Het Koninkrijk van de Vader
2005-05-20
Verlangen naar meer is in de ogen van sommigen een egocentrisch gebeuren, alsof het zou gaan om individuele behoeften. Het zou dan mooi passen in onze cultuur die overmatige aandacht heeft voor gevoelens en ervaringen: een ‘feel good-geloof’.- Jaargang 49
- nummer 10
Toch is dat bepaald niet wat ik bij New Wine tegenkom. Ter illustratie kan ik alleen al naar de omslag van een recent nummer van ‘New Wine Magazine’ verwijzen: er staan vier artikelen aangekondigd: over de rol die christenen kunnen spelen in de strijd tegen aids, over Fair Trade, over de actie ‘Make poverty history’ en over omgaan met depressie.
Dat zijn niet direct de onderwerpen die je zou verwachten in een charismatisch tijdschrift. Tenminste, als het zou kloppen dat het daarin alleen draait om mijn eigen welbevinden. Ik zie juist dat gevestigde kerken, die opengaan in charismatische richting, als vanzelf een heel netwerk krijgen aan diaconale contacten. Dat is ook niet zo vreemd, want de boodschap van genezing voor het hele bestaan, trekt mensen aan die in onze samenleving in de knel zijn gekomen. Precies zoals ze naar Jezus kwamen met hun nood.
Onmisbare tekenen
We hebben het evangelie vaak beperkt tot de kerk, alsof die een doel in zichzelf zou zijn. Maar het perspectief is wijder dan de kerk. Het gaat om het Koninkrijk, om het opnieuw vestigen van Gods heerschappij over zijn schepping. Ik vind de definitie die Herman Bavink ooit gaf van het christelijk geloof heel bruikbaar: ‘God de Vader heeft zijn geschapen maar gevallen wereld verzoend door de dood van zijn Zoon en vernieuwt haar tot een Koninkrijk Gods door zijn Geest.’ De kerk is daarin wel heel belangrijk, omdat daar concreet zichtbaar kan worden wat de heerschappij van God inhoudt. De boodschap die we brengen komt niet alleen met woorden, maar met betoon van Geest en kracht. Als er niets zichtbaar wordt van vernieuwing en genezing, dan mag de wereld terecht haar schouders ophalen. Maar in het Nieuwe Testament wordt er gewoon vanuit gegaan, dat het Woord bevestigd wordt door tekenen en wonderen van heelmaking.
Het is nodig dat we weer leren, dat we zijn geroepen om deel te hebben in het grote werk dat God aan het doen is in deze wereld. Ons leven als christen bestaat uit rechtvaardiging, persoonlijke heiliging en toerusting voor een taak. Vaak komen we in orthodoxe kringen niet verder, dan het besef dat we vergeving hebben ontvangen. Maar Jezus roept ons tot iets groters: Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u, Johannes 20:21.
Door ons heen
Geen van deze dingen is denkbaar zonder het werk van de Geest. Hij is het die mensen van zonde overtuigt, die ze van binnen vernieuwt (vrucht laat dragen) en die ze met gaven siert, waarmee ze anderen kunnen dienen. Hierbij hanteer ik de volgende definitie (een variatie op een omschrijving van de Amerikaanse theoloog Wayne Grudem): een gave van de Geest is iedere persoonlijke bekwaamheid waarover de Geest het beheer heeft, zodat deze kan bijdragen aan de opbouw van de gemeente en de komst van het Koninkrijk. Dat kunnen dus zowel natuurlijke talenten zijn, als ook nieuwe gaven die na iemands bekering worden ontvangen. Het onderscheid dat soms gemaakt wordt tussen ‘bovennatuurlijke’ en ‘gewone’ gaven, is principieel onjuist. Het kan wel helpen om in onze Westerse door het rationalisme gestempelde cultuur, er aandacht voor te vragen, dat dingen als genezingen en profetie er echt bij horen. Al deze dingen komen tot ons in de contekst van het gemeenteleven. Een gemeente waar niet telkens mensen tot geloof komen, vernieuwd worden en worden toegerust om hun taak in de wereld op zich te nemen, blijft onder de maat van Jezus’ bedoelingen, zoals ik die lees in het NT. Vanaf het begin is Hij bezig mensen te vormen en toe te rusten, om zijn werk in deze wereld voort te zetten. Dat gold niet alleen voor de discipelen toen, dat geldt niet minder voor zijn volgelingen nu. In de gemeente wordt Christus zichtbaar, Hij krijgt in het midden van zijn volk gestalte (Galaten 4:19). Jezus neemt opnieuw vlees en bloed aan in zijn volgelingen.
Hij is het hoofd en wij zijn het lichaam. Zijn leven stroomt in ons en door ons heen. Hij wil gebruik maken van onze handen, van onze ogen, van onze monden.
Ruim baan
Christus heeft beloofd dat Hij zijn gemeente zal bouwen en door de geschiedenis heen heeft Hij dat ook waargemaakt. Maar dat is geen vrijbrief voor passiviteit of ongeloof. In een plaatselijke gemeente kan de Geest van God meer of minder ruimte krijgen. Hij kan bedroefd worden, of zelfs uitgedoofd. We worden geroepen als medewerkers van God (1 Korinte 3:9). Het is zo, dat de discipelen wordt verboden ook maar iets te doen, zonder dat ze eerst de belofte van de Vader, de kracht van de Heilige Geest, hebben ontvangen.
Uit het boek Handelingen blijkt, dat na de uitstorting van de Geest, de discipelen herhaaldelijk opnieuw vervuld worden met de Geest. Dat gold niet alleen voor toen. Wij worden ook aangespoord om vervuld te worden met de Geest (Efeze 5:18) en om te streven naar de geestesgaven (1 Korinte 12:31, 14:1). Er is hier duidelijk sprake van meer of minder.
Een gemeente kan hier ruim baan aan geven of deze dingen gewoon negeren. Ik ben bang dat in onze traditie het laatste vaak het geval is geweest.
Kleuterklas
Als een gemeente hiermee aan de gang gaat zal dat nooit zonder problemen zijn. Iemand heeft eens gezegd: een opwekking is altijd rafelig.
Er zullen fouten worden gemaakt, er moet ruimte zijn voor het experiment, en soms moeten dingen worden teruggedraaid. Je zou het kunnen vergelijken met de onrust van een kleuterklas: veel meer rumoer dan op een kerkhof. Maar het leeft wel!
De problemen die in Korinte speelden rond de gaven, verhinderden Paulus niet om allereerst te danken, dat de gemeente in geen enkele genadegave tekort kwam (1 Korinte 1:7). Zijn onderwijs in 1 Korinte 12 is verrassend actueel: Ik wil niet dat jullie onkundig zijn…. Verschillende redenen komen vervolgens aan bod waarom dat vaak wel het geval is. Het juiste gebruik van de gaven hangt af van geestelijke sensitiviteit en van leren actief te luisteren naar God. Mensen kunnen rondlopen met een verkeerd beeld van God (als de ‘stomme afgoden’), en niet meer zien dat God een levende relatie met ons wil. Een andere reden die Paulus noemt is angst voor verkeerde invloeden. Vandaar: niemand spreekt door de Geest Gods ‘vervloekt is Jezus’. Alsof de macht van de tegenstander om ons te misleiden groter zou zijn dan de macht van de Geest om ons bij Jezus te houden.
Een derde reden is de zucht tot controle in veel kerken, waar het als bedreigend wordt ervaren als gemeenteleden zelf dingen doen waar de kerkleiding geen vat op heeft (drie maal wordt genoemd ‘verscheidenheid’).
En elke kerk waar mensen aan het werk gaan met hun gaven zal ook oplopen tegen het probleem van verdeeldheid in de gemeente, door gevoelens van minder- en meerderwaardigheid (oog dat tot de hand zegt: ik heb je niet nodig, etc.).
Liefde
De geestesgaven worden gegeven om de liefde van God te communiceren (1Korinte 13). Als ze niet vanuit die motivatie worden ingezet, dan ontaarden ze. Als het goed is dragen ze bij om het evangelie van God letterlijk handen en voeten te geven. Mensen kunnen aan den lijve ervaren, dat het Koninkrijk in ons midden gekomen is, en dat de machten die de schepping bedreigen het moeten afleggen tegen de kracht van God.