SCHILDER- TEKENAAR

1974-11-29
  • Jaargang 18
  • nummer 44
Sedert zo'n tien jaren is de tekenaar Rien Poortvliet (42 jaar jong) aan alle Nederlanders bekend. Hoe komt dat eigenlijk? Is het omdat hij eens bij "Mies in de Stoel" uit het kastje kwam springen, zo maar onze huiskamers binnen? Is het om zijn leuke snor, zijn golvende manen, zijn vibrerende bariton? Of is het werkelijk om zijn gevoelige en rake tekeningen: nauwkeurig waargenomen naar de natuur en natuurlijk weergegeven naar waarheid?

Zijn tekenwerk was aanvankelijk harde reclame-arbeid. Pas op de duur, toen hij tijdschriften ging illustreren, boeken verluchten, de natuur en het wild waarnemen en uitbeelden, trok hij de aandacht.
Niet langer voor soepmerken - maar voor Gods schone schepping.
Niet langer de aandacht van huismoeders en hotelkoks - maar ook van mannen, kinderen, schrijvers. En langzamerhand de aandacht van heel Nederland: van jagers en andere milieubeheerders, van lezers en andere minnaars van rust en contemplatie, van christenen en van andere mensen.

Nu is het waar, dat deze man gesierd is met een palet vol kostelijke gaven: van God geleende vermogens om de schepping te zien en lief te hebben; ook om anderen liefde voor de schepping bij te brengen.
Komt daar dan bij een slagvaardige, vriendelijke en onbevangen toon; een immitsj dat de televisie maar zó uw huiskamer binnenspeelt; een tijdsbestek, waarin de natuur tot in het overdrevene beschermd, gewaardeerd en geknuffeld wordt; mitsgaders gezegde haardos ... nu, dan is er al iets van zijn succes verklaard.

Maar dit alles raakt het eigenlijke van de man nog niet. Dit alles is slechts een eigentijdse uitmonstering, die het goed doet; maar die niet de binnenkant etaleert. Die binnenkant zit anders in elkaar dan die van een geslaagd man zonder meer. Iemand zei me eens: "die Rien, dat is een heel gekke vent; stel je voor dat die aan tafel' nog uit de Bijbel voorleest en hardop bidt met zijn gezin". - Die iemand zei het niet smalend, maar vol eerlijk respect. Zo van: een stukje antiekchristelijke cultuur, dat in een museum thuishoort - en dan maar los rondloopt.

Rien is inderdaad een jager. Tien jaar geleden ontmoette ik hem voor het eerst, in het jachtveld. Hij zou een afschotbok neerleggen in ruil voor enkele geleverde illustraties. Ik wees hem de plaats, zag hem gedurende een kwartier de bok waarnemen, aansluipen, beoordelen en tenslotte neerleggen. Het was vakwerk: rustig, beheerst, geluidloos, onopvallend en toch niet bloeddorstig maar waardig, Toen de bok lag heeft hij met de jachthoorn het signaal Boik Dood geblazen. Met warmte en gevoel, met iets als meedogen. Een leven wegnemen, al is het een slechte reebok die er nodig uit moet, is niet om te lachen. Op zo'n moment voel je de hele inventaris van een jager: het menselijke, het besefte rentmeesterschap, het kindschap van God, Schepper van hemel en aarde.

Ja, daar staat het. Rien kent zijn hemelse Vader van dichtbij. Hij is een man, die dagelijks de Bijbel leest, zowel binnen de tafelceremonie als daar buiten. Dat heeft hij laten zien in zijn laatste publicatie. Maar daar komen we meteen op terug.

Behalve vele, vele illustraties in De Nederlandse Jager en in Wild und Hund ging Rien Poortvliet (die altijd signeert als Rien * oftewel Rien-met-het-sterretje) ook boeken illustreren. Eerst samen met de Nijmeegse jager-arts Wil Huygen, Hun boek "Alleen voor Jagers"
bevat voor de helft goede jachtverhalen (waarbij de medicus onmiskenbaar is) en bestaat voor de andere helft uit prachtige tekeningen.
Wanneer Rien op zijn knieën een eend binnenhaalt van onder de neus van een aangebonden stier, dan voel je aan de spanning in de tekening, dat het hem werkelijk overkomen is. Ook zijn eerste houtsnip, die hij ergens op de grond zoekt - maar die meters boven hem in de takken is blijven hangen. Dat kim; het is mij precies zo overkomen. De conversatie tussen drijvers, die je van hun gezichten afleest. Het innerlijk van diverse jagers, zowel van status-jagers als van natuurmensen.
De vele beschouwende waarnemingen van het veldgebeuren: de tekenaar, die over de schouder van de jager meegeniet.

En dan de kleine stunts, fantasierijke uitgroei van zijn waarnemingen.
Het gezicht op een reebok van de hoogzit af: zo'n klein insect ergens tussen de struiken beneden, zou je zeggen. De visie op enkele ruige jagers, van de grond af genomen; illustratie bij een verhaal over een man, die in slaap gevallen was. Het beeld van een hert, gezien door een bukskijker, met de naald op het blad! De visie, die een hoge eend moest krijgen op een paar schutters, beneden aan een dijkje. In al deze gevallen levert hij meer dan een gewone waarneming: hij levert waarneming in bizondere zin, weergave van andermans visie, inclusief-denken.

In 1967 dus Alleen voor Jagers. Het volgend jaar gaf Rien * samen met zijn vriend Wil Huygen het boek uit "Met een kluitje in het Riet".
Opnieuw een bestseller vol goede jachtverhalen en uitstekende jachttekeningen.
Maar nu niet van dat serieuze - doch zacht ironisch geschreven en getekend. Iets van zelfspot; ook iets van spot over de spot, waarmee de jacht gemeenlijk wordt overgoten. Een kansel of hoogzit blijkt ook wel eens een toga in plaats van een jachtkloffie te kunnen dragen; jawel en dat zo maar tussen de dennen, dat is toch gek, niet?

De verrukkelijkste bijdrage vind ik Huygen's gedicht over de Schoolkameraad, die door een vrouwelijk serpent is getemd tot een brave dikkerd, maar eenmaal in zijn leven nog eens de oude jachtvreugde beleeft - om dan hersteld te worden in zijn eerbiedwaardige staat van thee- en afwaszwoeger. De mooiste tekening die, waarin Rien zijn autokoffer openhoudt om de zondagse toga van de predikheer op te bergen en ... daar valt een dode kat uit, de vorige dag in zijn veld geschoten!

In 1970 (misschien sla ik wat over) schreef Wil Huygen "Op schootsafstand" en Rien illustreerde het, bescheiden maar gevoelig. Die "schootsafstand" is een dubbelzinnigheidje van de schrijver: betekent allereerst de afstand, die een jager voor een behoorlijk schot in acht neemt - maar wijst tevens op alles wat leeft, alles wat afstand tot de moeder-schoot heeft genomen. Hier blijkt Rien ver gevorderd te zijn in de gelaatsuitdrukking; met minder lijn en kleur gaat hij meer bereiken.

Beroemd werd Rien Poortvliet door zijn boek "Jachttekeningen" uit 1971 met een voorwoord van Prins Bernhard. Een werk, eigenlijk zonder tekst, maar met ongelooflijk subtiele jachttekeningen, schetsen en aquarellen. Voor ieder een feest om te bezien. Voor de jager bovendien het feest van het déja vu. Het is alles namelijk geen fantasie maar herbeleven van de werkelijkheid. Een eerlijke opdracht aan zijn vrouw (ze mag er zijn, zo te zien) en zijn twee jongens. Een enkele term over "ons van God gezegend huis". Ook dat zijn vrouw meer doet aan gezelligheid dan aan vervelende properheid van "mantelpakkieswijven"; en dat ze zorgt dat Rien "lekker kan werken".

Spreekt het u aan? Herkent u de man, die de Heere vreest? Kijk anders eens in psalm 128. En dan de laatste bladzijde, waarop iets met de hand geschreven is. Een dankwoord aan de Koninklijke Hoogheid, die het voorwoord schreef; aan alle jachtheren, waar hij te gast is geweest; en een dankwoord aan "U, lieve Heer, bovenal dank voor de prachtige dieren die U maakte! Ik ben me ervan bewust dat het Uw dieren zijn - geen musje valt zonder Uw weten - en als ik mag jagen wil ik dat "eerbiedig" doen en ik zal m'n best doen om niet te versimpelen tot schieter." Was getekend Rien *.

Het boek ging ongelooflijk goed. Besproken via de kleurentelevisie wat wilt u nog meer? Rien was beroemd - maar hij bleef eerlijk en zichzelf. In 1973 kwam een vervolg met de titel" ... De Vossen hebben Holen". In zijn voorwoord verwijst hij naar Lucas 9 : 58 en voor de zoveelste maal kan elke wereldling proeven, hoe een kunstenaar in deze schepping rondtuint als een rentmeester van de Gever van alle Goeds. Hij komt er voor uit en zet anderen aan het denken.

Dit boek is heel anders van opzet dan het vorige. Was "Jachttekeningen" een argeloos spel van kleuren, beelden, landschappen en dieren - in het laatste heeft de uitgever blijkbaar alle voorradige tekeningen, schetsen en aquarellen bij elkaar genomen en in de stroomversnelling van de publiciteit geworpen. Alleen heeft Rien bij deze uitverkoop de wijsheid gehad alles te ordenen in hoofdstukken en van verklarende tekst te voorzien. Zo gaat dit boek over de vos in alle levens- en stervensomstandigheden; maar ook over het ree, de korhaan, het wilde zwijn, het schadelijk wild in de zin der wet, de eend en de gans, het haas en konijn, het edelhert en damhert, de fasant en de patrijs; zelfs over de moeflon. Daardoor heeft dit boek zeker evenveel betekenis gekregen als het vorige.

Dit klaar zijnde liet Rien een vol jaar niets van zich horen. Om vakantie te houden? Nee, omdat hij zichzelf de opdracht gegeven had een werk over het aardse leven van onze Heiland te schilderen. Een interessante maar beangstigende taak, zult u zeggen. Jawel en u denkt eerst aan Rembrandt, maar ook aan Bert Bouman om iets anders te noemen.

Wie de NCRV-uitzending van 5 november heeft meegemaakt is getroffen door de gevoelvolle, eigentijdse weergave van Bijbelse figuren.
Rien Poortvliet schilderde zo'n tachtig doeken, die door het Ned. Bijbelgenootschap worden geëxposeerd. De reproducties ervan vormen een boek, waarvan de tekst geschreven is door ds Hans Bouma. Slechts een enkele maal is de Heiland zelf uitgebeeld; meestal zijn het de personen rondom Hem. Mensen als wij: de discipelen, de zieken, de bezetenen, de schriftgeleerden, het Sanhedrin. Judas, die er zo niet uit te halen is, de discipelen haalden er hem ook niet uit, wel? Petrus, die de Heiland verloochent; een haan op de achtergrond. Judas, razend van spijt en wroeging. Petrus, die naar buiten ging om bitter te schreien. Een jongetje, door de Heiland in de grote-mannen-kring getrokken dat met grote ogen luistert naar: als gij niet wordt als een kindeke ... het joch snapt er niets van. De andere kinderen rondom de grote Kindervriend; geen adspirant-heiligen, maar als uw eigen kinderen: één luistert, een ander kijkt naar wat hem afleidt, een derde ziet over zijn schouder naar u. Ontroerend is de hand, waar een spijker doorheen wordt geslagen: geen statische, onaandoenlijke, gothische hand - maar een anatomisch verantwoorde, levende hand van u en mij. Een gezicht aan het kruis, gemarteld door pijn, angst en verlatenheid.

De Egyptenaren beeldden hun farao's gestileerd als supermensen uit.
De juiste weergave achtten zij te banaal voor godheden. Een enkele farao heeft gestreefd naar natuurlijke weergave; van hem weten we dat hij onaanzienlijk was. Maar het kostte hem een revolutie om die eerlijkheid te bereiken; het kostte zijn opvolger een tweede revolutie om de klok terug te zetten. En tot na de renaissance werden de Heiland en alle Bijbel-heiligen gestileerd tot onaandoenlijke, bovenaardse wezens; hun heiligheid blonk uit hun onmenselijke trekken.

Welnu, juist in dat licht meen ik dat Rien Poortvliet ons de Bijbelfiguren en met name Jezus Christus veel dichterbij heeft gebracht.
Hun handen, hun ogen, hun gebaren spréken. Ze beelden het evangelie uit, illustreren het wonder van de blijde boodschap. Rien kreeg een kans om voor een zeer groot en aandachtig publiek te evangeliseren; een kans zoals iemand soms ééns in zijn leven krijgt. Rien heeft die kans gebruikt. Gelukkige man. Schilder bij de gratie Gods.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief