Een nieuwe uitstoting – een nieuwe scheuring
1974-12-13
Men weet het: de vrijgemaakte Geref. Kerk van Maassluis heeft zich van het begin af gekeerd tégen het "uitstotings-kerkrecht" zoals dat door prof. Kamphuis wordt gepropageerd en reeds door vele kerken in praktijk werd gebracht. Als gevolg daarvan raakte deze kerk in conflict met de classis enz. Ten slotte nam de classis S~hiedam op 2 mei 1974 het besluit "dat de kerkeraad van Maassluis met ingang van 3 mei 1974 geen deel meer uitmaakt van het verband van de Gereformeerde Kerken." Men leze goed: van HET verband van DE Gereformeerde Kerken! Een beroep van de kerkeraad op de Provinciale Synode van Zuid-Holland tégen dit besluit leverde geen resultaat op.- Jaargang 18
- nummer 46
Een aantal leden van de Vrijgemaakte kerk van Maassluis meende dat deze kerk na die uitstoting geen kerk van Christus meer was en ging daarom bij de genabuur de kerk van Vlaardingen inwonen.
Maar ze stuurden tegelijk aan de classis Schiedam het verzoek ertoe bij te dragen dat er in Maassluis weer een kerk van de Here Jezus Christus mocht komen.
En de classis Schiedam besloot op 12 september jl. in Maassluis weer "de ambten in te stellen".
Een verzoek van de kerk van Maassluis aan de Particuliere Synode om er toe mee te werken dat geen "tegen-kerk" zou worden geïnstitueerd zolang zij in beroep was over haar uitstoting werd door deze Synode op 18 september afgewezen.
Zo is er dan in Maassluis ook weer eens een kerkscheuring gekomen.
Er is daar nu een kerkze heeft 60 leden - die de pretentie voert de ware kerk van Maassluis te zijn. Een van de corypheën van de “binnenverbandse" kerken heeft eens alle gelovigen buiten die kerken als "onkerkelijken" getypeerd! Dan zijn er dus nu in Maassluis vele duizenden gelovigen-niet-kerkelijken.
De kerkeraad van Maassluis besloot de "buiten -verbandstelling", de "uitstoting" van de kerk die onder zijn hoede staat niet teaanvaarden, maar daartegen in beroep te gaan bij de e.k. generale synode.
Wij denken er uiteraard niet aan deze kerkeraad met adviezen lastig te vallen of een oordeel over zijn handelwijze uit te spreken.
De figuur van een "kerkelijk leider" ligt mij niet. Ik weet van wat er in Maassluis is gebeurd trouwens ook niets meer dan wat iedereen er van kan weten. Ik hoorde prof. Greijdanus als iemand hem vroeg of hij zich moest vrijmaken, meermalen zeggen: "Dat moet U zelf weten. Dat is een geloofsbeslissing. Daar kom ik niet tussen." Daarmee ben ik het van harte eens. Wel hoop ik dat de kerkeraad van Maassluis ten aanzien van de kernkwestie - het "uitstotingskerkrecht" en de idee dat alleen de binnenverbandse vrijgemaakte kerken "kerk" zijn - geen enkel compromis of verdoezeling zal accepteren.
Wat in en om Maassluis is gebeurd heeft de kerkeraad in een brochure bekend gemaakt die aan alle zusterkerken werd toegezonden.
En die, naar uit een advertentie uit het Nederlands Dagblad blijkt, gratis aan belangstellenden wordt toegezonden. Ze is aan te vragen bij het scribaat der Kerk, Spechtstraat 122, tel. 018899- 17974.
In deze brochure, dat wil ik nog even meedelen, wordt aan de "zusterkerken" steun gevraagd.
En wel daadwerkelijke steun.
Daarmee bedoelt de kerkeraad in de eerste plaats het gebed van die kerken dat de scheur worde geheeld. En dan volgt er dit: "Wij willen u voorts vragen te zoeken naar middelen om het isolement van de gemeente te Maassluis te doorbreken, door haar te blijven erkennen als zusterkerk. daarvan getuigenis te geven en deze erkenning ook vorm te geven van b.v. hulpverlening t.a.v. de preekvoorziening.
Toen ik dit las dacht ik onmiddellijk aan wat indertijd door de zgn. "Tehuisgemeente" in Groningen van de zusterkerken werd gevraagd! Die zond ook een dergelijk verzoek aan de zusterkerken!
Met inderdaad precies dezelfde inhoud, namelijk het gebed èn de hulp in de preekvoorziening.
Ik heb het altijd in de Kamper kerk gewaardeerd dat zij haar predikanten toestond deze hulp metterdaad te verlenen.
En een tweede "hulp" aan de "Tehuis-gemeente" was de bekende "Open Brief" waarin de schrijvers zich keerden tegen hetzelfde kwaad als waarvan nu ook de kerk van Maassluis het slachtoffer werd. Wat van deze hulp het gevolg is geweest heb ik in het "Informatieboekje" van onze kerken beschreven!
De opvattingen en praktijken waarvan de kerk van Maassluis een nieuw slachtoffer werd zijn nog springlevend in de "binnenverbandse" kerken. Onlangs stelde ds D. van Dijk van Groningen de vraag waarom men allerwege de binnenverbandse kerken "niet mag lijden" en ze daardoor sterk in het isolement zijn komen te staan.
Op die vraag gaf hij o.a. dit antwoord: "Zij vinden onze 'Kerken' te absoluut, zou ik willen zeggen, En ze zien niet, dat juist door dat 'absoluut' zijn de Kerk zich alleen zal kunnen handhaven als de Ware Kerk en ook alleen ten zegen kan zijn, niet alleen voor eigen leden, maar ook voor de wereld temidden waarvan zij een plaats heeft.
Alleen door die absoluutheid kan zij daar in de wereld staan en blijven staan als de bron waaruit het klare, zuivere, leven gevende water uitvloeit, voor ieder die hongert en dorst naar de gerechtigheid."
Over deze verbijsterende uitspraak heeft ds Meester in zijn Kerkbode een paar voortreffelijke artikelen geschreven. Hij merkte o.a. dit op: "Hier wordt gezegd, dat het absolutisme het enige middel is waardoor de vrijgemaakte kerken-binnen-verband zich zullen kunnen handhaven. Men leze zulk een zin goed. Er wordt niet gesproken over de bewarende hand Gods waardoor de gemeente niet zal worden overweldigd door de machten der duisternis en door de listen van satan. Er wordt niet gelovig beleden in nederigheid, dat de Zoon Gods zijn uitverkoren gemeente door zijn Geest en Woord in enigheid des waren geloofs vergadert, beschermt en onderhoudt van het begin der wereld tot aan het einde. Er wordt niet gezegd dat zij die God naar zijn voornemen tot de gemeenschap van zijn Zoon, onze Here Jezus Christus roept en door de H. Geest wederbaart (de gemeente of de kerk), bewaard zullen worden omdat God. die rijk is in barmhartigheid, de H. Geest van de zijnen zelfs in droevig vallen niet geheel wegneemt. (Ik spreek hier de belijdenis na).
Er wordt gesproken over onze 'Kerken' met een hoofdletter en over 'Ware Kerk' met twee hoofdletters en het bepalend lidwoord 'de' er voor, om goed te doen uitkomen dat er één ware kerk is en dat die samenvalt met de kerken binnenverband in Nederland."
Ds Meester wijst er dan voorts op dat dit absolutistische spreken over de eigen kerk, het eigen kerkinstituut als over "de Ware Kerk" in flagrante strijd is met de Heilige Schrift.
Daarin heeft hij volkomen gelijk.
Het is immers volgens de Schrift zo, dat ieder die waarachtig in Jezus Christus gelooft door dat geloof in het lichaam van Christus wordt ingelijfd. In dàt lichaam waarvan Christus het Hoofd is.
De catechismus spreekt er dan ook van dat allen die door een waar geloof in Christus zijn ingelijfd zalig worden. En ook dat de gelovigen, allen en een iegelijk lidmaten van Christus zijn en zo gemeenschap hebben aan al zijn schatten en gaven.
Nu zegt de Schrift uitdrukkelijk dat de kerk - de plaatselijke èn de universele - lichaam van Christus is. Paulus schrijft in de brief aan de Efeziërs dat God alles onder Christus' voeten heeft gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven heeft aan de ekklesia, de kerk, die zijn lichaam is. Hier wordt dus ondubbelzinnig uitgesproken dat de kerk het lichaam van Christus is (Ef. 1: 22, 23).
Nu kan men zeggen, en ik heb dat ook wel eens horen beweren, dat hiermee de kous nog niet af is. Want Paulus, zo betoogt men dan, zegt wèl dat de kerk lichaam van Christus, maar je mag die uitspraak niet omkeren! Als de kerk lichaam van Christus is, is daarmee nog niet gezegd dat het lichaam van Christus ook de kerk is! Koeien zijn dieren. Maar alle dieren zijn daarom nog geen koeien!
En zo is het heel goed mogelijk dat de kerk wel lichaam van Christus is, maar dat het Iichaam van Christus véél ruimer is, veel meer mensen omvat, dan de kerk.
Maar - deze redenering gaat in dit geval beslist niet op! Want Paulus die in de brief aan de Efeziërs schrijft dat de kerk lichaam van Christus is, schrijft aan de Colossenzen ook precies het omgekeerde! Men leest in die brief namelijk dat Christus het Hoofd is van het lichaam dat zijn kerk is! En ook dat Paulus verdrukkingen van Christus lijdt ten behoeve van zijn lichaam, dat is de kerk! (1 : 18, 24).
De Schrift leert dus duidelijk dat de kerk het lichaam van Christus is. Maar ook het omgekeerde, namelijk dat het lichaam van Christus de kerk is! In de Schrift zijn dus de woorden "kerk" en "lichaam van Christus" namen, aanduidingen, van precies dezelfde werkelijkheid. Wie lid is van het lichaam van Christus is ook lid van de kerk. En wie lid is van de kerk is ook lid van het lichaam van Christus.
Wie daarom de krasse uitspraak aandurft dat alléén de "binnenverbandse" kerken "kerk" zijn, en alleen de "binnenverbandse" kerk kerk is, zegt daarmee ook dat allen die zich buiten die kerken bevinden ook geen leden van het lichaam van Christus zijn!
Dat wil zeggen: niet-gelovigen; ongelovigen! Ook al bedoelt men dat niet.
Getrouw aan wat de Schrift over de kerk leert hebben nu de reformatorische kerken - allemaal!
- uitgesproken dat de ene, algemene, christelijke kerk ALLE ware gelovigen omvat, Deze waarheid hebben ze met alle kracht tegenover de Rooms-Katholieke kerk beleden. Naar de Rooms-Katholieke leer is namelijk de in de Paus geconcentreerde, hiërarchisch geordende geestelijkheid de kerk. Die is de "ziel" van de kerk, de leken vormen niet meer dan het "lichaam" ervan.
De geestelijkheid is de "lerende" kerk, de leken vormen de "horende".
De Nederlandse Gereformeerde Kerken formuleerden deze fundamentele waarheid ten aanzien van de kerk in de eerste woorden die zij omtrent de kerk uitspra kij: "Wij geloven en belijden een enige Katholieke of algemene Kerk, dewelke is een heilige vergadering der ware Christ-gelovigen."
En zij spraken daarbij uit dat deze kerk "verspreid en verstrooid is door de gehele wereld."
Er is ten aanzien van deze woorden geen enkele twijfel, geen enkel misverstand mogelijk. De kerk is de vergadering der, d.w.z. van alle ware gelovigen. In de latijnse vertaling van de belijdenis die op de Dordtse synode aan de buitenlandse afgevaardigden werd ter hand geste1d staat dat woord alle er - ten overvloede- nog bij.
Natuurlijk wordt er van de kerk in de belijdenis nog veel meer beleden. En dat alles moet in de praktijk ook ten volle worden gehonoreerd.
Maar die honorering loopt altijd mis als men met die eerste waarheid omtrent de kerk geen ernst maakt. Indien men die niet ten volle laat gelden komt men soms tot afschuwelijke consequenties.
Zo b.v. die dat men in eigen land buiten de .,eigen kerk"
- wat een dwaas, hoogmoedig woord! - geen kerk meer ziet en erkent.
Ik kan op dat wat de belijdenis nog meer over de kerk zegt in één artikel van een weekblad niet nader ingaan, Ik wil alleen nog opmerken dat het feit, dat de kerk a1le ware gelovigen omvat de enig goede grond en tegelijk het klemmende uitgangspunt is voor de oproep om tot de door Christus afgebeden éénheid der kerk te komen.
Wij mogen en moeten tot onszelf en alle medegelovigen zeggen: Gij zijt kerk van Christus - weest nu ook kerk van Christus - in alles!
Ik wil dit artikel besluiten met een uitspraak van ds Meester waarmee ik van harte instem.
"Laat ik - zo schreef hij - met nadruk uitspreken, dat we de broeders en zusters van de zgn. binnenverbandse kerken node missen; dat wij, wat ons betreft, ons niet van hen hebben afgescheiden; dat wij nimmer verklaard hebben dat wij met hen niet langer aan éénzelfde avondmaalstafel konden aanzitten· om de dood des Heren te verkondigen.
In mijn woonplaats zijn de feiten deze, dat de broeders en zusters die hun kerken noemen met de naam 'de Ware Kerk', zich van ons hebben afgescheiden en van ons hebben verklaard, dat zij met ons niet langer aan éénzelfde avondmaalstafel konden aanzitten.
Dat heeft ons in het jaar toen het gebeurde, 1968, zeer bedroefd!
Dat bedroeft ons nog steeds. telkens wanneer dit onderwerp in onze gedachten of in onze gesprekken komt. Wij zouden graag met hen nog één gemeente vormen en als gereformeerde christenen zo met elkaar omgaan als het behoort, bij alle verschil over ondergeschikte punten, elkaar vasthoudende bij 't Woord om in overeenstemming met dat Woord de Here te dienen en elkaar in broederlijke liefde te vermanen wanneer dat nodig is, niet als heerschappij voerende over elkaar maar als broeders, die in vermaan en waarschuwing bezig zijn het goede voor elkaar te zoeken."
Rektifikatie
In het artikel: "De toekomst van kerk en christendom", dat vorige week in ons blad werd geplaatst, staat op pag. 350: "Maar goddelijke dwang is iets anders dan een menselijk dwangmatig systeem".
Dit moet zijn: "Maar goddelijke drang is iets anders dan een menselijk dwangmatig systeem". De geestelijke macht van het Woord van God is namelijk geen dwingende, maar een dringende macht.
De kerk hanteert niet het zwaard, maar bedient de sleutels!
O.M.