Criminaliteit

1974-01-04
  • Jaargang 18
  • nummer 1
Uit het "Friesch Dagblad" neem ik het volgende stukje over. Het is een aanvulling op wat ik onlangs in de Persschouw "De wereld valt mee" publiceerde.

"Daar komt de politie van Noordeloos", spotte de heer. Ministerpresident, toen de heer Schakel zich spoedde naar de interruptiemicrofoon, om iets te zeggen over de toenemende criminaliteit. De heer Minister-president vond de aandrang op versterking van de politie een bedenkelijk symptoom.
Men moet de criminaliteit bestrijden door de mensen en hun levensomstandigheden te verbeteren.
Bi; de begroting van justitie heeft de heer Van Agt een betoog gehouden, daartoe strekkende; dat er géén reden is om verontrust te zijn over toenemende criminaliteit.
De woordvoerder van de PvdA vond het een grootse' rede. Nu volgen hier enkele feiten uit Amsterdam.
"Uit de gestegen criminaliteit blijkt vooral een toeneming van de agressie in de Nederlandse hoofdstad. Van 1969 tot en met 1972 steeg het aantal diefstallen met geweldpleging van 152 naar 343. Het aantal berovingen nam toe van 71 tot 225. Het aantal zakkenrollerijen van 332 tot 1492 (verdrievoudigd) en het aantal bankovervallen van 14 tot 47.
In flagrante tegenstelling hiermee is het aantal misdrijven dat de Amsterdamse politie heeft opgelost. Het is sinds 1969 met meer dan de helft gedaald van 31 tot ruim 14 procent. Het aantal aangiften daarentegen vertoonde alweer een fikse stijging namelijk van 18.000 tot 42.000.
Wie heeft dit allemaal gezegd?
De burgemeester van Amsterdam, in de openbare raadsvergadering.
De cijfers liegen er niet om. En als van de misdrijven nog maar 14% wordt opgehelderd, dan wordt de criminaliteit lonend.
Bovendien wint dan bij het publiek de overtuiging veld, dat aangifte toch niet helpt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief