* Over Israël
1974-11-29
Israël komt al meer alleen te staan. De machten die het op zijn vernietiging toeleggen worden talrijker en sterker. Zal 'n nieuwe katastrofe dat volk, dat nog altijd Cods volk is, wat aangaat de verkiezing nog Gods beminden zijn om der vaderen wil, treffen?- Jaargang 18
- nummer 44
Zal de haat tegen dat volk, die ten diepste altijd de haat is tegen de God van Israël, opnieuw losbarsten in een massamoord? Laten wij bidden zonder ophouden om de sjaloom van het volk van Abraham, Izak en Jakob, het volk waaruit Jezus is geboren, het volk waaruit het heil naar de volken der wereld is uitgegaan. Laten wij bidden om de bekering ervan.
Onlangs was in ons land de bekende joodse professor Zwi Werblovsky, Voor de werkgroep "Synagoge en kerk voor Israël" hield hij een rede. Ik neem die over uit het maandblad "Israël". Het is de moeite waard goed na te denken over wat hij zei. Ook al is men het niet in alles met hem eens.
In ieder geval zegt hij een aantal aangrijpende waarheden.
Ik spreek als Israeli tot u als Christenen.
Ik spreek niet tot 'de kerk'. Ik ben ook geen ecclesioloog. Als mens en als jood 'kan ik de kerk (en de kerken) niet meer als partner in een gesprek of dialoog beschouwen. Als mens en als jood heb ik voortaan met Christenen te maken. Voor mij is dat een belangrijk verschil. Onlangs zei ik tegen Dr Philip Potter en andere vrienden in de Wereldraad van Kerken: 'zowel 'de kerk' als 'de kerken' zijn voor mij voortaan een politiek verschijnsel, net zoals de VN, de EEG of de Sovjet-Unie. Voor mij maakt het geen verschil of ik met u dan wel met Waldheim of Brezjnew spreek, en dat betekent dat ik ook met u op zuiver pragmatische wijze, als homo politicus maar niet als homo religiosus, moet onderhandelen.
De kerken zijn voor ons geen morele instantie meer, en vertegenwoordigen in mijn ogen geen geestelijke waarden.' Ik voegde er aan toe dat indien Ohristenen een dialoog met dode joden wensen, dan hebben de levende joden daarvoor geen belangstelling meer. Voor ons is een echte dialoog alleen nog met 'gras root' Christenmensen mogelijk.
Ik ben Israeli, en daarom ben ik in al mijn subjectiviteit - en de hemel behoede mij ervoor in zulke levenskwesties ooit op Nederlandskerkelijke wijze 'objectief" te worden ook pro.Arabisch en pro-Palestijns.
De radikale Arabische tegenstanders van Israel en van het Zionisme, die denken dat men anti-Israel moet wezen om pro-Arabisch te zijn, ageren tegen de uiteindelijke en echte belangen van de Palestijnen, net zoals Hitler in feite ook anti-Duits was. Ik zal u straks twee open brieven uit Jeruzalem laten zien: één van een rabbijn en één van een Luthers theo loog. Het heeft mij zeer aangegrepen dat deze Lutherse theoloog duidelijk tot ons joden zegt 'Denkt niet dat wij ooit te vertrouwen zijn'.
Waarom ben ik als Zionist ook pro-Arabisch en pro-Palestijns? Het joodse volk is een volk met een roeping (voor een godsdienstige jood weliswaar een religieuze roeping als volk, niet met de roeping van een kerkgenootschap.) Sommige joden die zich niet officieel ,godsdienstig willen noemen, spreken over het joodse volk gewoon als een historisch feit.
Godsdienstige joden zeggen ook dat het joodse volk een historisch feit is, maar zij zeggen bovendien dat dit historisch feit een religieus fundament en een religieuze diepte-dimensie heeft. Dat dit volk een land heeft is een niet minder essentieel gedeelte van Gods belofte dan het bestaan van het volk zelf. Voor de godsdienstige jood - en het is tenslotte hij die de 'natuurlijke' partner is voor een open dialoog met zijn christelijke broeder - zijn dit twee axiomatische gegevens: het joodse volk heeft een religieuze dimensie, en het volk is verbonden met 'het land, met 'zijn' land.
Dit schept een botsing van twee afspraken, van twee rechten, van twee nationale aspiraties. Het probleem van de Palestijnen is er, maar het is niet, zoals de anti-Israelische zijde beweert, een kwestie van honderd procent gelijk tegen honderd procent ongelijk. Moreel verantwoord is alleen 'het inzicht dat men ook hier zoals met de meeste historische en maatschappelijke problemen, moet proberen een oplossing te vinden die een maximum aan gerechtigheden verbindt. Het is feitelijk onmogelijk in onze wereld om voor honderd procent rechtvaardig te zijn dat is de tragiek van ons menselijk bestaan.
Als ik een christelijke theoloog was zou ik het dogma van de erfzonde erbijhalen om dit tragisch aspect van ons bestaan theologisch toe te Iichten. Wanneer er b.v. ergens een vliegveld wordt aangelegd dan mag dit goed en juist en nuttig zijn,maar het betekent vaak onteigening van land en altijd last vóór en onrecht tegenever mensen die in de buurt wonen. We moeten het kwaad tot een draagbaar minimum reduceren.
Israël is wel bereid offers te brengen, zelfs grote offers, om met de Arabieren tot vrede te komen maar wij zijn niet bereid zelfmoord te plegen. Laat de wereld eerlijk zeggen wat ze van ons wil: offers of zelfmoord?
Als de Wereldraad van Kerken (b.v, in de Canterburyverklaring) voor ons bestaansrecht uitkomt maar aanvallen op ons bestaan niet veroordeelt, dan mag ik dat misschien begrijpen maar dan heb ik ook het recht of aan hun oprechtheid of aan hun morele integriteit te twijfelen.
Het gaat nu al vijf en twintig jaar om het bestaan van het joodse volk in eigen land. En we zijn aangevallen op Jom Kippoer, dat in de Bijbel wordt genoemd de sabbat der sabbatten.
De dag is een symbool van verzoening en vrede: de 'Grote Verzoendag', De joodse wet gaat zelf op een gewone sabbat heel ver om deze vrede-symboliek nadrukkelijk te doen uitkomen: het is b.v, verboden op de. sabbat wapens te dragen, zelfs een sierdegen - want ook een sierdogen hoort bij een wereld die wapens kent en dus nog niet verlost is.
Een sierdegen 'siert' de sabbat niet.
Als mens kan het mij geen barst schelen of we op Sinterklaas of op Jom Kippoer worden aangevallen, maar post factum moet ik wel toe, geven dat deze laatste aanslag op ons leven en onze ziel juist op Jom Kippoer niet van symbolische betekenis ontbloot was. Laat toch niemand ko., men en ons flauwe verhaaltjes vertellen, dat het alleen maar om de bevrijding van de bezette gebieden ging. Zelfs de zogenaamde super havik Dayan heeft al jaren geleden voorgesteld dat Israel zich enkele tientallen kilometers van het Suez, kanaal zou terugtrekken en dat dit gebied wel gedemilitariseerd maar administratief onder Egyptisch beheer zou komen.
George Habbasj van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina en Jassir Arafat van El-Fatah zeggen tenminste in hun eerlijke momenten - dat ze ons willen vernietigen, en ik waardeer hun oprechtheid. Zij zijn tenminste eerlijk, ofschoon ik hun 'helaas moet antwoorden: dan moeten wij het uitvechten. Het verzet van een ouderwetse socialistische universalist als Kautsky tegen het Zionisme kan ik ook nog begrijpen: het Zionisme is uit de boze omdat elk nationalisme uit de boze is. Maar dat was vijftig jaar geleden, en nu leven wij in een tijd waarin alom gepleit wordt voor het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren Kijk maar naar de vlaggestokken op de U.N. Plaza in New York! Het is geen indrukwekkende demonstratie van universalisme.
Waarom gunnen bv. links getinte Christenen dit zelfbeschikkingsrecht aan de Zambianen en Oegandezen, maar niet (of alleen met veel keel; schrapen) aan ons joden? Elk nationalisme is blijkbaar 'kosjer') - ook bij felle linksen - behalve het Zionisme.
Daarin ligt de fundamentele oneerlijkheid van vele Christenen en Gok kerkelijke organisaties die principieel niet onpolitiek willen blijven, maar b.v. zeer politiek voor de rechten van de onderdrukte volkeren van Afrika pleiten.
Israel heeft nu vijf en twintig jaar gezegd dat het met de Arabieren wilde praten. Ik ben geen 'havik' en ik ben geen 'duif'. Ik leef niet in de vogelkooi van Artis maar in een democratisch land waarin je ook van mening kunt verschillen over de politiek die er gevoerd moet worden.
Zo heb ik mij enkele jaren geleden, samen met tal van andere Israeli's in een geharnaste brief aan onze regering gekeerd tegen het vestigen van nederzettingen in de bezette gebieden.
Maar als men vogelvergelijkingen wil handhaven, dan zou men minister Abba Eban een papegaai kunnen noemen, omdat hij onophoudelijk namens de regering van Israel heeft herhaald, dat wij zonder voor; waarden vooraf rechtstreeks wilden onderhandelen. Israel is altijd bereid geweest om te onderhandelen. Door de Arabieren werd blijkbaar alleen de gedachte om met Israel aan één tafel te zitten en te praten reeds als een 'vernedering' beschouwd, en dus oorlog als de enige mogelijkheid erkend.
De kerken bleken niet in staat een dergelijke houding te laken.
Daarmee hebben ze voor mij of hun moreel bankroet of hun huichelachtigheid getoond, maar in elk geval morele geloofwaardigheid verspeeld.
De bekende resolutie 242 van de Veiligheidsraad. Israel werd en wordt nog altijd (ook van christelijke kant) verweten deze resolutie niet te hebben uitgevoerd. Ik wil hier niet op de Inhoud van deze resolutie ingaan en analyseren wat ze wel en wat ze niet zegt. Maar wel moet ik mijn verba; zing uitspreken over het feit dat niemand het nodig acht erop attent te maken, dat twee van de nu tegen Israel oorlogvoerende staten deze resolutie nooit hebben aanvaard! Maar nog belangrijker is het feit dat deze resolutie 242 nooit nodig geweest zou zijn, ende gebeurtenissen die ertoe hebben geleid zich nooit hadden voorgedaan, als de Arabische staten een andere VN-resolutie - de resolutie van 1947 die het bestaansrecht van de staat Israel bevestigd hadden aanvaard. Of je zwijgt over VN-resolutie, of je veroordeelt degenen die de resolutie van 1947 weigerden te erkennen, vóór je over 242 spreekt. Een tertium datur: maar het heet huichelarij!
Toen ik na het uitbreken van de Jom Kippoeroorlog in uw land kwam, werd ik gevraagd om aan een IKOR-televisie-uitzending mee te doen. Ik zei in het gesprek dat ik het fijn vond dat Christenen nu opkwamen voor het recht van de Palestijnse Arabieren, maar dat ze wel vijf en twintig jaar te laat waren, omdat Ben Goerion en de Zionistische leiding in 1947 het plan van de Verenigde Naties om Palestina in een joods en een Arabisch gedeelte te verdelen hadden aanvaard en daarmee zich principieel voor het recht van een Palestijns-Arabisch volk hadden uitgesproken. Het waren toen de Arabieren die het verdelingsplan verwierpen, en die daarna, toen bleek dat ze ons niet konden vernietigen, steeds nog geen Palestijnse staat konden of wilden oprichten maar zich gretig door Jordanië lieten opslokken. Het IKOR heeft deze opmerking, die toch wel het fundament van de populaire pro-
Palestijnse propaganda ietwat aan het wankelen brengt, uit de uitzending weggeknipt. Dit biografisch verhaaltje tevens als bijdrage tot het thema van de genuanceerde objectiviteit van de kerkelijke massamedia.
Is er eigenlijk een eerlijke wil om het vraagstuk van de vluchtelingen op te lossen? Of anders gezegd: ziet men hierin een menselijk of een politiek vraagstuk? Of probeert men onder het mom van zorg aangaande een menselijke tragedie politieke doeleinden te bereiken? Laat het mij ronduit zeggen: onder de dekmantel van de christelijke naastenliefde is in innige samenwerking met de Arabische propaganda meer vuil verborgen dan ik hier in detail kan uiteenzetten. De Arabieren hebben het plan van de V.N. om Palestina in een joodse en een Arabische staat te verdelen verworpen, en in 1948 zijn we door de legers van zeven Arabische staten aangevallen. In die tijd is het vluchtelingenprobleem ontstaan, omdat in tijd van oorlog nu eenmaal mensenmassa's op drift raken. Ik ben geen Israëlische apologeet of goedprater, en zal dus nooit beweren dat geen Arabieren ooit door Israëli's uit hun woongebieden zijn verdreven. Maar een nauwkeurige analyse van de feiten zal waarschijnlijk tonen dat zo ongeveer tachtig procent van de Palestijnse vluchtelingen door de oorlogshandelingen op drift is geraakt - net zo als in India, Pakistan en vele andere landen in Azië en Afrika en elders - en dit in grote mate omdat ze door hun leiders werden aangemoedigd om weg te gaan omdat ze toch na korte tijd weer zegevierend samen met de Arabische legers terug zouden kunnen keren. Van een aantal vluchtelingen geldt zeker dat ze door de Israëli's verdreven zijn.
Maar daar tegenover staan ook voor; beelden van Israëlische pogingen om de Arabische bevolking te doen blijven.
Zo hebben bv. de Histadroeth (het joodse arbeidersvakverbond) en de gemeenteraad van Haifa in 1948 overal in de stad in het Arabisch gestelde aanplakbiljetten laten ophangen waarin de Arabieren werden opgeroepen om te blijven en niet te vluchten. Waarom doet men dan alsof het vraagstuk van de vluchtelingen een uniek joods misdrijf is? Bij de stichting van Pakistan en India zijn enorme mensen; massa's op drift geraakt, en daar praat niemand meer over. En de vluchtelingen uit Oost-Europa zijn in West-Duitsland en elders geïntegreerd, terwijl de Palestijnse vluchtelingen door hun 'solidaire' Arabische broeders in kampen worden gehouden.
Het is weer een staaltje van de onoprechte anti-Israëlische schijnargumentatie als men dit algemeen en globaal historismemaatschappelijk fenomeen, met al zijn tragiek. kunstmatig isoleert om op goedkope manier aan Israël verwijten te kunnen maken. Ik wil hier niet uitwijden over het feit dat de vluchtelingenkampen door UNRWA gelden moeten bekostigd worden. De Arabische oliebiljoenen zijn voor de inkoop van wapens en voor de financiering van terreurakties bestemd, niet voor de vluchtelingen.
Ja, Israël krijgt inderdaad wapens van Amerika, en Arafat en Habbasj krijgen wapens (of het geld ervoor) van koning Feisal en de olie-sjeiks.
Maar de P.L.O. gaat als socialistisch door ('hebben ze ooit geprobeerd een kibboets te stichten") en Israël wordt als imperialistisch uitgekreten.
Israëli's zijn achterdochtig en de geschiedenis heeft het joodse volk wel geleerd wel in dreigementen en niet zo zeer in vriendelijke beloftes te geloven. Men noemt ons expansionistisch.
Maar in werkelijkheid zijn we gewoon bezorgd om ons naakte bestaan. Stel nu eens dat wij vrede met koning Hoessein van Jordanië zouden sluiten en de West Bank teruggeven. Wie garandeert dat de volgende dag geen revolutie in Amman uitbreekt en de nieuwe regering verklaart dat zij zich niet gebonden acht door een verdrag ondertekend door de Hasjemietische verrader aan de heilige Arabische zaak? Dan worden wij weer het kind van de rekening.
Het zwijgen. en vaak nog erger de dubbelzinnige of onbenullige uitspraken van kerkelijke instanties en groepen wegen zwaar bij mij. Want zelfs 'onpolitieke' kerken hebben op zijn minst de morele verplichting om te pleiten voor een vreedzame oplossing van internationale konflikten, onderhandelingen aan te moedigen, en het gebruik van agressie en geweld af te keuren. Maar toen wij werden aangevallen kwam er eerst geen woord van de kerken en wat er later kwam was erger dan niets. In het 'year of disgrace' 1973 hebben de Moslimwereld en religieuze autoriteiten opgeroepen tot een 'heilige oorlog', en dat betekent dat mannen, vrouwen en kinderen worden gedood in naam van de godsdienst.
Ook op deze godslasterlijke uiting van 'godsdienst' heb ik in kerkelijke en oecumenische kringen geen uiting van verontwaardiging gehoord.
Misschien begrijpt u nu beter waar; om ik aan het begin van mijn betoog zei dat onze christelijke broeders - en wij hebben er vele!partners voor ons zullen blijven in gezamenlijk werk, gesprek en gebed, maar dat de instellingen en organisaties die men in het officiële taalgebruik 'de kerk' of 'kerken' noemt opgehouden zijn voor ons morele instanties te zijn.
In een artikel in de populaire Egyptische krant Al-Gumhourya van 17 juni jl. schreef een leider van Al Fatah en een lid van het centrale commando van die organisatie, Helad al-Hassan, het volgende artikel: "Hoe zal nu de Arabische en Palestijnse revolutionaire strijd voortgaan om het zionistische bestaan uit Palestina te verdrijven en om een Palestijnse democratische staat te vestigen met gebruikmaking van de positieve aspecten van de revolutie en van datgene, wat in de glorieuze oorlog van oktober 1973 is bereikt?
Dat is de meest fundamentele vraag, die wij ons op het ogenblik moeten stellen.
Alle andere vragen moeten achter; gesteld worden bij de beantwoording van deze vraag, opdat onze wilskracht niet zal afnemen en opdat onze strijd niet zal vervallen tot intern gekrakeel of tot het gemakkelijke leven, dat dit hele gebied na afloop de strijd zal kunnen tegemoet zien.
Revolutie betekent niet alleen, dat het geweer gedragen moet worden, dat de kogel moet worden afgeschoten of dat de handgranaat moet worden geworpen. Revolutie betekent volledige inzet, met inbegrip van geweer, kogel en handgranaat zowel als het woord. Revolutie heeft geen zin zonder een politiek doel en daarom betekent de slogan die wij hebben aangeheven: 'revolutie tot aan de overwinning' in feite ons fundamentele politieke doel.
De oktober-oorlog was geen lichtvaardige en geen routinegebeurtenis.
Dit was de eerste keer, dat het leger van de zionistische vijand een werkelijke militaire nederlaag leed; een nederlaag voor het zionistische militaire establishment en voor de hele Israëlische politieke leiding."
De voorzitter van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, Yassir Arafat, in een toespraak tot een. trainingskamp in Syrië op 25 juli, liet ook geen twijfel bestaan over de bedoelingen van zijn beweging. Hij zei het volgende: 'Wij moeten ons te weer; stellen tegen alle komplotten, die de strijdbaarheid ondermijnen. Jullie zijn de generatie, die de zee zal bereiken en de vlag van Palestina over Tel Aviv zal doen wapperen."
Na het opzenden van de Persschouw heeft Yassir Arafat voor de Assenblée van de V.N. - de Sociëteit der Verdeelde Naties noemde iemand haar - gesproken.
Hij proclameerde daar de vernietiging van de Israëlische staat als doel van de P.L.O. en kreeg een donderend applaus.
Kortgeleden verklaarde Yassir Arafat in een interview: “Wij zijn de Verenigde Naties gaan zien als een circus waar zogenaamde vertegenwoordigers van landen toneel spelen tot vermaak van het wereldgehoor. "