Heb je de spraak van je doop verstaan

1974-01-04
  • Jaargang 18
  • nummer 1

Hij spreekt van de Drie-Enige God,
Die hoog, boven de bergen,
boven de wolken, boven de sterren
Zijn woning gemaakt heeft,
verterend vuur, vlekkeloos heilig
gehuld in ontoegankelijk licht
God spreekt tot mij in stralende liefde
Tot mij, zo boos en zo schuldig vol haat en toorn, huiverend weg schuilend
in duistere angsten zoekend naar een weg.
die ik niet vind, naar een land,
dat er niet is, om veilig te zijn.

Als Hij mij onderdompelt
in Zijn Vadernaam
dan zegt Hij tot mij,
dat Hij mij al kent,
voordat ik geboren ben
dat Zijn handen mij formeerden
als een kostbaar borduursel,
dat Hij mijn Vader wil zijn,
vóór dat ik daar weet van heb,
dat Hij de poorten van Zijn Vaderhuis
wijd voor mij openzet,
vóór ik weet, dat ik besta


Als Hij mij onderdompelt
In de naam van Zijn Zoon
dan openbaart Hij mij, dat Zijn Zoon
de hemel verliet om mij te gaan zoeken
als de Goede Herder,
in de wildernis, bij de varkens,
waar mijn Ziel hongert
naar het voedsel van de wereld
en nog geen zwijnendraf krijgt,
waar Ik huinverend verkleum
in de koude nacht van de god-verlaten wereld ...

En waar Zijn armen mij vinden
en mij meedraagt op Zijn schouder
terwijl Zijn hart juicht
en zingt in jubelende vreugde,
alsof Hij een kostbare parel vond,
Die Hij weer thuis brengt.

Als ik ondergedompeld word
in de Naam van de Geest,
dan verzekert die Geest mij,
dat Hij, die met Zijn adem de wereld vernieuwt
in stralende pracht
alsof de natuur opstond uit de dood

dat Hij mijn ziel
wil wederbaren,
opdat ik zo God herken
als mijn hemelse Vader
en zo de Zoon erken
als mijn eeuwige Redder

Zo spreekt God in de doop tot mij
van het onbegrijpelijke mysterie
van Gods huiveringwekkende heerlijke liefde.
Zo, dat een zondig mens kan wonen
bij verterend vuur in zalige verrukking.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief