Schilder-oecumenicus

1974-12-13
  • Jaargang 18
  • nummer 46
Wie Schilder goed gekend heeft weet dat hij hunkerde naar de eenheid van de kerk van Christus.
Een van zijn mooiste, in de volle zin van het woord uit zijn hart opgekomen, geschriften is zijn prachtige brochure "Ons aller moeder." Het is niet voor niets dat op zijn grafsteen slechts één woord mocht worden geplaatst.
Dit: opdat zij allen één zijn. Zijn grootste verdriet over wat in 1944 werd bedreven was dat de synoden van die dagen een onverantwoorde scheur door de kerk trokken.
Bladerend in oude Reformaties vond ik de volgende expectoratie van hem, geschreven toen de Ned.
Herv. Kerk zich ontdeed van de synodale organisatie en een kerkvertegenwoordigende synode kreeg. In een artikel met het opzicht: Een mijlpaal in de geschiedenis der Ned. Herv. Kerk schreef hij o.a.: De Ned. Herv. Kerk heeft haar synode weer, haar generale synode, die de kerk vertegenwoordigt; het buitenland was vertegenwoordigd; de magistraat recipiëerde; de Nieuwe Kerk, met haar prachtige koor, liet de gasten en leden binnen; de radio was in actie genomen; de kerk sprak weer tot het volk.
Ongetwijfeld voelt men zich als gereformeerde weer geïsoleerd. Vrijgemaakt of niet, het doet er niet toe. Onze kleinburgerlijkheid, onze geringe 'getallen, onze geestelijke vereenzaming, het komt tegenover zoveel pracht en staatsie alles grijnzend op ons af. En dit niet alleen.
Wij hebben daar nog altijd beloften liggen. De belofte van Hendrik de Cock met de zijnen, dat er weer eenheid wezen zou zodra de kerk die hen toen uitwierp, zou zijn teruggekeerd naar de eenmaal gelegde grondslag. Of, gelijk het in de Acte van 1834 staat: geen gemeenschap meer met de Nederlandsche Hervormde Kerk, totdat deze weerkeert tot de waarachtige dienst des Heeren."
Ons gevoel van eenzaamheid is dus niet ongeestelijk; we schamen ons er niet voor. Eerder zouden we ons hebben te schamen, als we zonder brandende ogen rechtuit indien luister probeerden te tieren: wachter, hee staat het met de nacht en komt er licht? Wordt het heus 'tijd, onze belofte gestand te doen?
Wi] denken er niet aan, voorbij te zien het vele goede, dat in de Ned.
Herv. Kerk gewrocht is. Er is ongetwijfeld een opleving. Op zichzelf is de terugkeer tot een vertegenwoordigende synode die het synodale bestuur vervangt, een verbetering.
Temeer beschamend, als men daartegenover ziet, hoe de "Gereformeerde Kerken" haar adelbrieven aan snippers hebben gescheurd. Zij, die juist geroepen waren op dit punt haar' beginsel inzake kerk regering hoog te houden, hebben onder de steeds meer onzalige leiding van dr H. H. Kuyper de laatste jaren haar eer verspeeld; een "synode" ingevoerd, en dat door overrompeling, een "synode", die een karikatuur is geworden van een gereformeerde die werkelijk met haar agenda opkomt uit de wil der kerken zelf.
Zij hebben een compleet synodaal bestuur gekregen, dat naar welbehagen alle zaken die haar voorkomen al of niet behartigt; een machtsapparaat, dat zich leent aan schikkingen van enkele invloednemende personen op de achtergrond of ook op de voorgrond; een opperkerkeraad, die er niet wezen mag. Hervormden hebben volkomen terecht opgemerkt: wij doen ons best onder de hiërarchie uit te komen, gij loopt er pardoes naar toe en kruipt er weer onder. Wij schamen ons diep. En staan zonder hoogmoed, en allesbehalve in de houding van de neo-gereformeerde kerkbourgeois satisfait te turen naar het hel verlichte koor van de Nieuwe Kerk van Amsterdam. Daar wilden ook wij staan. Daar horen wij thuis ...
Wij blijven De Cock's belofte in gedachten houden. En wij zeggen tot de Hervormde Kerk: gij blijft ons ..
onvergetelijk. Wij hopen ook, dat het gesprek met de getrouwen uit haar midden mogelijk blijft of wordt. Maar wij kunnen niet anders dan een streep zetten onder het bijvoeglijk naamwoord uit De Cock's Acte: "totdat deze terugkeert tot de Waarachtige dienst des Heren."
Men merkt het: in deze woorden klopt het hart van Schilder.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief