Van de redactie
2005-05-06
In Opbouw zijn we veel bezig met het wel en wee in onze kerken in Nederland. En het is onze hoop dat ons blad daarbij iets voor u kan betekenen.- Jaargang 49
- nummer 9
Maar de kerk is 'de enige club die er niet is voor z'n leden', zoals iemand eens zei. De bijbelse opdracht om kerk te zijn in de wereld is voor haar wel heel wezenlijk.
Vandaar dat het ons deugd doet om u dit themanummer te kunnen aanbieden.
Het onderwerp is het zondermeer waard om er een extra dik nummer aan te wijden. Er gebeurt een heleboel, en het is goed om daar een keer een doorsnede van te laten zien.
Grenzen
Het uitgangspunt van dit themanummer is de vraag wat er vanuit de Nederlands Gereformeerde Kerken gedaan en gedacht wordt op het gebied van de zending en het 'werelddiaconaat'.
Het is een gegeven dat Nederland ook een zendingsland is, en dat het tot het wezen van de kerk behoort om ook in eigen land 'missionaire gemeente' te zijn. Het is één taak van de kerk in de wereld. Toch willen we het in dit nummer beperken tot dat wat er 'over de grenzen' heen gebeurt - je kunt nu eenmaal niet alles in één nummer.
Ook over dit thema zou er nog veel meer te schrijven zijn, dan wat u hier vindt. Wat we met dit nummer willen, is een indruk geven van het globale plaatje van het grens-overschrijdende werk van de NGK. Zonder dat alle details aan de orde kunnen komen, iets van de breedte van het werk laten zien.
En zo vormt dit nummer naar onze smaak een rijk palet, van de landelijk operende organisaties tot de enkeling die op een soms eenzame post zit.
We hebben er bewust voor gekozen om zending én hulpverlening in het buitenland in één themanummer onder te brengen. Het is onze overtuiging dat deze niet te scheiden zijn, dat ze twee kanten zijn van een en dezelfde opdracht.
Inhoud
Het streven van Opbouw was om de breedte en variatie van het thema aan de orde te laten komen.
Allereerst geeft Alrik Vos een overzicht van de grotere, kerkbrede projecten die er zijn. Daartussendoor staat allerlei informatie over wat er vanuit de diverse gemeenten aan grensoverschrijdende activiteiten is.
Ook de wereldkaart op de middenpagina's kan daarvan een indruk geven.
Na dit algemene overzicht komt een aantal mensen aan het woord, die vertellen van hun ervaringen op het 'zendingsveld'. Dit wordt weer gevolgd door een tweetal bijdragen waarin de 'ontvangende partij' iets weergeeft van wat het werk vanuit Nederland voor hen betekent. Ook is aan vier gemeenteleden gevraagd om wat te zeggen over de vraag hoe zij de zending ziet - op welke manier zijn de leden van kerken bezig met dit ondewerp?
In een laatste groep artikelen wordt de balans opgemaakt en vooruit gekeken. Hoe ziet de toekomst van de 'NGK-zending' eruit? In hoeverre is ook Europa tegenwoordig 'zendingsgebied'?
Een vijftal zendelingen en predikanten geven hun visie op de vraag hoe het verder moet met de zending.
Tot slot volgen nog een column-achtige bijdrage over de vraag in hoeverre de zending ons bezighoudt, en een lijstje met boeken over het thema 'zending en hulpverlening', voor wie zich wat verder in het onderwerp wil verdiepen.
Al met al hopen we dat dit themanummer mag bijdragen aan de opbouw en de voortgang van het zendingswerk
(in de volle breedte van het woord) van de Nederlands Gereformeerde Kerken. Moge het een aanzet zijn tot een verder gesprek en nadere bezinning op dit belangrijke aspect van ons kerk-zijn!
Tenslotte natuurlijk ook veel leesplezier gewenst.
M.J. Strengholt