Jezus Christus in het Nieuwe Testament

1974-12-06
  • Jaargang 18
  • nummer 45
RADIO-BIJBELSTUDIE VOOR DE E.O. GEHOUDEN OP 17-7-1974


Had Jezus zo even hem de geboden van de tweede tafel voorgehouden, in zijn opdracht alles te verkopen hield Hij hem het eerste gebod voor. Meende de man zo ongeveer klaar te zijn met de geboden, die hij van zijn jeugd af onderhouden had, nu wees Jezus hem aan dat er nog allerlei mogelijkheden waren om zijn liefde tot God en de naasten te tonen, door anderen met zijn rijkdommen te helpen. Daarbij vroeg Jezus tevens. en dat is ook het eerste gebod, het vertrouwen dat hij op de weg die Jezus hem wees de rijkdom zou vinden die hij zocht.
Zeiden we zoëven, dat deze jongeman zo voor het oog dicht bij het koninkrijk was toen hij vroeg naar het ontbrekende, nu blijkt dat als we er menselijkerwijs gezien dicht bij zijn, er toch een kloof is die ons van dit rijk scheidt.
Ook de discipelen hadden moeite met deze woorden, zij het anders dan wij. Zij waren diep onder de indruk en toen Jezus dit zag sprak Hij het treffende woord: Hoe moeilijk zullen zij die geld hebben het koninkrijk Gods binnengaan en als de jongeren verslagen zijn over zijn woorden licht Hij die nog eens toe met de bekende uitspraak: Het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog van een naald, dan dat een rijke het koninkrijk Gods binnengaat.
Er is wel eens geopperd dat met "het oog van een naald" een klein poortje is bedoeld en dat het slechts met de grootste moeite lukte een kameel door dit poortje te slaan. Maar we moeten zo niet aan dit woord tornen; het geeft de kloof aan die gaapt tussen onze wereld en het koninkrijk.
Ieder weet wat een diepe waarheid Jezus met deze woorden uitsprak.
Eén van de oorzaken van de geestelijke crisis van onze dagen is dat de westerse, zgn. christen-volken veel te rijk zijn geworden.
Nu moeten we goed letten op de reactie van de discipelen.
Zij hebben Jezus' eis gehoord, zagen de rijke heengaan, maar reageren niet met een schimppartij op de rijken, zetten niet een hoge borst op omdat zij wel alles hebben verlaten om Jezus te volgen (al stelt Petrus daarover later een vraag), neen, zij zeggen: Maar wie kan dan behouden worden. Dan volgt het woord dat ons de sleutel geeft tot dit Schriftgedeelte. Jezus zegt: bij mensen is dit onmogelijk!
Menselijkerwijs was deze jongeling er vlak bij: hij had geen vrede met al zijn rijkdom, onderhield Gods geboden van zijn jeugd aan, kwam tot Jezus, die hem liefkreeg.
Alles pleitte voor hem, maar hij ging heen, was bedroefd, maar ging.
In deze geschiedenis zien we de waarheid dat behouden worden menselijk onmogelijk is voor ogen getekend.
Alles verkopen wat een mens heeft, de opbrengst aan de armen geven, dat is een heel ding en niet zo eenvoudig in de uitvoering als wij geneigd zijn te denken, want ook in de liefdadigheid zal een mens een goed rentmeester van Gods gaven moeten zijn.
Evenwel, dit is niet menselijk onmogelijk.
De discipelen deden het op hun wijze: Levi stond op uit het tolhuis; Antonius, de kluizenaar, trok de eenzaamheid in en velen volgden zijn voorbeeld.
Aan deze Antonius hebben we het te danken dat in vrijwel elke schriftverklaring tot vervelens toe te lezen staat, dat de eis die Jezus aan de rijke jongeling stelde niet aan elke gelovige gesteld wordt, het was een speciale opdracht voor deze jongeman.
Het is waar, ik weet het, stel je voor dat ieder christen alles verliet, have en goed verkocht, zijn werk vaarwel zegde, wat zou het een chaos worden. Het zou meer lijken op een vlucht, dan op het volgen van een roeping in dit aardse leven.
Het is dan ook niet juist, wanneer door anderen de vinger bij dit gesprek wordt gelegd en ons triomfantelijk wordt voorgehouden: Zie je wel, dat is pas christendom, zo heeft Jezus het gewild, het evangelie is maatschappij-kritiek, het is tegen alle bezitsvorming.
Maar we moeten ons toch niet te gemakkelijk van dit woord afmaken.
het mag ons in onze rijkdom gerust tot nadenken stemmen, het woord van Jezus mag best een beetje prikken in een wereld met zo'n schrille tegenstelling tussen rijk en arm. Gelovigen zoeken een schat in de hemel, geen schatten op aarde!
Evenwel de discipelen e.a. hebben het eeuwige leven en de rechtvaardiging Gods in dat leven niet verworven door alles prijs te geven.
Zij hebben genade ontvangen en in die genade konden zij prijsgeven en Christus volgen in hun leven.
Behouden worden is een menselijk onmogelijke zaak, ook voor de beste en de vroomste.
Maar dit is niet het laatste woord.
Is het bij mensen onmogelijk, niet bij God zegt Jezus, want bij God zijn alle dingen mogelijk.
U ziet in welk verband deze woorden staan.
Hier krijgen de jongeren niet een vrijbrief uitgereikt om allerlei acties te ontketenen, die hun krachten en vermogen te boven gaan onder het motto: bij God zijn alle dingen mogelijk. God wil het!
Dit woord moeten we, als alle woorden, in zijn verband laten staan.
Het menselijke onmogelijke: behouden worden is mogelijk bij God.
Het antwoord op de vragen, die bij het lezen van dit Schriftgedeelte boven kwamen is Jezus Christus Zelf.
In Hem is door Gods goedheid het menselijk onmogelijke dat zondaren gerechtvaardigd het eeuwige leven beërven, niet alleen mogelijk geworden, maar ook werkelijkheid geworden.
Dat mogen we in onze dagen, nu de rijkdom bezig is onder de christenen huis te houden en zijn tienduizenden verslaat; nu kinderen opgroeien in een weelde waarin alles vanzelfsprekend is, vasthouden.
Het is waar: een kameel gaat eerder door het oog van een naald dan een rijke in het koninkrijk der hemelen.
Maar even waar is: zondaren worden behouden uit genade en volgen hun Meester, zo nodig in armoede en kruis.
En dit alles is een gave van Hem, die alleen goed is, van God die behoudt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief