OVER DE VERONTRUSTING (2)

1974-12-13
  • Jaargang 18
  • nummer 46
We hebben in het vorige artikel al iets gezegd over het funktioneren van het bijbelgezag. Ds De Jong zelf zegt van zijn uiteenzetting, dat er veel is, dat nog om nadere uitwerking vraagt, veel dat onrijp is.
Men zou kunnen vragen, was het dan niet beter geweest er (nog) niet over te schrijven? Zo gauw kunnen er misverstanden rijzen.
Men schrikt bij het lezen op, en merkt, dat het bijbelgezag in geding is. Maar wat wordt er nu precies bedoeld? En al bedoelt ds De Jong het goed, waarom drukt hij zich dan niet zo uit, dat het geen aanleiding geeft tot het stellen van vragen?
De kwestie is, of het hier alleen gaat om een verschillende manier van uitleggen van de bijbel, waarbij we allen blijven staan op het geïnspireerd zijn en de onfeilbaarheid van Gods Woord, of is het Schriftgezag zelf in geding?

Dit laatste geloven we niet, gezien De Jong's uitdrukkelijke verklaring, dat hij de goddelijke inspiratie aanvaardt.

En toch zijn hier enkele vragen te stellen. De Jong voegt er aan toe, dat de inspiratie organisch is, en hij verbindt daar consequenties aan, die verder gaan dan Kuyper en Bavinck gingen.
Er wordt gesproken van verschillende nuanceringen van geïnspireerdheid.
Jezus is meer dan Paulus. En bij Paulus zou men verschillende "lagen" vinden.
Sommige geboden van hem waren niet van de Here.
Ik heb het gevoel dat De Jong hier een ongeoorloofde grensoverschrijding pleegt.
Van ouds is toegegeven, dat niet iedere plaats in de Schrift even centraal en gewichtig is. Bekend is in dit verband het beeld van het menselijk lichaam; de kleine teen is niet zo belangrijk als het hart of de longen. Toch hebben we één levend lichaam, dat we niet verminken mogen.
Als De Jong spreekt over nuances van geïnspireerd zijn, komen we toch op een ander niveau.
Vroeger spraken we wel eens van deuterocanonieke boeken, deze boeken zouden dan wat minder gezag hebben dan de andere. Terecht is zulk een onderscheiding door ons steeds verworpen.
Nu noemt De Jong voorbeelden bij Paulus, die soms persoonlijke adviezen geeft, waaraan hij toevoegt dat het niet een bevel is van de Here. Maar dan zegt Paulus het er ook uitdrukkelijk bij.
Zo weten we ook, dat veel voorschriften uit het O.T. verouderd zijn. Maar dat leert de bijbel zelf.

Het wordt m.i. anders, als we zelf lagen, nuances gaan aanbrengen, waarbij het een toch meer gezag heeft dan het andere. Heeft Jezus inderdaad "meer" gezag dan Paulus?
Of heeft Jezus een nadere uitlegging gegeven van Paulus?
Zijn de handelingen der apostelen niet handelingen van de verhoogde Here zelf dóór de apostelen, en zijn de woorden van de apostelen ook geen woorden van onze hoogste Profeet en Leraar door de mond van de apostelen?

Er zijn zeer veel vragen te stellen als De Jong zegt, dat de bijbel een historisch boek is. Daaraan heeft hij natuurlijk gelijk. Hij kan zich beroepen op Holwerda en Schilder. Voor het werk van laatstgenoemden mogen we dankbaar zijn. Maar ik dacht dat De Jong toch iets meer wil dan Schilder, waarover straks.
En wat betekent het nu concreet als we lezen. dat de bijbel een weg is? En wat wordt er mee bedoeld als De Jong schrijft, dat de bijbel ook niet een steengroeve is, een verzameling van bewijsplaatsen voor de geloofsleer.

Al bedoelt ds De Jong het waarschijnlijk weer heel anders, een dergelijke argumentatie heb ik al zo vaak gehoord in de kringen van de nieuwe theologie, en daarom stellen we zoveel prijs op een nadere uitleg.

We vinden in De Jong's betoog, dat belangwekkend is, nogal wat bouwstenen verspreid liggen, maar we vragen ons af, hoe komt het huis er straks uit te zien. De Jong weet het zelf ook nog niet maar we mogen toch wel enig idee hebben.

Als ik Schilder en Holwerda goed begrepen heb, bedoelden: zij steeds, dat je moet letten op de plaats van een tekst in de heilshistorie.
Bij De Jong wordt veel meer de hele geschiedenis betrokken, ook die waarin we vandaag leven.
Maar wat brengt dat mee? Om een concreet voorbeeld te noemen: Als Paulus in Romeinen 1 duidelijk "tegennatuurlijke zonden" afwijst, is dat voor ons normatief?
Of zijn we hier niet klaar met een tekst in eindredactie van Paulus?

En als Paulus spreekt over de gehoorzaamheid van de slaven, dan stelt hij nogal radikale eisen.
Geldt dat ook in de huidige situatie?
Mogen we uit deze woorden van Paulus niet afleiden, dat revolutie, ongehoorzaamheid uit de boze is? Mogen we uit de woorden van Petrus "Vreest God, eert de keizer" (1 Petr. 2 : 17) niet afleiden, dat we de overheid onvoorwaardelijk gehoorzamen moeten.
Heeft dat dan geen gevolgen voor onze politieke opstelling? Is hier niet een beslissende veroordeling, normatief voor alle tijden, van het revolutionair geweld?

Het geloof is een weg, zegt ds De Jong. Akkoord.
Ook de bijbel is een weg, lezen we. Dat begrijp ik minder goed.
Is de bijbel dan onaf?
Zeker zal de Geest ons tot de volle waarheid leiden (Joh. 16: 13).
Dat betekent echter, dat we steeds terug moeten tot de bronnen. De H. Geest spreekt tot ons door het Woord. Maar wanneer we tot de Schrift terugkeren, zal het woord steeds heerlijker voor ons oplichten.
De Schrift was een weg, voor Luther, voor Calvijn. Maar ze gingen terug. Keer weder tot Mij, Ik heb U verlost. (Jes. 44: 22j: De Jong erkent dat evenzeer als ik, en toch hebben we het gevoel, dat er een andere weg wordt ingeslagen.
We vinden in de Schrift de goddelijke openbaring. We mogen de uitspraken van de H. Schrift toch wel gebruiken om de overgeleverde leer te "bewijzen".
De woorden in de bijbel zijn geest en leven, en hebben niets versteends.
Waarom dan deze vergelijking van een steengroeve, waaruit we stenen houwen, waaruit we onze "bewijsplaatsen" hakken voor de dogmatiek? Als deze tekening ook zou slaan op de "verontrusten" is het onbillijk.
De ondertekenaars van de Oproep, ds W. C. v. d. Brink en anderen zijn geen mensen, die een dode leer willen verkondigen.
Het is jammer, dat een ingezonden stuk van laatstgenoemde predikant in "Opbouw" geen plaats kon vinden.
Ik dacht dat hij er wel recht op had, dat zijn ingezonden, evenals het mijne, een plaats had gevonden in "Opbouw" vooral omdat de oproep nogal ernstige kritiek ondervond.

Dit artikel is, omdat ds De Jong aarzelend en zoekend schreef. ook zoekend en vragend in de kritiek.
Maar toch zal het goed zijn, als in elk geval eventuele misverstanden worden weggenomen en puin geruimd wordt.
En we hopen, dat er door deze bespreking ook meer wederzijds begrip zal ontstaan bij "verontrusten"
en "buitenverbanders" voor elkaar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief