Een week uit het leven van een zendelinge

2005-05-06
  • Jaargang 49
  • nummer 9
Marjon Busstra is door de kerk van Amersfoort Noord en Zuid uitgezonden naar Zuid-Afrika. Sinds 2001 werkt zij in Kaapstad voor Jeugd met een Opdracht. Deze wereldwijd opererende interkerkelijke zendingsorganisatie heeft als hoofddoelstelling 'To know Him and to make Him known' ('Hem kennen en bekend maken'). Een van de belangrijkste middelen die JmeO daartoe gebruikt is de training en toerusting van jonge mensen. Marjon draagt als journaliste zorg voor de communicatie, zowel binnen de organisatie als naar buiten toe met de kerken.

Zondag 5 September
‘It takes a village to raise a child’. In Afrika is er het gezegde dat je een dorp nodig hebt om een kind op te voeden. Voor ons westerlingen is dat een ondenkbare gedachte, dat de hele straat zich zou bemoeien met de opvoeding van je kind. Stel je voor.
Het zou betekenen dat de ‘rode’ bewoners van ons Frieze dorp meer inbreng in mijn opvoeding zouden hebben gehad dan nu het geval was.
Zou ik dan op het zendingsveld terecht gekomen zijn?
In ieder geval: Deze zondagmorgen zit ik in een kerk in Kaapstad en hoor het spreekwoord weer langskomen.
Plotseling gaat het licht aan: ook ik ben deel van een groter geheel. Ik zelf mag dan wel geen kinderen hebben en mijn familie zit 13.000 kilometer verderop, maar ik heb een verantwoordelijkheid: voor de kinderen in de gemeente die ik regelmatig zie en voor mijn twee neefjes en mijn nichtje.
Het minste (of meeste?) wat ik kan doen is bidden voor deze nieuwe generatie! Dat ze mensen naar Gods hart zullen zijn.

Maandag 6 September
Een echte administratie-dag! Ik schrijf e-mails en pleeg een serie telefoontjes.
Ik overleg met collega Miranda over alles wat we deze week nog moeten doen, voordat we vrijdag vertrekken naar Mali. We gaan daar een regionale JmeO-stafconferentie bijwonen en contacten leggen met mensen van wie we hopen dat ze in de toekomst als ‘correspondenten’ ons van nieuws uit die regio kunnen gaan voorzien. Totnogtoe is communicatie met dit westelijke deel van het continent moeizaam geweest. Er is niet alleen een taalbarrière (voertaal daar is Frans), maar telefoon en internetverbindingen zijn niet altijd even betrouwbaar of gewoon te duur.
Derhalve kampen onze mensen daar met frustratie en vooral een structureel gevoel van isolatie.
Als ik bel met het reisbureau hoor ik tot mijn verbijstering hoeveel de twee vliegtickets ons gaan kosten. Dat is aanzienlijk meer dan het geld dat we vorige week van een donor ontvingen.
Miranda en ik kijken elkaar aan... Dit is te groot voor ons. Over vier dagen worden we geacht in het vliegtuig te zitten en noch de tickets noch ons visum is binnen... We laten ons werk voor wat het is en gaan samen in gebed. God is uiteindelijk onze Werkgever en als deze reis belangrijk is, zal Hij de weg moeten banen!

Dinsdag 7 September
Vanmorgen eerst naar de dokter voor malaria-medicatie en inentingen.
Ook al weet ik niet of ik vrijdagmiddag in dat vliegtuig naar Mali zit of niet. Terug op het werk krijg ik een e-mail van onze mensen in Rwanda. Ze reageren op onze uitnodiging om brochures en ander informatiemateriaal naar ons op te sturen zodat we ook hun werk kunnen vertegenwoordigen tijdens een grootscheeps christelijk festival in Kaapstad.
We zijn de afgelopen weken in de weer geweest om hiervoor een JmeO Afrika stand te ontwikkelen en kort samengevat luidt de boodschap van de Rwandezen: 'We want to be out there! Kunnen jullie niet iets maken met het materiaal van onze nieuwe website?' Ik besluit te gaan kijken wat ik voor hen kan doen.
Tussen de middag lunch ik met Uhro, een vriendin die ik hier in de kerk heb leren kennen en ’s avonds nemen vrienden me onverwachts mee uit en we drinken samen ergens koffie. Kleine adempauzes in een tijd van drukte!

Woensdag 8 September
Eindelijk! De tickets zijn betaald – ook het ontbrekende bedrag is binnen. Raar gevoel. Het gaat nu dus toch gebeuren... Tussen de middag ontmoeten Miranda en ik een vriendin en we drinken samen koffie. Er heerst hier een ware ‘koffiecultuur’.
Als je een afspraak maakt is het bijna standaard 'Let’s have coffee' en dat betekent dan dat je ergens een leuk cafeetje opzoekt. Als je bij mensen thuis wordt uitgenodigd is het dus eigenlijk nooit voor een kopje thee of koffie, maar altijd voor ‘het grote werk’: een maaltijd of een ‘braai’ (BBQ).
’s Avonds ga ik naar de wekelijkse ‘cell group’ van de kerk. We komen samen met een man of 20 (als iedereen er is) en hebben een tijd van aanbidding (zingen) en bespreken dan of de preek van afgelopen zondag of andere zaken en bidden voor elkaar en voor anderen. Vanavond bidden ze ook voor mij en de reis naar Mali. Dat er maar geen coup zal plaatsvinden terwijl zij daar zijn, bidt iemand. Ik moet lachen, maar realiseer me tegelijkertijd het geen loos gebed is. West Afrika staat nu bepaald niet bekend om zijn politieke stabiliteit...

Donderdag 9 september
Dit is een chaotische dag. Ik kan het niet eens samenvatten, al zou ik het willen. Ik zit voornamelijk in de auto om zaken op te pikken en af te leveren.
’s Middags hebben Tim en ik een kleine vergadering met een van de leidinggevenden van de locale JmeObasis.
Het gaat over Ichthys, het christelijke festival. De voorbereidingen zijn in volle gang, maarre... waar zijn de financiën? Samen met hem besluiten we om alle locaties in Afrika hierover een email te sturen en hen te vragen of ze een collecte kunnen houden. De avond is vooral gevuld met schrijven van emails, het maken, afstrepen en maken van weer nieuwe lijstjes.

Vrijdag 10 september
Heerlijk, dat gevoel als het vliegtuig van de grond komt. Niet alleen de kracht en de snelheid maar ook het weten dat je niets meer kunt doen.
Als ik al dingen ben vergeten dan is het nu te laat. Ik heb geen idee of ik de juiste zaken heb ingepakt maar de basics zitten erbij: muskietennet, slaapzak en anti-muggengel. Samen met mijn paspoort en wat Amerikaanse dollars kom ik hiermee denk ik een heel eind… In Johannesburg moeten we overstappen.
Als de daling voor de landing in Dakar is ingezet en wij aanstalten maken om uit testappen, ontmoeten we de verbaasde blikken van een steward en onze buurman. 'Wat gaan twee blanke meiden doen in Dakar?', vraagt de een zichzelf en ons hardop af. Een vraag die nog wel even in mijn hoofd blijft hangen...

Zaterdag 11 september
... want het ontvangst is allesbehalve hartelijk. Het enige warme aan Senegal is vooralsnog de temperatuur.
Het is midden in de nacht maar buiten is het 28 graden Celsius. We vinden een desolaat aandoende vertrekhal waar we 7 uren vullen met pogingen om te lezen en slapen op onze bagage. Tegen de tijd dat we kunnen inchecken vinden we ons temidden van een hele groep mensen in lange gewaden, met enorme koffers, dozen en plunjezakken. En alles gaat in het Frans of Arabisch. Ik weet dat ik door een soort van cultuurschok ga en vraag me af hoeveel er nog gaan volgen deze week. Heb al wel ontdekt misdat het niet beheersen van de taal en het niet weten wat de gangbare manieren zijn, me een super onzeker en onprettig gevoel geven.
Eenmaal in Bamako, Mali, zijn we ’s middags aanwezig in de vergadering van de regionale JmeO-leiders en krijgen we de kans iets te vertellen over wie we zijn en wat we als communicatie-
kantoor doen. We krijgen heel positieve feed back en daarmee is de toon voor de week gezet. Oh ja, en of we tijdens de conferentie ook een communicatie-seminar kunnen doen.
We zijn hierop niet echt voorbereid maar zeggen dat we dat graag willen doen.

Zondag 12 september
Vanmorgen gaan we mee naar de kerk. We schuiven binnen bij wat de uitbouw is van een huis, een soort car-port. Er staan zo’n 50 plastic stoelen en die worden naarmate de tijd verstrijkt allemaal gevuld. Het is warm en de twee luidsprekers aan het plafond laten het gezang van de zangleiders tot op de straat horen. Op een schoolbord staat een soort orde van dienst. Wat me onmiddellijk opvalt is dat er in deze kerk veel (jonge) mannen zijn. Dat zie je in andere delen van Afrika wel anders. Verder is iedereen mooi! Mali is bekend om zijn kleurrijke stoffen en iets daarvan is hier vanmorgen te zien. En wat me bijna tot tranen toe roert is het plotselinge weten dat waar je ook gaat in deze wereld, je er altijd christenen zult vinden, ambassadeurs van God. Ik ga een week tegemoet waarin ik dat iedere dag weer zal horen en zien.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief