Rondom het conflict over de kommunistische leraar-godsdienstonderwijs
1974-10-25
Er is in - een deel van - de chr. pers gelukkig nog wel wat te doen over het werkzaam zijn van een kommunist als leraar - en dan als leraar-godsdienstonderwijs - aan een christelijke onderwijsinstelling.- Jaargang 18
- nummer 39
Dat dit nu speciaal het Carolus Crucius College in Zwolle betreft is van secundaire betekenis.
Ik zei dat het gelukkig is dat deze zaak de aandacht trekt. Want ze is geen incident. maar een symptoom! Het is een top van een ijsberg. Het is de openbaring van een stand van zaken die zonder twijfel de meest dreigende is in heel de westerse wereld. In dit incident en wat er omheen plaats vindt openbaart zich namelijk de infiltratie van de kommunisten en de kommunistische ideeën, die methodisch en met taaie energie in heel de westerse wereld wordt doorgevoerd en waar tegenover de grote massa - ook onder de christenen - een onbegrijpelijke en dodelijk gevaarlijke onverschilligheid aan de dag legt. Het is te hopen dat door wat in Zwolle gebeurde gebeurt de ogen een beetje open gaan.
Zoals men vermoedelijk wel weet hebben verschillende mensen tegen het ontslag van de in geding zijnde leraar geprotesteerd. Dat waren vooreerst een aantal theologische studenten en voorts een aantal leerlingen van het Zwolse college.
Het Reformatorisch Dagblad gaf daarover de volgende informatie:
Het Landelijk Overleg Theologen te Utrecht, de Theologische studie vereniging Utrecht, de theologische faculteit van de Vrije Universiteit te Amsterdam, de Kamper Studentenbond, het Studenten geleidingsbestuur van de theologische faculteit en de studentenvereniging Abelaer te Heerlen publiceerden een bezorgde open brief aan mr. J. in 't Veld, voorzitter van de Vereniging voor christelijk voortgezet onderwijs te Zwolle.
Ook een groot aantal leerlingen van het Carolus Crucius College had bezwaren tegen het ontslag. Zij schrijven in hun brief aan het bestuur: "Door middel van dit pamflet willen de leerlingen hun onvrede uitspreken over het op handen zijnde ontslag van onze leraar Gert Los.
Wij zijn het niet eens met de motivatie op grond waarvan de schorsing tot stand is gekomen: wij vinden het onjuist dat iemand ontslagen wordt op grond van zijn CPNlidmaatschap (of het lidmaatschap van een andere partij). Een ontslag zou volgens ons wel gebaseerd kunnen worden op het onderwijskundig optreden van een leraar".
In de vanwege het bij de (aanstaande) theologen ontstane ongenoegen gepubliceerde open brief stelt men dat het bestuursbesluit tot ontslag in strijd is met de grondwettelijk vastgelegde rechten van vereniging en vrije meningsuiting en met de internationaal vastgelegde rechten van de mens. Men betreurt het dat het woord "christelijk" - toch al op vele wijzen bedoezeld - nog verder wordt uitgehold door het te verbinden met anti-democratische uitspraken.
De ondertekenaars van de open Los en wensen hem sterkte toe voor brief betuigen hun solidariteit met de komende tijd, ongetwijfeld een periode van vertwijfeling en teleurstelling.
Zij spreken de vrees erover uit dat het in de toekomst mogelijk zal zijn ieder die als godsdienstleraar niet denkt in de lijn die door de bestaande christelijke partijen wordt voorgestaan, op een soortgelijke wijze te verwijderen. De indoctrinatie die hieruit voort zou vloeien beschouwt men als niet minder gevaarlijk dan die waarvoor het bestuur bang is.
Alleen met stomme verbazing kan men van beweringen als in deze protesten worden gelanceerd kennis nemen!
In de eerste plaats wordt het lidmaatschap van de CPN in dit verband op één lijn geplaatst met dat van andere politieke partijen!
Weet men dan niet dat de CPN in tegenstelling met alle andere uitgesproken, principiëel atheïstisch is, dat ze principiëel anti-democratisch is en principiëel 'n totalitaire volksgemeenschap voorstaat?
En dat ze in dit opzicht wezenlijk gelijk is aan nationaal-socialisme en het fascisme? De grote leider van de duitse socialisten, Kurt Schuhmacher - hij was tijdens het Hitler-regiem jarenlang in een concentratiekamp en leerde daarna aan den lijve het kommunisme kennen - typeerde het kommunisme als het rood gelakte nazisme.
In de tweede plaats is het baarlijke nonsens in dit verband over aantasting van grondwettelijk vastgestelde rechten van vereniging en vrije meningsuiting te spreken. Die rechten heeft en houdt de in geding zijnde leraar onverkort. Die zijn door een eventueel ontslag als leraar in het minst niet aangetast. De man kan schrijven, spreken, organiseren net zo veel als hij wil.
Wat hier in geding is is alleen deze vraag: Heeft een instelling, een vereniging, een organisatie die een bepaalde grondslag en doelstelling heeft en die een funktionaris aanstelde die. staande op die grondslag en ter bereiking van het gestelde doel, moet arbeiden, het recht om zo'n funktionaris te ontslaan als deze op evidente wijze met grondslag en doelstelling in strijd komt? Het gaat in deze zaak om het recht van een instelling, een vereniging, een organisatie om haar identiteit te bewaren.
En dat is een totaal andere zaak dan het burgerlijke recht van vrije meningsuiting!
Nog zotter is het hier de internationaal vastgestelde rechten van de mens in geding te brengen. In 1948 is namelijk door de UNO de Universele Verklaring van de rechten van de mens vastgesteld en aanvaard. Maar juist de kommunistische landen hebben die niet ondertekend! Hoe durft men nu een beroep te doen op die Verklaring ten behoeve van een man die behoort tot een partij die van deze "rechten van de mens" niets weten wil en die ze als ze aan de macht is op alle mogelijke wijzen schendt? Hier ziet men nu een duidelijke toepassing van een facet van de kommunistische taktiek.
Dit namelijk: als wij in de minderheid zijn eisen wij vrijheden en rechten op grond van uw beginselen - maar als wij aan de macht zijn onthouden we u die op grond van onze beginselen.
Het is voorts onzinnig om in betrekking tot deze zaak te spreken over het niet denken in de lijn van de christelijke partijen! Daarover gaat het in de verste verte niet! Het gaat in deze om de tegenstelling tussen het geloof in de levende God naar de Schriften en een in wezen atheïstische, materialistische ideologie, oftewel afgoderij! En die twee staan tegenover elkaar als water en vuur.
Het gaat hierbij om Of-Of.
Symptomatisch is vervolgens dat juist a.s. theologen hier naar voren treden en de gesignaleerde dwaasheden' debiteren: Reeds eerder werd op de infiltratie van het kommunisme juist onder hen gewezen.
Vaak werd dat gebagatelliseerd of goedgepraat. Maar telkens wordt openbaar hoe sterk die infiltratie daar reeds is voortgeschreden.
En, wat misschien nog erger is, hoe zwak het verweer daartegen in die kringen is.
Over wat het bestuur van het Carolus Clusius-College deed kreeg men de volgende informatie: Het bestuur spreekt in een als antwoord op de brief van de leerlingen uitgereikt schrijven heel andere taal.
"In de akte van benoeming die het bestuur en de heer Los gezamenlijk hebben ondertekend, staat dat de leraar zijn functie zal vervullen in overeenstemming met de grondslag en het doel van onze schoolvereniging.
De heer Los heeft zich daartoe verbonden. Als grondslagen voor het onderwijs aan onze scholen zijn in de statuten van onze vereniging gesteld de Bijbel en de Apostolische Geloofsbelijdenis. De Communistische Partij van Nederland heeft ook een grondslag, nl. het leninistische marxisme. Die grondslag. heeft de heer Los door lid te worden van de CPN eveneens onderschreven. Het leninistische marxisme is atheïstisch.
Het is moeilijk om van dat woord een goede defintie te geven; je zou kunnen zeggen: ontkennen van het bestaan van een god".
Vervolgens citeert men een aantal artikelen uit de statuten van de CPN, waaruit blijkt dat de heer Los door lid te worden een verbod aanvaard heeft om propaganda te maken tegen de atheïstische levensbeschouwing.
Betrokkene is verplicht ook die besluiten van de partij uit te voeren waarmee hij het niet eens is.
"Als christenen belijden wij dat er maar Een is, die volledig beslag op ons mag leggen en die onvoorwaardelijk gehoorzaamheid van ons mag eisen", aldus het schoolbestuur, "nI. onze Heer Jezus Christus. Het gaat erom dat de heer Los als lid van de CPN een atheïstische levensbeschouwing heeft onderschreven". Dit kan naar de mening van het bestuur niet samengaan met datgene wat hij bij zijn aanstelling als leraar heeft beloofd en ondertekend. Volgens het bestuur moet de heer Los kiezen wie hij gehoorzaamt.
De overgrote meerderheid van de leden van de Vereniging voor Christelijk voortgezet onderwijs te Zwolle, steunt het beleid van het bestuur in de affaire-Los.
Het bestuur zal deze week de heer Los en zijn raadsman horen en zal daarna binnen veertien dagen een beslissing nemen over het al dan niet voortzetten van de ingeleide ontslagprocedure.
Belangrijk en zeer ter zake is ook wat Ir. v. d. Graaf in "De Waarheidsvriend" over en naar aanleiding van deze Zwolse affaire zegt.
Hij wijst erop dat wij, zoals de ex-communist Koejemans schreef ook in Nederland. leven in de overgang van de kapitalistische naar een socialistische samenleving.
We zien allerwege in Europa en ook in ons eigen land de invloed van het socialisme, van de socialistische maatschappij en wereld- en levensbeschouwing toenemen en het lijkt welhaast zó te zijn, dat het enige wat christenen te doen hebben is te kiezen tussen kapitalisme, zeg liberalisme.
en socialisme. Waarbij het dan momenteel toch wel zo is dat in de Christelijke politiek maar al te veel wordt aangeleund tegen het socialisme, met verlies overigens van eigen identiteit.
Een van de dingen waardoor de socialistische samenleving wordt gekenmerkt is de voortgaande staatsbemoeienis. De staat beheerst, bevoogdt het gehele menselijke leven. Dat wordt onder het regiem van het "links-progressieve" kabinet waaronder wij leven goed duidelijk.
Eén van de tendenzen daarvan signaleerde het christelijk-historische kamerlid drs G. Leyenhorst in zijn interpellatie over de oprichting van de Stichting voor Leerplanontwikkeling.
Nog weer een stap verder is, aldus Ir. v. d. Graaf, wat zich in Zwolle afspeelde.
In de eerste plaats wijst hij op de reaktie van Trouw op het mogelijke ontslag van de leraar. Wij schreven daarover reeds in een vorig nummer.
In de tweede plaats memoreert v.d. Graaf het protest van de studenten.
Theologische studenten (sic!) hebben in een open brief hun 'droefheid' uitgesproken over het bestuursbesluit van de Zwolse school.
Het besluit is ondemocratisch, het christelijke ‘dat toch al zo bezoedeld is' wordt zo nog verder uitgehold, het is indoctrinatie. 'Wij beschouwen de indoctrinatie, die hieruit zou kunnen voortvloeien, als zeker niet minder gevaarlijk dan die waarvoor uw bestuur zo bang schijnt te zijn'. Die studenten spreken hun angst uit voor de toekomst met name vanwege diegenen, die straks óók als godsdienstleraar gaan werken.
Dit bericht kreeg in Trouw opvallende aandacht.
Vervolgens wijst hij op het oordeel van de heer Barnhoorn, de voorzitter van de overkoepelende organisatie van chr. onderwijzers en leraren. En hij schrijft dan:
Het is onvoorstelbaar dat mensen, die zich christen noemen, zo vergoelijkend of - erger nog - zó positief over die houding van de godsdienstleraar Los kunnen oordelen.
Zijn we niet veel verder weg dan we denken? Wordt de geestelijke weerbaarheid van ons volk hier niet ondermijnd en wordt de vermolming, die aan het optreden is, niet allerwege zichtbaar? Grote delen van het christendom zijn in de ban van het marxisme en menig publiciteitsmedium geeft daaraan bewust leiding op een ergerlijke wijze.
En laten we niet vergeten, het is de schóól die de inzet van dit alles vormt. Het gaat om de jongeren. Wie de jeugd heeft heeft de toekomst.
De jongeren worden geïndoctrineerd, onder het vaandel van democratie en vrijheid. Bepaalde godsdienstleraren zijn een gevaar voor de school.
Er komen theologische studenten af, die er niet meer aan dénken om de pastorie in te gaan maar slechts ten doel hebben hun marxistische ideeën over te dragen op de jongeren. Daarbij gaat men zeer indoctrinair te werk. Ik heb er de brokken van zien vallen. Men komt soms jongeren tegen van twaalf jaar met Iinkspolitieke acties aan boord. Een geval als in Zwolle is een exponent van een ontwikkeling, een weliswaar zeer uitgesproken maar niet op zichzelf staand geval. Prof. dr H. N. Ridderbosch heeft in het Geref. Weekblad (Kok, Kampen) de open brief van de theologische studenten onintelligent, onkritisch en onnozel genoemd.
Ik zou erbij willen zeggen onaanvaardbaar voor wie bijbelse theologie wil bedrijven.
Ir. v. d. Graaf eindigt zijn artikel als volgt:
Gelukkig reageerde het volk anders dan de theologen, die zo democratisch wilden zijn. Met overgrote meerderheid hebben de 500 ouders, die op een vergadering van de Zwolse school aanwezig waren, het schoolbestuur in het gelijk gesteld.
Het kreeg een ónopvallend berichtje in Trouw. Maar duidelijk is, dat de ouders begrepen hebben, dat het om hun kinderen ging, die men niet met quasi-christelijke redeneringen mag uitleveren aan anti-christelijke ideologieën.
Anarchisme
Waar eindigen de ontwikkelingen als we de normen van het Woord verliezen?
Koejemans sprak over de komst van de socialistische maatschappij.
Daar komt dan heel wat in mee: atheïstische ideologieën, anarchistische ideeën ook, die men dan wel weer niet linea recta op rekening van het socialisme schrijven mag, maar fasen zijn op een -weg, die we als samenleving ingeslagen zijn. Het christelijke karakter van onze samenleving is in de vernieling gekomen en de weg naar de chaos ligt open. Aan de leerlingen van een scholengemeenschap voor middelbaar onderwijs te Breukelen werd een alternatieve schoolkrant: De Anarchist uitgereikt, een anarchistische brochure die doorspekt was met schuttingtaal en pornografische uitlatingen. Het boekje bevatte verder voor alle leerlingen een cadeautje, namelijk een zakie hasj en een NVSH-voorbehoedsmiddel.
Een typisch staaltje van de verzieking van onze maatschappij.
Fm weer zeg ik: het is de jeugd, die de inzet van dit alles is. Laten we op onze hoede zijn. Laten ouders ook niet berusten in situaties op de scholen, waar hun kinderen met ideeën van neo-marxistische aard of anarchistische aard worden doordrenkt.
Er wordt misschien te weinig geageerd, Ik werd gewezen op De Schoolwacht (postbus 12, Zaandam), waar men terecht kan met moeilijkheden op de scholen. die betrekking hebben op activiteiten als bovengenoemde.
Zulke stichtingen zijn broodnodig.
Er moet meer beweging komen. Er is geen tijd meer voor gezapig berusten.
Alarmsituatie
We wennen aan alle ontwikkelingen, omdat het ontwikkelingen zijn. De verschijnselen komen niet van de ene dag op de andere maar ze groeien geleidelijk. Dat is het gevaarlijke.
Langzaam maar zeker worden we als we niet voor onszelf en onze jongeren op onze qui vive zijn ingepalmd. De ontwikkelingen in politiek en maatschappelijk opzicht gaan door. En het regeerbeleid in deze laat aan duidelijkheid te wensen over. Me dunkt, dat de ernst van de situatie het ‘gedogen' van deze ontwikkelingen - ook concreet in politieke bindingen met diegenen, die hun onchristelijke ideologieën niet onder stoelen of banken steken - ontoelaatbaar maakt. Er staat veel op het spel. Dat dan allen, die samen zouden moeten optrekken bij alle verschillen die er zijn kunnen en mogen - dit ook inderdaad doen. De tijd is voorbij, dat we beuzelen kunnen over onbenulligheden.
Dat echter vooral degenen, die de kracht van het gebed kennen bidden voor volk en samenleving, voor onze scholen en onze eigen kinderen, die in een niet-christelijke samenleving groeien naar de volwassenheid met alle gevaren van dien. Keer weder tot Mij, zegt de Heere en Ik zal tot u wederkeren!
Van ganser harte zeg ik amen op deze oproep.