Kerken in een veranderende wereld

2005-05-20
  • Jaargang 49
  • nummer 10
Na het Jaarboek van de Christelijke Gereformeerde Kerken en het Handboek van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) zijn we nu toe aan het Informatieboekje van de Nederlands Gereformeerde Kerken.
Meer nog dan zijn collega-redacteuren uit de andere kerken komt eindredacteur ds. M.H.T Biewenga tot een diepgaande analyse van de ontwikkelingen binnen de kerken in relatie tot de wereld waarin we leven.

In de kerk in West-Europa overheerst een gevoel van crisis. Zelfs van mensen die zich nog betrokken voelen bij een kerk gelooft bijna de helft niet (meer) in een persoonlijke God. We voelen ons meer verliezers dan overwinnaars.
‘En zo kruipt de kerk in haar zelfgekozen isolement. Geen zout der aarde meer, geen licht der wereld, hooguit een aardige bezienswaardigheid op een Open Monumentendag’.

Crisis en Houten
Na deze regels in mineur komt ds. Biewenga op de invloed van ‘Houten’ uit. Dat velen in de Nederlands Gereformeerde Kerken zich aangetrokken voelen tot de grotere openheid voor het charismatische en het evangelische, zou dat te maken kunnen hebben met de behoefte aan een doorleefd geloof? En vragen de kerkleden om die werkelijke ervaring en beleving omdat andere structuren grotendeels uit samenleving en kerk verdwenen zijn? Ds. Biewenga constateert dat de nadruk op ervaring en gevoel voor sommigen verrijkend is, maar dat het anderen weer met zorg vervult. ‘Mij dunkt dat beide kanten hun relatief recht hebben’. Uiteindelijk komt de schrijver van het jaaroverzicht tot de conclusie dat het radicale van evangelische vormen van geloven het op termijn niet kan stellen zonder het milde van de gereformeerde vorm van geloven.

Visie
Hoe kijk je naar je gemeente? De praktijk laat zien dat kerkenraden vaak overspoeld worden door dagelijkse beslommeringen, waardoor er voor visievorming nauwelijks tijd is. Toch blijkt er behoefte te zijn aan bezinning. Ongeveer 40 kerken hebben een visiedocument geschreven of zijn er mee bezig. ‘Wat onmiddellijk opvalt is dat de meest uitgebreide documenten afkomstig zijn van die gemeenten die in de afgelopen jaren veruit de grootste groei hebben doorgemaakt.
Van toeval kan hier nauwelijks sprake zijn. Kennelijk resulteert een grondige bezinning op plaats en taak van de gemeente van Christus in deze wereld ook in herkenbaarheid en aantrekkelijkheid voor de mens van vandaag’. Je zou trouwens ook omgekeerd kunnen redeneren: als een gemeente groeit en er veel mensen van buiten komen dwingt dat een kerk tot bezinning. Toch deel ik de conclusie van ds. Biewenga dat kerken vaak te lang gedaan hebben wat ze nu eenmaal altijd al deden. Nu veel structuren wegvallen is het voor kerkenraden en gemeenten broodnodig om zich opnieuw te bezinnen op visie, organisatie en werkwijze.

NBV
In 69 plaatselijke kerken wordt de NBV tijdens kerkdiensten gebruikt. Dat heeft -volgens ds. Biewenga- te maken met het feit dat de kerken graag bijbels en eigentijds willen zijn. Daar past een moderne en frisse vertaling bij. In andere kerkgenootschappen gaat het vaak anders. Het verschil met de CGK en de GKV is dat er geen landelijk besluit is genomen. ‘De overtuiging is onder ons immers gemeengoed dat een zaak als deze niet door het kerkverband hoeft te worden geregeld; plaatselijke kerken kunnen dat heel goed zelf uitmaken’.

Beamer en vrouwelijke ambtsdragers
Dankzij een vragenlijst die aan de kerken was toegezonden zijn ook andere cijfers voorhanden. Zo is het in veel gemeenten de beamer (of overheadprojector) gemeengoed geworden.
In 55 plaatselijke kerken kunnen zusters benoemd worden tot diaken, in 23 kerken staat ook het ambt van ouderling open voor vrouwelijke gemeenteleden. Het blijkt in een aantal gemeenten moeilijk te zijn om voldoende ambtsdragers te vinden, maar ds. Biewenga constateert dat dat probleem niet verdwijnt als de ambten voor zusters open worden gesteld.
Ook merkt hij op dat de vele stukken die zijn geschreven over de rol en de positie van zusters in de gemeente nauwelijks tot gesprekken leiden. ‘Naar mijn indruk kwam de bespreking op kerkenraden en regio’s vaak niet tot een hoger niveau dan de constatering dat we nu eenmaal in een andere tijd leven dan vroeger’. Waarom dat zo is? Dat zou volgens mij (H.A.) ook wel eens een boeiende vraag kunnen zijn……

Kleine oecumene en opleiding
Ds. Biewenga neemt in zijn jaaroverzicht de tekst van de besluiten van de Landelijke Vergadering inzake de relaties binnen de zgn. kleine oecumene over. Ten aanzien van de GKV constateert hij dat over de hele linie zowel de intensiteit als de hartelijkheid van de contacten de laatste jaren in hoog tempo toenemen. Ten aanzien van de CGK is de toonzetting meer terughoudend. ‘De NGK blijven er voorlopig in berusten dat de CGK op dit moment geen basis zien voor gesprekken gericht op kerkelijke eenheid.’ Ook de besluiten inzake de opleiding tot predikant in de NGK hebben integraal een plaats gekregen in het jaaroverzicht. Zoals al in ‘Opbouw’ werd vermeld zal de opleiding tegen die van de Theologische Universiteit van Apeldoorn (CGK) aan gaan leunen.

Plaatselijke kerken
Het grootste deel van het Informatieboekje wordt ingenomen door de gegevens van de plaatselijke kerken.
Daar horen ook cijfers bij. Er zijn gemeenten die sterk groeien. Opvallend is dat de meeste groeiende gemeenten meer dan 350 leden tellen.
Vergeleken met het Informatieboekje 2003 zien we dat de kerken van Houten (+156), Ede (+94), Voorthuizen-Barneveld (+65) de sterkste groei doormaakten.
Ook de kerken van Bunschoten (+59), Rotterdam-Overschie (+58), Amersfoort-Noord (+57), en Assen (+52) maakten een aanzienlijke groei door. We melden hier echter ook de kleine gemeente van Rijsbergen, die met 34 leden groeide. Wat de NGK/ CGK samenwerkingsgemeenten betreft valt de groei van de kerk van Arnhem op (+84).
Er zijn ook gemeenten die kleiner zijn geworden. Vaak betreft het juist de kleinere gemeenten, bij wie het gemis van leden zo direct zichtbaar is. Dat betekent vaak binnen zo’n gemeenschap veel verdriet voor de ‘achterblijvers’.
De kerken van Kampen (-63), Culemborg (-44), Amsterdam-Centrum (-35), Hoogeveen (-33) en de Vrije Gereformeerde Kerk van Wolvega (-32) zagen hun ledental in de afgelopen twee jaar naar verhouding sterk teruglopen. Van de kleine kerken van Bilthoven en Zaanstreek-Centrum is inmiddels bekend dat er in de komende weken een eind komt aan hun bestaan. Kennelijk is er een ondergrens in ledental (in combinatie met leeftijdsopbouw) die zelfstandig functioneren onmogelijk maakt.

Landelijke cijfers
In de meeste regio’s is het ledental gedaald of ongeveer gelijk gebleven.
Slechts in twee regio’s groeide het ledental (evenals in voorgaande jaren) aanzienlijk: Arnhem en Utrecht. In landelijk opzicht moet geconstateerd worden dat de groei van de Nederlands Gereformeerde Kerken stagneert (+96). Het aantal belijdende leden nam toe, het aantal doopleden daalde. Ds. Biewenga constateert daarmee dat de kerken aan het vergrijzen zijn.
De groei komt niet van ‘buiten de kerk’, maar vooral uit andere kerken.
Evenals in voorgaande jaren kwamen er ook in 2004 meer leden uit andere kerken over naar de Nederlands Gereformeerde kerken dan omgekeerd.
Vooral het grensverkeer met de PKN was groot (+302/-185). Daarnaast zijn er veel leden overgekomen uit de GKV (+169/-54) en er is sprake van een aanzienlijk kerkelijk grensverkeer met de CGK (+107/-92). Naar de diverse evangelische kerken of groepen vertrokken ruim 100 leden (-107/+28). Al jarenlang is het aantal leden dat de kerken verlaat, maar dat geen ander kerkelijk onderdak vindt, zeer verontrustend. Maar liefst 285 leden hebben zich onttrokken of werden afgesneden.
Er wordt wel eens geschreven dat deze mensen daarmee niet de band met Jezus Christus kwijt zijn geraakt. Erkend moet worden dat mensen soms emotioneel beschadigd zijn in de kerk en dat ze daardoor niet meer actief aan het gemeenteleven mee kunnen doen. In veel situaties zullen we echter helaas moeten constateren dat de verbondenheid met het christelijke geloof een minimaal draadje is geworden. En zeker voor een volgende generatie (de kinderen van de jongere kerkverlaters) zal die band vaak nauwelijks meer aanwezig zijn. Overigens geldt deze zorg en bezorgdheid ook de randkerkelijke leden van de plaatselijke gemeenten, die in statistisch opzicht nog wel meetellen.
Tegenover dit grote verlies staan 47 leden die zich van buiten de kerk hebben aangesloten bij een plaatselijke gemeente.

Meer dan overwinnaars
Er is reden voor zorg binnen de kerken. Toch gaf ds. Biewenga aan zijn jaaroverzicht het thema ‘Meer dan overwinnaars’ mee. ‘De conclusie kan geen andere zijn dan dat onze overwinning slechts zeker is in Hem die voor ons uitgaat, en die ons met zich meeneemt.’ Bij deze God mogen we als kerken en als gemeenteleden schuilen.

Naar aanleiding van: Informatieboekje 2005. Redactie: drs. M.H.T. Biewenga, met medewerking van W. Jellema. Uitgave: Buijten & Schipperheijn Motief; 296 bladzijden, € 10.50

Nederlands Gereformeerde Kerken
31.697 leden
92 plaatselijke kerken
74 dienstdoende predikanten (+ 5 CGK + 1 GKV)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief