawel, princess Anne, de koninklijke dochter, kwam persoonlijk een van de wedstrijddagen opluisteren. "Als de weersomstandigheden het mochten toelaten", schreef de Oban Times, hoopt ze vrijdag elf uur per helikopter van kasteel Balmoral naar Kilmartin te vliegen.
Nu, tegen elf uur op vrijdag reden wij langs het Loch Awe, richting Kilmartin. Boven ons vloog een kleine rode helicopter, richting Kilmartin.
Gelijk met princess Anne kwamen we aan op het wedstrijdterrein en konden haar meteen filmen, van vlakbij. Een slanke, knappe jonge vrouw in tweed mantelpak en lage schoenen.
In de Oban Times kwam haar foto: princess Anne makes friends with one of the competitors, schreef de krant, die de Spreukendichter kent.
Anne klopte een boardercollie op de hals. Om pas daarna zijn baas te groeten.