HALF DAGJE

1974-12-06
  • Jaargang 18
  • nummer 45
Tijdens het middagmaal blaffen de honden. Kort. Dat betekent de komst van Gart en die kennen ze goed. Gart komt een half dagje in de tuin werken; meest blad harken en de tuin klaar maken voor de winter. Hij mag alleen een half dagje, als hij diezelfde dag niet nóg een half dagje werkt. Want je moet hem in de gaten houden. die slimmerd.

Even gaat de bel. We hoeven niet op te staan, want hij weet de weg.
Een klopje. Kumpterin, zegt iemand. De deur gaat zachtjes open en op kousevoeten komt Gart binnen. "Ik zeg goeiemiddag", zegt hij. En na de wedergroet gaat hij bedachtzaam naar de aangewezen stoel. Hij schuift bij, want als hij van een tot vijf zal werken komt hij zich tien voor een melden. Die tien minuten vallen buiten diensttijd, want.
hij is nog van voor de oorlog. Ook de napraat valt buiten werktijd bij hem.

- Wat is er voor nieuws in het durp?
- Nou, hebt u het niet gehoord? Grote revolutie in de kerk van 'het dorpshuis!
- Hoe dàt nou? Revolutie in Vierhouten? Wie bedenkt zo iets?
- Zondag kwamen we in de kerkzaal van het dorpshuis - en daar stonden alle stoelen achterstevoren. Het was geen gezicht. Dat had Jannetje van de kerkvoogd gedaan, die durfde dat aan want ze krijgt er toch nooit last mee.
- Maar waarom dan toch?
- Nou, u kent die zaal wel. De mensen zitten allemaal met het gezicht naar de deur. En ieder die binnenkomt wordt gezien. En besproken natuurlijk. Dat wilde Jannetje niet langer.
- Maar nu zitten de mensen dus met de rug naar de kansel?
- Nee, de kansel staat ook aan de verkeerde kant.
- Nou, wat geeft het dan? Zo worden de mensen niet afgeleid en de zaak loopt even goed.
- Dat dacht u maar. De mensen waren allemaal ontstemd. Want nu moeten ze zich telkens omkeren om te zien wie binnen komt, - Wel zo, ontstemd? Dat is toch geen revolutie? De boel staat nog niet op zijn kop.
- Nee, maar wel achterstevoren. En de weduwe van Hendrik Jan had spontaan gezegd: "ik gao weerumme". Dat was geen zegent je meer.
- Maar Gart toch! Kunnen grote mensen zich dat zo aantrekken?
(Gart trekt een onnozel gezicht; hij wil niet graag bij de grote mensen gerekend worden.) - Nou, jullie zult ze de kost moeten geven, die er niet van gediend zijn. Het regent protesten. En Kees van Griet die had gezegd: "alle verandering is geen verbetering; loat wie moar bie 't olde blieven!"
En dat waren ze allemaal goed met hem eens.
- Maar laten we het eens mogen zijn, dat "blieven bie 't olde" nog niet altijd het beste is. (Gart knikt instemmend.) - En voor mien zuster was het nog het ergste van allen. Die hád al last van reumatiek, maar nu kon ze de kerkmensen bijna niet meer tellen. En dat deed ze altijd zo graag. (Het is waar; de figuur van Gart's zuster is die van een kloekhen.) - Maar Gart, als zij ze niet meer tellen kan spreken we van een schare, die niémand tellen kan. (Gart grijnst. Om hem hoefde de drukte niet.) - En dat ze daar zo'n drukte van maken, terwijl de plaatsen nog wel vrij zijn. Als ze in Elspeet wilden kerken moesten de mensen een smak geld neertellen voor ene zitplaats.
- Worden de zitplaatsen in Elspeet dan nog verhuurd?
Jazeker, bij opbod! Elk jaar opnieuw!
- Hoe gaat dat?
- Gerrit de rietdekker is daar afslager. De prijs van een zitplaats is altijd vijftien gulden geweest. Dan wijst Gerrit een zitplaats aan en zegt: vief tien gulden veur deze plaats - wie meer? En niemand zegt wat, want die plaats is altijd van dezelfde. Dan wijst de afslager dezelfde aan en die mag weer een jaar op die plaats zitten. Ja, alleen 's zondags.
- Heb jij daar ook een plaats, Gart?
- Jazeker, ik huur altijd een plaats. Op de derde rij, want ik word wat doof, maar nu preekt de dominé helemaal over me heen. Daarom ga ik maar liefst naar ons eigenste dorpshuis hier.
- Begrijpelijk en je krijgt vermoedelijk dezelfde preek, maar nu wat meer belegen? (Gart grijnst van oor tot oor.) - Maar die zitplaatsen kosten dit jaar ineens een tientje meer! Zo maar probeerde ze het plaatsengeld te verhogen. En iedereen liep er in. Zei de afslager deze keer: vief en twintig gulden veur deze plaats - wie meer? En niemand zei wat, want in de kerk spreek je niet onnodig. Zaten ze er allemaal voor een tientje meer aan vast. En daar komt nog vief gulden boven op. Veur de centrale kas; en waar die nuthangt weet niemand. Ja, ze proberen het maar.
- En het lukt ook nog.
- Ja maar, we moeten niet het huis Mijns Vaders tot een huis van koophandel maken, staat er geschreven. Het is heilige grond!
- Dat zijn we goed eens. Hebben ze in Nunspeet ook nog verhuur van plaatsen?
- Nee, daar hebben ze voor een smak geld veribouwd en het plaatsengeld weggelaten. Maar ze komen niets te kort. En zo moet het toch kunnen?
- Ja, zo moest het kunnen; maar als de kerk achterstevoren marcheert kun je gekke dingen verwachten ..... (Gart snapt hem; grijnst opnieuw.) - Ik zeg altijd: een goeie dominé brengt zijn eigen tractement mee!
- Nou, daar zeg je wat. Mijn vader was toevallig een predikant, een arme, die had niks mee te brengen. Hoe kun je dat nu zeggen?
- Ik bedoel: als hij goed preekt, komen de mensen graag en dan geven ze ook graag en dan willen ze allemaal graag meedragen aan de lasten. Daarom zeg ik, dat een goeie dominé zijn eigen tractement meebrengt.
- 0, juist .....
- En een goeie tuinman ook; want ik heb in de keuken een zak vol valappels neergezet, daar kan mevrouw appelmoes van maken.
- Ten hoogste bedankt, Gart!

- Het is wat met al die werkloosheid vandaag.
- Ja, het is al erg, en je merkt het in je omgeving en de kranten maken het nog eens zo erg.
- ]k zeg: dat komt van al die diploma's en dat eindeloze studeren.
Die jongelui moeten maar studeren - waarvoor eigenlijk? - en dan hebben ze niet leren werken, maar staan wel met een zak vol diploma's.
- Misschien is het fijn dat ieder kan studeren; maar verplicht doorleren, dat heeft zeker schaduwzijden. Je ziet hier altijd jongens en meisjes, die beter de handen uit de mouwen konden steken dan aan partiële leerplicht lijden.
- Weet je waar ons land met gemak behoefte an kriegt? (Als een veluwnaar "met gemak" zegt, bedoelt hij: langzamerhand.) - Waar heeft ons land nu nog behoefte aan, Gart?
- An dom volk. Gewoon dom volk, dat in de tuin kan werken en zo.
As ik straks uut de tied ben dan neem je maar een domme vent, mevrouw - die werkt het best!
- Ik zal er aan denken Gart, als ik het zo lang kan onthouden .....
- Wat zit je daar nou weer te schrieven, meneer? Ik ga an 't werk, anders zeg ik weer wat verkeerds.
- Je zegt niks verkeerds Gart, en ik maakte een aantekening op het Financiëel Dagblad - mág dat? (Gart grijnst met een blik vol verstandhouding.
Geluidloos maar waardig gaat hij naar de deur.)

- Gart, denk je ook nog aan het raster van het hertenkamp?
- Dat zeg je wel vaker meneer, maar dat raster staat nog prima overeind.
- Dat dacht je maar Gart. Er staan twee palen vooraan, die bij de grond verrot zijn. Met een beetje geluk stoot de dambok die een goeie keer ondersteboven en het hele roedel gaat aan de haal.
- Ze komen toch wel terug, dacht je niet?
- Gart, ik droomde vannacht twee maal, dat de herten uitgebroken waren.
- Dromen zijn bedrog. Maar wat deden de herten?
- De grote bok kwam met een vaart naar me toe. Ik kon nog maar net de deur voor zijn neus dichtklappen!
- Zo, dus alles kwam nog weer in orde. As je nou droomt dat hij je op de horens neemt - dan wordt het tijd om die palen te vernieuwen.
Maar wacht - ik heb een mooie eikenstam bewaard; die ga ik morgen kloven, want dan heb ik juist nog een half dagje over.

Bij het wegrijden zie ik Gart ergens verscholen achter bladhopen staan werken. Hij is niet groot; een minachtig ventje, zoals hij zegt.
Maar een harde werker. En hij maakt zeker geen kleine indruk. Vanwege zijn innerlijke grootheid, zegt HKH.
Als de claxon even "toet" zegt, steekt hij één hand omhoog en harkt met de andere verder. Kijkt ook niet op, want werk is werk. De schilders zeggen nog: "één hand voor de baas en een voor jezelf". Maar Gart heeft berde handen voor HKH beschiklbaar. Het is maar een half dagje, en er moet veel gebeuren wil alles voor de vorst klaar liggen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief