lets over liturgie

1974-11-08
  • Jaargang 18
  • nummer 41
Ieder van ons kent het woord liturgie: het is een woord dat bij de kerkdienst behoort en iets te maken heeft met zang en muziek en afwisseling in het program-van-alle-weken. Jawel. En toch zit er meer aan vast dan alleen maar de "orde van dienst". Soms hoor je zeggen: de liturgie is het briefje, dat je op je stoel vindt en waarop alle onderdelen in volgorde staan vermeld. Ook dat is het niet. Een andere keer hoor je: we hebben vandaag een liturgische dienst: en dan bedoelt men een kerkdienst, met extra's van jeugdkoor, gitaarbijdrage, tegenzang en nog wat.
Maar dan ook zijn we er nog niet.*)

Het woord liturgie moet komen van het griekse leitoergia, dat iets te maken heeft met de "bediening des heiligdoms" en ook iets te maken heeft met "uitdelen". De bediening des heiligdoms - daarin zit de oudtestamentische offerande van een-voor-allen: een vertegenwoordiger van het volk, die tot God nadert. Maar daarbij denkt u ook aan de priesterlijke zegen: een uitdelen van Gods genade aan allen.
In beide gevallen, het offeren en het zegenen, zit de liturgie nog op een actief persoon vast. hoewel allen er passief bij betrokken zijn.
Zo was het namelijk in het oude verbond.

Uit de geschiedenis van Mozes weten we, dat het volk gvraagd heeft of God de Heere niet rechtstreeks tot de mensen wilde spreken; liever tegen Mozes, die kon de woorden dan wel doorgeven. Het volk verzocht om eigen onmondigheid en heeft die onmondigheid dan ook eeuwen moeten weten. In later tijden werd de stam van Levie aangewezen, om namens het volk de Heere te loven met mond en muziekinstrumenten; maar het volk zweeg. Pas tijdens David en Salomo is sprake van acclamaties van het volk: en al het volk zegge "amen".

Dat heeft Mozes zo niet gewenst; laten we elkaar dat goed duidelijk maken. Toen enkele medewerkers van Mozes ontsteld bij hem kwamen: er wordt in het legerkamp geprofeteerd, buiten de heilige plaats, verzuchtte Mozes: was heel het volk maar profeten! Mozes had geen behoefte aan een solistische positie - maar het volk wenste dat.

Een van de eerste dingen in de nieuwtestamentische gemeente is dan ook geweest: dat alle gelovigen samen deel hadden aan de "bediening des heiligdoms" . Door Christus waren al zijn leden in wezen profeten, koningen en priesters; de onmondigheid was weggenomen. Als er voorgangers waren, voorbeelden der kudde dan behoorden die voorgangers volgelingen te kweken - in plaats van een monopolie op te bouwen.
Paulus zei: leert en vermaant elkánder.
Johannes schreef: troost elkánder. Jacobus zei: is iemand blijmoedig? Dan maar psalmzingen!
En in de samenkomsten moest in zoverre orde zijn: dat niet allen tegelijk profeteerden of in tongen spraken; nee, ieder op zijn beurt en niet meer dan twee of drie in een samenkomst en de uitleg erbij.

Dat is essentieel voor de christelijke eredienst: dat alle gelovigen er deel aan mogen hebben. Want de bediening des heiligdoms is ons aller taak en voorrecht. Wanneer we naar de kerk gaan omdat er een goede dominee spreekt - dan maken we onszelf onmondig. Goed voorgaan doet goed volgen, zegt het spreekwoord en een predikant, wiens voorgaan tot een theologische welsprekendheid is versmald, kweekt slechte volgelingen.

Het is de narigheid van de jonge christenkerk van enkele eeuwen na Christus geweest, dat er een priesterstand onstond, die het volk monddood preekte. "Zonder priesters geen kerk; en nu nog zegt Rome dat de kerk zou uitsterven met haar laatste priester. Het werk van Christus, die ons tot mondige koningen, profeten en priesters benoemde, werd ongedaan gemaakt door ... de dienaren des Woords. Want als dienaren gaan heersen gebeuren er gekke dingen. Ik heb gezien knechten te paard, zei Prediker, en heren te voet.

Wanneer wij vandaag deze dingen wat beter gaan verstaan (en de liturgische ontwikkeling wijst in die richting) dan kan dit een reformatie inhouden. Maar dan moeten we bedenken, dat de zaak niet in orde is, wanneer de gemeente een kerkkoortje heeft, een eigen gospelband, een cantor-organist en een gestencild papier op de zitplaatsen. Dan moeten we verstaan wat meen ik van Ruler schreef: de liturgie begint op maandag! De bediening des heiligdoms is onze christentaak aan deze wereld. Op zondag komen wij onze accu's bijladen, worden we gewassen en verschoond onder het Woord ("gijlieden zijt nu rein om het woord dat tot u gesproken is") wordt ons geweten gezuiverd door onze schuldbelijdenis en Gods vergeving, wordt ons geloof gesterkt, worden we totaliter bemoedigd tot onze levenstaak. Maar op maandag begint de liturgie: het uitdragen van het levenslicht in een duistere wereld; het zoutend bewaren in een verdorven wereld; het doen lezen, als leesbare brieven, van het evangelie der genade; het tonen van een stadop een berg der heiligheid. En in dit alles mogen wij van maandag tot zaterdag onszelf aan Gode offeren als een welriekend lofoffer. Dát is bediening des heiligdoms. uitdelen van Gods veelvoudige genade.

Vandaag zitten we in een overgangsfase.
Er wordt gesleuteld aan de liturgische expressie in onze samenkomsten, We raken door door onze predikheren heen en moeten omzien naar .... vervanging.
We kunnen geen ouderlingen meer krijgen en begrijpen .... dat de gemeenteleden elkánder moeten troosten, vermanen en terechthelpen.
We kunnen geen orgels en geen organisten meer betalen, maar moeten ons behelpen. We krijgen er begrip voor. dat een kerk niet staat en valt met een gebouw, een toren, een koster en een heuse dominé; maar dat de kerk staat of valt met de aanwezigheid van Jezus Christus temidden van twee of drie getuigen.

Enerzijds vraagt dat opruiming van verouderde gebruiken en inzettingen.
Dat kost moeite. Toen de Statenvertaling van 1637 werd ingevoerd gaf dat verschrikkelijke kerkstrijd - want de oude vertaling van Embden werd er voor prijsgegeven. Toen de vertaling van het Bijbelgenootschap kwam, gaf dat verschrikkelijke kerkstrijd - want onze vaderen waren in het geloof op de statenvertaling gestorven. Toen de psalmberijming van 1773 krachtdadig werd ingevoerd gaf dat verschrikkelijke kerkstrijd - want de geliefde berijming van Datheen moest er voor wijken, bij welke onze vaderen zich twee eeuwen gezond hadden gevoeld. Toen de berijming van de interkerkelijke commissie beschikbaar kwam gaf dat verschrikkelijke kerkstrijd - want .. enz. De strijdmiddelen pasten zich bij de tijd aan, maar de strijd was in alle eeuwen even heftig. In de 18e eeuw werd er ter kerke geknokt en met stoelen geslagen, lieten mensen zich van de galerij in de voorgestoelten zakken. In de twintigste eeuw gaat het met bezwaarschriften, verdachtmaking, commissies en de tang apparatuur der "meerdere" vergaderingen.
Maar het opruimen van heilige huisjes en verouderde inzettingen geeft altijd veel moeite, veel pijn, veel storm.

Aan de andere kant is vernieuwing een levensnoodzaak. Alles wat leven heeft kenmerkt zich door het afgeven van verouderde stoffen en het opnemen van voedzame nieuwe stoffen. We verstaan Gods Woord vandaag - dank zij de nieuwe en de nieuwere vertalingen - stukken beter dan in vorige eeuwen. En daar hebben we de theologen voor dank te zeggen, die zowel Schriftgeleerden als kinderen van Gods koninkrijk bleken te zijn. Het feit dat we vandaag beginnen in te zien: dat al Gods volk uit profeten behoort te bestaan, is vrucht van een beter verstaan van Gods opdrachten.
Ook een nieuwe psalmberijming; ook een nieuw liedboek.

Want hoe lang nog krijgen we de kans, de Heere lof te zingen in openbare samenkomsten? Hoe lang nog kunnen we over straat gaan als bewuste christenen? Hoe lang nog worden christenen geduld in deze wereld: zonder het merkteken van het Beest, zonder in te stemmen met de valse liturgie aan een satanisch creatuur?
De vervolgingen in Spanje, Zuid-Amerika, Indonesië en andere landen kennen we al van horen zeggen. Maar wat zegt Oost-Europa ons? Vlak bij, in Oost-Berlijn op een uurtje vliegen afstand, begint het al. Daar wonen nu bijna 400 miljoen mensen in de landen achter het ijzeren gordijn, die gehinderd worden in de kerkelijke samenkomsten, in de catechisatie, in de openbare lofzangen, in het belijden van de Naam. Daar treffen ze elkaar in een crypto-kerk als de Romeinse slaven in de catacomben; daar mag geen lofzang naar buiten dringen of de staatspolitie dringt naar binnen; daar vindt men een bijbel op gemiddeld 300 mensen.

Dat kan ons morgen overkomen.
Alles wijst er op en we moeten maar niet schrikken wanneer ook hier de kerk morgen "als tot niet gekomen" schijnt te zijn. Dan kunnen ook hier de kerken gesloten worden, de predikanten en kosters mitsgaders de organisten inpakken.
Dan herkennen de christenen (van welke denominatie en afsplitsing en zuiverheidsgraad en kerkelijke papieren ook) elkaar hopelijk nog aan een kruisteken, een vis-teken of de melodie van een psalm. Dan blijkt wel, of we vrienden of vijanden van het kruis zijn. En dan zal de liturgie wel geheel practisch zijn - en niet langer gezongen. Die liturgie kan zijn: een hap brood, de gevangenis binnengesmokkeld met levensgevaar; een blik van verstandhouding in de folterkamer. Deze dingen zijn volkomen reëel en het is een struisvogel, die er niet aan wil denken.

Welnu. Als deze dingen zo zijn, dan moeten we onze tijd uitkopen.
Gekibbel over de kwaliteit van kerkliederen, Over auteursrechten, over de meest juiste authentieke notatie, over het aantal minuten preek en het aantal toelaatbare minuten koorzang kunnen we beter overslaan. Het kan zijn dat we straks elk een deel van Gods woord uit ons hoofd moeten kunnen opzeggen, omdat er geen gedrukte bijbels meer voorhanden zijn. In Zuid-Korea begon men er enkele jaren geleden al aan. En het kan zijn dat we elkaar straks mogen opwekken door kerkliederen, welke we thans uit het hoofd hebben geleerd. Geen verouderde, waarvan alleen de taal al vragen opwerpt; liever bijdetijdse, van hedendaagse dichters; die verouderen iets minder snel.

Het is daarom goed, de dingen nuchter te bezien. De artikelen van drs Woldring in dit blad, met name dat van 13 september, over Taizé, geven goede uitgangspunten bij het bezien van onze liturgie.
Een preek dienst is een mislukte dienst, daar de gemeente is uitgeschakeld.
Een concert idem dito.
Een zangdienst waarschijnlijk al evenzeer. En een zwijgdienst, uitgevoerd tussen zinrijke symbolen, zal evenmin aan het doel van de liturgie beantwoorden. Maar al die elementen behoren er wel bij, bij alles wat lieflijk is en welluidt, bij het welgevallige en volkomene van Romeinen 12 : 2. De kerk is geen samenkomst. van lieden, die de bijbel niet lezen. Geen voor lezing voor analfabeten. Geen meditatie voor spirituele standwerkers.
Geen kunstbeoefening voor aestheticisten. Maar de kerkdienst moet wel volledige gelegenheid geven, als gelovigen tezamen God de Heere te ontmoeten, Hem aan te roepen, naar Hem te luisteren, Hem te loven en door Hem gezegend te worden. Zo alleen wordt de verticale band der gelovigen met God versterkt. Zo alleen wordt de horizontale band, zijnde de gemeenschap der heiligen, versterkt.
En daar moet de wereld het van hebben. Want als onze liefde ontstoken wordt op de berg der heiligheid dan moeten wij daarvan blijven zingen tot in eeuwigheid.
Met mond en hart en .... hand.

Volgende week verder?
*) Enkele losse gedachten, voor een gemeentevergadering van gereformeerde en christelijk gereformeerde 'broeders te Emmeloord ingesteld.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief