Jezus Christus in het Nieuwe Testament

1974-11-22
  • Jaargang 18
  • nummer 43
Matth. 5 : 1-12

Voordat ik de tekst met u bespreek, maak ik een paar inleidende opmerkingen.
Steeds komt bij dit gedeelte uit het evangelie de vraag naar voren: Wie zijn toch de armen, treurenden e.a. die hier worden zaliggesproken. Gelden deze woorden en het vervolg van deze rede een kleine kring van getrouwen, b.v. de discipelen, van wie een bijzondere inzet wordt gevraagd met als beloning een bevoorrechting boven anderen.
Richt Jezus zich hier tot een geestelijke élite, die zoals men zegt het evangelie waar moet maken in de wereld.
Zijn deze woorden ook bestemd voor de schare, die hem volgde of - en dat doet in onze dagen weer opgeld - richt Jezus zich tot alle armen en verdrukten ' in deze wereld zonder onderscheid.
Om tot een recht inzicht in deze te komen moeten we onze aandacht eerst richten op Hem, die hier spreekt.

Het zal voor u geen vraag zijn, wie Jezus van Nazareth is. U weet uit uw bijbel, dat Hij niet zo maar, plotseling in deze wereld verscheen als één of andere bevrijder.
Neen, Hij was de beloofde profeet, priester en koning in wie God al de beloften aan Zijn volk kwam vervullen. In Hem was het koninkrijk van God gekomen.
Toen Jezus de bergrede uitsprak, was er al een groep mensen om Hem vergaderd, de bekende discipelen, maar ook anderen, die Gods beloften kenden, kwamen vol verwachting tot Hem.
De samenvergadering van allen, die de Vader Hem gegeven had, was dus al begonnen en als Hij dit op de berg a.h.w. voor Zich ziet spreekt Hij over allen die gelovig tot Hem komen als de door God gemachtigde Koning het "zalig" uit.
Zo zijn deze woorden een proclamatie van de door God aan de gemeente van alle tijden gegeven (koning en is duidelijk voor wie deze woorden bestemd zijn.
Jezus spreekt zalig, dat deed Hij toen en nu.
Daarom. en dit is de tweede opmerking, de zaligsprekingen zijn geen vriendelijke raadgevingen, of spreuken naar de wijsheid van mensen, neen, zij vormen een korte. blijde en feestelijke prediking van het evangelie van het koninkrijk. Jezus leert ons hier, let u op het slot van vers 3 en van vers 10, van wie het koninkrijk der hemelen is. Het is van de hier genoemde armen, treurenden tot de vervolgden toe. Ook leert Hij ons van de weldaden in dit rijk: er is vertroosting, de aarde is de erfenis. er is verzadiging, barmhartigheid, reinheid en vrede zelfs in vervolging.

De laatste opmerking: het kan zijn dat iemand een bijbelvertaling voor zich heeft liggen, b.v. Goed nieuws, waarin het woord zalig is vervangen door gelukkig.
Daarmee is de inhoud niet dichterbij gebracht, integendeel hier dreigt een verminking van het evangelie ..
Wat is geluk? Ieder mens wil gelukkig zijn. Maar als u nu leest wie hier zalig gesproken worden ziet u het verschil tussen wat Jezus zaligheid noemt en wat de mensen geluk noemen.
U moet daarom letten op de tegenstellingen in de verzen drie tot zes en negen tot twaalf, tussen het "zalig" dat Jezus spreekt en de omstandigheden, waarin deze zaligen verkeren. Men noemt dit paradoxen, d.w.z. schijnbare tegenstellingen; zij zijn karakteristiek voor de door de Heiland hier gekozen vorm van evangelieprediking, Het koninkrijk der hemelen doet zich dikwijls aan ons voor als een onbestaanbare, omgekeerde wereld, daarin zijn de laatsten de eersten, de zwakken sterk, de armen rijk, daar hebben niet de brutalen de halve wereld, maar beërven de zachtmoedigen hemel en aarde!
Deze tegenstellingen worden overwonnen in het leven van hen, die het geheim van het koninkrijk kennen.
Er is dus een groot verschil tussen het geluk van de wereld en de zaligheid in Christus' rijk.
Bij de zaligheid hoort het kruis, u ziet dat staan in vers 10 bij de vervolgden.
Hoe kan het ook anders, want de Koning van dit rijk, de eerste onder de hier genoemde armen en zachtmoedigen is Jezus Christus Zelf.
Wie zalig wil zijn kiest voor het kruis.
Mensen willen wel gelukkig zijn, maar zalig ...
Als we nu de tekst voor ons nemen.
treffen we daarin tweemaal vier zaligsprekingen aan. In vers drie t/m zes wijst Jezus ons aan waar we de burgers van het nieuwe rijk moeten zoeken. Het gaat in deze vorm van evangelieverkondiging om de vervulling van Gods beloften aan Zijn volk, zei ik u reeds.
In heel het oude testament vindt u die beloften, bij de zaligsprekingen moet u vooral denken aan het "Welzalig" dat u zo dikwijls in de Psalmen en ook in de Spreuken vindt.
De beloften worden vervuld door de van God gegeven Koning, ik wijs u op Psalm 72: daar leest u van de koning, die de ellendigen recht verschaft en de armen redt.
Het gaat dus om de koninklijke gerechtigheid die in de genadeheerschappij in Christus tot werkelijkheid zal worden.
Ik weet dat er van de teksten over de armen en verdrukten misbruik wordt gemaakt door wat men noemt maatschappij-kritische theologen, maar dit mag ons geen aanleiding geven om woorden hier gebruikt te vergeestelijken.
U moet bij de armen in vers drie dus denken aan gewoon arme mensen, die maatschappelijk verdrukt of achtergebleven zijn.
Wanneer er staat: arme van geest, onderstreept dit de armoede, want die doortrekt het hele leven en drukt een mens neer. Ik wijs daarbij op Jes. 66 : 4 waar u leest van de ellendige, de verslagene van geest.
In de psalmen en de profeten (Jesaja 61) komt u die armen steeds tegen. U hoort hun klachten in hun strijd en moeiten over hun lot, denkt u aan psalm 73.
Maar hiermee is niet alles gezegd, want deze armen zijn tevens degenen, die in hun nood aan God vasthouden en van Zijn koninklijk ingrijpen hun hulp en heil verwachten.
Zo is ook duidelijk aan het worden.
wie de treurenden (vers 4) zijn. Het zijn niet alle mensen die leed hebben of rouwdragen zonder meer. U moet ook niet uitsluitend denken aan mensen die bedroefd zijn om hun zonden, al zijn we dan dichter in de buurt.
Het gaat om het leed in de wereld dat Gods kinderen lijden onder de zo voor het oog ongestoorde doorwerking van de macht van de vorst der duisternis, die op alle fronten lijkt te overwinnen.
Het is de droefheid van hen, die zich steeds meer vreemdeling gaan voelen in de ontwikkelingen in deze wereld, die verlangend uitzien naar de rechtvaardiging en overwinning van Gods genade in deze verzondigde wereld.
De zachtmoedigen (vers 5) zijn niet wat half-zachte mensen, die alles over zich heen laten gaan en maar berusten. Van Jezus weten we dat Hij zachtmoedig was. Hij nam toen Hij verdrukt werd zijn lot niet in eigen hand, maar in vertrouwen op de Hem toegezegde overwinning, kon Hij verdragen en overgeven. Zachtmoedigheid is geen zwakte, maar kracht van omhoog, Zo zijn hier de zachtmoedigen zij, die in hun armoede en leed het recht niet in eigen hand nemen. soms kunnen ze dat niet eens, maar ze willen het ook niet, want ze vertrouwen op Hem die hun haastig recht zal doen. Als we lezen van hongeren en dorsten naar de gerechtigheid (vers 6) hebben we de neiging om te denken aan iemand als Maarten Luther, die met zijn God worstelde om de vrede en eindelijk rust vond in de bevrijdende boodschap over de gerechtigheid Gods in de verzoening van de zonden door het bloed van Christus. U weet dat is een schone zaak. Maar in onze tekst nu gaat het over de koninklijke gerechtigheid. van Christus zagen we herhaalde malen.
Wij leven in een wereld vol onrecht. Uit onze bijbel weten we dat het een zondige toestand is, in strijd met Gods gerechtigheid, wanneer miljoenen mensen honger lijden, anderen verdrukt worden en als geweld en onrecht zoveel verwoesting aanrichten. Dit laat daarom een gelovige niet met rust en zo komt er in zijn leven een honger naar een andere wereld die vol is van gerechtigheid.
Nu aan deze mensen, die in hun nood en de nood van anderen hun hoop op God stellen en de goede strijd daarvoor strijden beschikt nu onze Here Jezus Christus: vertroosting, het uitzicht op verzadiging met gerechtigheid in zijn rijk eens zal dit volkomen zijn als Hij alle tranen van de ogen wist in het nieuw Jeruzalem, maar dit rijk is er reeds de eeuwen door. de tekenen staan opgericht in de wereld en de vertroosting is kracht in het leven van allen die het geheim kennen.
Het valt op dat in de verzen 7 t/m 9 het zalig wordt uitgeroepen over mensen, die wat men noemt bepaalde zedelijke eigenschappen bezitten: zij zijn barmhartig, rein van hart en vredestichtend.
U weet allen wel, dat zich hier geen farizeese invloed in die zin laat gelden, dat de mens zich door barmhartigheid en reinheid de genade van het koninkrijk moet verwerven. Ook hier geldt dat deze woorden proclamaties van de koning zijn. Ik kan dit het best duidelijk maken t.a.v. de reinen van hart (vers 8). Zoals de armoede heel de mens doortrekt ook zijn geest, zo is de reinheid in het koninkrijk niet een zaak van uitwendig reinigen gelijk dit vaak bij de joden in die dagen het geval was, maar een reiniging van nart en leven, psalm 24: 4: "die rein van handen en zuiver van hart is".
Maar wie zal zich durven aanmelden, wanneer in deze psalm deze mensen worden opgeroepen in het heiligdom te komen. Ook al is de kennis wel eens wat oppervlakkig, allen hebben we weet van ons boos en zondig hart. Jezus zegt in Joh. 15 vers 3 tot de zijnen: "gij zijt nu rein om het woord dat ik tot u gesproken heb". In het genade-woord van Christus ligt de vrijmoedigheid om op te gaan als reine van hart voor allen, die Zijn eigendom zijn.
Wij mogen geloven wat onze Meester over ons zegt.
Zo moeten we deze zaligsprekingen verstaan. De koning spreekt in zijn volmacht en dan spreekt hij niet zo maar iedereen rein, hij spreekt wie Hem aanneemt rein.
Zo noemt Hij nu zalig de barmhartigen, reinen van hart en de vredestichters. In deze proclamatie, dit machtswoord, werkt nu de genade zo op het leven in, dat de aangesprokenen kracht ontvangen om te worden wat ze in Christus zijn. Een mens, die zich in de barmhartigheid Gods verlost weet van zijn zware schuld, zal zijn broeder niet bij de keel grijpen om een kleinigheid, maar barmhartig zijn en de reine van hart zal niet geloven in de overwinning van de zonde, maar in oprechtheid met zijn God leven.
Dikwijls wordt ons hart getrokken naar het woord: zij zullen God zien in vers 8.
Hier zou een aparte lezing over te houden zijn. Nu moet ik volstaan met te zeggen dat wij in deze bedeling de Here niet kunnen zien met natuurlijke ogen; Hij bewoont een ontoegankelijk licht.
Er is voor de mens geen directe toegang tot God; een mens moet luisteren naar het Woord en door de Geest' de Here uit Zijn woord leren kennen. Daarbij moeten we het doen met het woord van onze Meester: Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien, d.w.z. die heeft door het geloof God gezien in zijn werken van genade en gericht in Christus in de wereld en in ons leven.
Rest mij nog een woord over de vervolgden.
Zalig de vervolgden. daar ziet u het al genoemde kruis van Christus, Ik denk aan Paulus en Silas, die tot bloedens toe geslagen in Filippi in de gevangenis in hun ellende God lof zongen in de macht en ik denk aan de kracht van dit rijk toen een aardbeving hun boeien deed breken. Het is genade om de vervolging te aanvaarden en het kruis op te nemen.
De zegen die er is onder het kruis is één van de meest blijde en verwonderlijke ervaringen in de komst van het rijk.
Aan vervolging en smaad ontkomen de burgers van het rijk niet.
Er is allerlei vervolging in de wereld en zelfs in de kerk. Jonge mensen, die voor Jezus kiezen moeten weten dat ze daarvoor wel eens een zware tol moeten betalen.
Maar er is geen reden voor angst en droefheid, verblijdt en verheugt u, er is levensbloei onder het kruis en de belofte voor de toekomst.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief