Besef hebben van onze onwaardigheid
1974-10-25
Niet verdiend hebben of waardig zijn.- Jaargang 18
- nummer 39
Hoe vaak heb ik vrome kinderen van God dát niet horen zeggen als ze in ootmoedig gebed hun noden de HERE hadden voorgelegd?
Zij wisten dat ze met vrijmoedigheid mochten toegaan tot de troon der genade om hulp of gunst te begeren.
Maar ze leefden in het besef van eigen onwaardigheid. Ze kenden zichzelf als alles-verbeurd-hebbende-zondaars.
God moest ze in Christus verwaardigen.
Zó konden ze alleen voor Gods aangezicht verschijnen.
Verwáárdigen. Dat wil zeggen: waardig achten.
Dit woord komen wij telkens weer in onze Bijbel tegen. Het spreekt van genade om niet, van souverein welbehagen, van eer en rijkdom en positie die ons in en door Christus ten deel valt.
Zo worden mensen, die zich niet waardig achten om zelf tot Jezus te komen, verwáárdigd tot een zeer groot geloof (Lukas 7: 7, 9). Zo worden kinderen des doods tot kinderen der opstanding en verwáárdigd de toekomende eeuw te verwerven en de opstanding uit de doden (Lukas 20 : 35). Ze worden vermaand' om te waken en te bidden, dat zij wáárdig geacht worden om de grote verdrukking welke aanstaande is te ontvlieden (Lukas 21: 36).
Als de afvallige kerk de rechtvaardigen vervolgt, worden zij evenals de apostelen waardig geacht om smaadbeid te lijden. Ze worden dan waardig geacht het Koninkrijk Gods, waarvoor ze hier moeten lijden (2 Thess. 1 : 5). Heidenen komen tot het geloof in Christus en worden door God waardig geacht der roeping uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht (2 Thess. 1 : 11).
Als wij Gods genade erkennen in het feit dat wij kinderen van God mogen zijn, dan houden onze grote woorden op. Dan spreken wij ootmoedig tot de HERE: Wie ben ik en wat zijn onze kinderen en wat zijn onze broeders en zusters, dat wij in uw verbondsgemeenschap werden opgenomen.