Over Taizé
1974-11-22
"Taizé, oproep tot eenheid van christenen, gescheiden door kerkmuren van glas."- Jaargang 18
- nummer 43
Onder deze titel verschenen van de hand van de Heer Woldring een tweetal artikelen in dit blad, van 6 en 13 september jl.
Taizé is, zoals U uit deze artikelen kunt weten, een protestantse kloostergemeenschap, onder meer bedoeld om alle christenen samen te binden, zonder te letten op eventueel kerkelijke afkomst.
Deze artikelen waren over het algemeen nog al van lovende aard, al heeft de schrijver ook wel kritische opmerkingen ge maakt. Toch zegt hij "bij mij staat de waardering voor Taizé voorop."
Het heeft mij getroffen dat de schrijver zo'n grote waarde hecht aan deze gemeenschap.
Als men de geschriften doorneemt van hen, die nauw bij Taizé zijn betrokken, dan rijst daaruit een geest op, die meer verwant is aan Rome, al pretendeert men te zijn een protestantse gemeenschap.
In het boekje "Het bidden van Gods Woord" van P. IJ. Emerij worden vele uitspraken aangehaald van oude "kerkvaders", o.a. Calvijn, maar ook van vele "heilige vaders" zoals H. Theresia, St. Franciscus, St. Augustinus, St. Benedictus enz. Waarom niet op directe wijze Gods Woord laten spreken, waarin juist het gebedsleven zo'n brede plaats inneemt?
Zeker geeft deze schrijver directe aanhalingen uit de H. Schrift, maar dit gebeurt op een allerongelukigste manier. Als hij, al schrijvend een bepaalde schriftplaats op het oog heeft, zet hij een cijfer, te beginnen met 1, 2 enz.
Dan moet men eerst achter in het boekje onder het hoofd "Notities" het cijfer zoeken. waar dan de tekst wordt aangeduid, bij Ef. 1, 18, en dan moet men zelf in de bijbel nagaan wat er staat. Waarom de Schriftgegevens niet verwerkt in wat de schrijver heeft te zeggen? Het valt dan ook op, dat deze Schriftplaatsen zo weinig positief door de schrijver worden gebruikt.
Wat de kloostergemeenschap zelf betreft, deze is nogal strak georganiseerd.
Het hoofd van deze gemeenschap, de prior, heeft een beslissende invloed. Eén van de daar geldende regels luidt: "Om een sfeer van tegen elkaar opbieden niet in de hand te werken, draagt de Prior tegenover zijn Heer de verantwoording, om te beslissen, zonder dat hij daarmede aan een meerderheid gebonden is.
En als enkele broeders van deze gemeenschap elders in de wereld tewerk worden gesteld, luidt de opdracht: "Zij houden de prior regelmatig op de hoogte van hun leven."
"Laten zij zonder zijn goedvinden zich niet aan en nieuwe onderneming wagen, want het is de taak van de prior de broeders (in Taizé) te raadplegen."
U ziet de prior heeft een sterk hiërarchisch gezag.
Ook lezen we van de mogelijkheid tot biechten in deze gemeenschap.
Ook dit is weer met roomse trekken besmet. Het gebeurt volgens een vast schema, waarin de voorganger en de biechteling een soort biechtformulier afwerken, waarna de voorganger absolutie verleent, Dr P. A. Elderenbosch schrijft in zijn boekje "Taizé" ook over de verhouding met de R. Katholieken en tracht in zijn schrijven bij protestanten begrip te kweken voor bepaalde roomse instellingen, bijv. die van de paus. (bladz. 78) In; schrijft: "Een zichtbaar centrum van de eenheid der kerk en een ambtsdrager die er in hoogste instantie voor waakt dat de kerk blijft leven bij haar apostolische opdracht en uit de apostolische verkondiging, behoeft in de reformatorische theologie geen onmogelijkheid te zijn, integendeel" - en daar volgt dan heel geruststellend op - ook Calvijn had daar geen bezwaar tegen. Het is alleen jammer dat de schrijver niet aangeeft waar dat te vinden is in Calvijn's geschriften. De schrijver vervolgt: "Het gaat echter om de wijze waarop het pauselijk gezag functioneert, ook om de functie van de paus in duidelijk onderlinge relatie met die van de andere dienaren der Kerk."
In het boek "Broeders van deze wereld" zegt de prior van Taizé, dat paus Johannes XXIII door zijn benoeming als paus een nieuwe lente in de eucumene inluidde.
Hij had oog voor iemands goede bedoelingen, zijn "innocenza".
"Hij zag die innocenza (die onschuld) in de broeders van Taizé en hij schonk hun zijn vertrouwen."
Als men zo spreekt over het primaat van de paus heeft men dan nooit van Christus gelezen, dat Hij gezegd heeft: "Gij zult u niet rabbi laten noemen, want één is uw Meester, en gij zijt allen broeders. En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want één is uw Vader, Hij die in de hemelen is. Laat u ook geen leidslieden noemen. want één is uw Leidsman, de Christus." Matth. 23: 8-10.
Ook is het opmerkelijk dat men in de geschriften over Taizé praktisch niets leest over de zonde, waartegen ook wij als christenen hebben te waken in al ons werken en bezig zijn. Steeds is er in hun geschriften sprake van je open stellen voor de ander, het betonen van menselijkheid, het beoefenen van zelfbeheersing enz.
Nooit één woord over Gods verbondsverhouding tot Zijn volk, waarin Hij als God des Verbonds recht heeft op het leven van Zijn kinderen. Moet dan, zoals br. Woldring schrijft, de sfeer ons als 't ware begeesteren, om ons op te werken tot kinderen Gods? Een sfeer van ikonen, kaarsen, retraite, biecht enz. Steeds ook wordt in hun geschriften de gedachte gevoed, dat Christus op aarde Zijn arbeid dan pas zin had als armoede en onthouding aanwezig waren bij hen, die Hij bezocht.
Nergens vinden we deze gedachte in de evangelieën. Christus richtte Zijn boodschap tot rijk en arm.
Ja. zelfs stelde Hij de koningin van Scheba aan Israël tot een waarschuwend voorbeeld. En dit was toch bepaald geen onbemiddelde hoogheid.
Dr P. A. Elderenbosch schrijft in zijn boekje "Taizé", blz. 127, in verband met Hand. 2 : 42: "De gemeenschap die Christus ons gegeven heeft, was meer dan een contact op religieus niveau. Hij deelde het leven met de armen, de verworpenen en stervenden tot aan het kruis. Uit deze gemeenschap ontstaat de gemeenschap van mensen die met elkaar in het leven van Christus delen en die dan ook, wanneer zij echt is. niet anders dan een grote solidariteit kan zijn."
Deze taal kunnen wij ook in Nederlandse kerken beluisteren, maar dan wel door zgn. progressieve predikanten, die menen dat de Bijbel alleen maar een boodschap heeft voor de derde wereld.
Het schrijven van br. Woldring (hoewel hij het zo niet bedoelt) acht ik juist zo gevaarlijk voor de christelijke jeugd van vandaag.
Zij is vaak licht ontvlambaar voor die bewegingen die pretenderen dat de nood van de mensheid op een heel ander vlak ligt, dan de kerk altijd heeft verkondigt.
Ja, zelfs in bepaalde kerkelijke kringen is er een stroming, die meent bepaalde structuren op sociaal en politiek gebied in de derde wereld te moeten ontmantelen.
Ze laten zich hierin zo meeslepen, dat ze de goegemeente opwekken de collecte te gedenken, die bedoeld is om financiële steun te verlenen aan opstandige volksgroepen.
U zult zeggen: "Maar dat zal Taizé nooit doen."
Ik wil U, br. Woldring. best gelijk geven, alleen de motieven om daartoe te komen zijn in hun leer en optreden hier en daar wel aanwezig.
Een tweetal motieven wil ik noemen.
1e. Taizé is mede opgericht met medewerking van de Wereldraad van Kerken. zie dr P. A. Elderenbosch, blz. 86. Het tweede motief noemde ik reeds, naar wat dr P.
A. Elderenbosch opmerkt naar aanleiding van Hand. 2 : 42 waar staat: "En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden."
Ik meende dat het goed was om op deze wijze te reageren op de artikelen van br Woldring. Niet uit lust tot twisten. maar wel om bij het beproeven der geesten elkaar tot een hand en een voet te zijn, en dat bij het licht van Gods Woord.
(In Opbouw van volgende week hoop ik op enkele onderwerpen, die de heer Vermeulen genoemd heeft, nader in te gaan. H.E.S.W)