Christus Koning

1974-12-20
  • Jaargang 18
  • nummer 47
In dit Kerstnummer vindt U wat gedichten verstrooid door het blad.
Er zegt er één iets over het hopeloze van ons leven als er niet Iemand in de wereld was gekomen die de naam draagt Immanuel, God met ons.
Het gedicht Maria-Boodschap laat iets zien van het lijden van Maria. Wat kon ze weten? Zij, de Gezegende, heeft het zwaard door haar ziel gevoeld.
Het gedicht van Willem de Mérode, De Herders, geeft iets weer v n de wonderlijke sfeer in de velden van Efratha.
"De Stal" van Jan H. de Groot laat ons even in gedachten vertoeven bij de kribbe.
't Is goed bij deze verzen te besluiten met een Hooglied van iemand voor wie in de uiterste nood Jezus alles betekende. Het is van Titus Brandsma. Hij schreef het in de strafgevangenis te Scheveningen, februari 1942.
U moet vooral letten op het derde vers. Een goede vriend van mij die ongeneeslijk ziek was troostte mij er eens mee.


O, Jezus, als ik U aanschouw,
dan leeft weer dat ik van U hou
en dat ook Uw hart mij bemint,
nog wel als Uw bijzond'ren vriend.

Al vraagt mij dat meer lijdensmoed,
och alle lijden is mij goed
omdat ik daarvoor U gelijk
en dit de weg is naar Uw rijk.

Ik ben gelukkig in mijn leed,
omdat ik het geen leed meer weet,
maar 't alleruitverkorenst lot,
dat mij vereent met U o God.

O, laat mij hier maar stil alleen,
het stil en koud zijn om mij heen,
en laat geen mensen bij mij toe:
't alleen zijn word ik hier niet moe.

Want Gij, o Jezus, zijt bij mij
Ik was U nimmer zo nabij.
Blijf bij mij, bij mij, Jezus zoet
Uw bijzijn maakt mij alles goed.


En als je in deze welvaartstijd nog vaak zoveel wanhoop ontdekt dat je het niemand zou kunnen zeggen, dan is deze dichter, die een jaar later in Dachau overleed, een wegwijzer van hoop. Kerstfeest, Christusfeest, feest van de grote blijdschap.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief