‘Ik vind het belangrijk dat hun vragen aan bod komen en dat de Bijbel daarbij opengaat’
2013-01-26
Hoe lang ben je al catecheet en in welke gemeente?- Jaargang 57
- nummer 2
‘Sinds 2007, in de NGK Zeist, waar ik sinds 2011 ook predikant ben. De samentelling van de groepen verandert elk jaar, omdat er maar een klein aantal tieners is. Maar globaal is de indeling als volgt: 12 t/m 15 jaar en 16 t/m 18 jaar. Soms is er ook nog een groep belijdeniscatechisanten. En afgelopen jaar had iemand privécatechese bij mij.’
Waarom ben je catechisatie gaan geven?
‘Allereerst was er de vraag vanuit de gemeente. Ik was verbaasd; ik was al enkele maanden afgestudeerd in de theologie, maar was zelf nog niet op het idee gekomen. Nadat ik met twee dames uit de kerkenraad een gesprek had gevoerd – zij over hun wensen en ik over mijn ideeën – ben ik me wat meer gaan verdiepen in methoden.
Daarna ben ik aan de slag gegaan.
Ik vond het heerlijk weer wat met mijn studie te doen. Iets praktisch.
Met jongeren praten over geloof is een uitdaging, maar het is ook heel bijzonder. Door die eerste ervaringen heb ik besloten toch de kerkelijke opleiding af te maken.’
Is catechisatie wat jou betreft een ‘must’?
‘Is het een “must”? Ik heb weleens gedacht van niet. De catechese verliep soms moeizaam. Het heeft in zo’n lokaaltje in de kerk toch een schools sfeertje. Ik heb weleens overwogen het op te leuken door de club te combineren met catechese. Dus ontspanning en verdieping na elkaar op één avond. Daar is het nooit van gekomen en daar ben ik blij mee.
Het is veel voor de tieners. Ze hebben sport en scouting en huiswerk en een bijbaan en club en catechese. Ik snap dat ze niet altijd zin hebben om te komen. Maar toch is het goed om het zo te houden. Ze komen een uur in de week bij de dominee om het ergens over te hebben. Dat is misschien niet altijd leuk en gezellig, maar het is wel duidelijk. We weten allemaal waar we aan toe zijn.
Na mijn zwangerschapsverlof ga ik minder werken [Judith en Lieven Cooiman kregen in december een zoontje, CH]. Als ik de catechese zou afstoten, zou dat een duidelijke taak minder zijn. Maar ik zou het toch niet willen missen, dit contact met de jeugd. Tijdens mijn verlof krijg ik nog weleens vragen van jongeren via de mail of via Facebook. Dat raakt me.’
Doe je het in je eentje of met anderen samen?
‘Ik doe het alleen. Waarom? Omdat ik nooit om hulp heb gevraagd. Het bleek vlak voor mijn verlof ook schier onmogelijk om een vervanger te vinden binnen onze eigen gemeente. Er is nu iemand van buiten gehaald. Ik vind het prettig werken in mijn eentje.
Zo kan ik makkelijk het overzicht bewaren. Het gaat ook om kleine groepen. In grotere gemeenten zijn er soms meerdere groepen per leeftijdscategorie.
Dat is bij ons niet het geval.
We zijn al blij als een groep uit meer dan twee tieners bestaat. Ik vind het gesprek in kleine groepen zeer waardevol, maar het is ook kwetsbaar.’
Maak je gebruik van een methode?
‘Ik heb verschillende methoden geprobeerd: Follow Up, Youth Alpha, Reflector. Maar werken met een boekje bevalt me niet zo goed.
Ook de jongeren vinden het veel te schools. Veel catechesemethoden gaan ervan uit dat jongeren al geloven.
Of dat ze thuis zijn in het gereformeerde gedachtegoed. Dat is vaak niet het geval. De methoden sluiten daardoor totaal niet aan bij de leefwereld van onze jongeren en bij hun vragen. Ik lees nu veel van deze methoden thuis en zet ze in waar ik kan.
Maar ik maak dus veelal mijn eigen lessen. Belangrijk vind ik dat de vragen van de jongeren aan bod komen en dat de Bijbel daarbij opengaat.’
Hoe vind je het om catechisatie te geven?
‘Eerlijk? Ontzettend spannend! Het is het moeilijkste onderdeel van mijn werk. Ik vind het heel belangrijk dat jongeren gehoord en gezien worden in de gemeente. De uren die ik met hen doorbreng zijn voor mij zeer waardevol. Maar ik heb vaak het gevoel te falen in de kennisoverdracht en in het geloofsgesprek. Daarom ben ik erg dankbaar dat ik een coach heb en een werkbegeleider, die vaak met me meedenken.’
Noem eens een mooie ervaring.
‘Het is mooi om te merken dat er iets gebeurt. Dat er een band ontstaat tussen jou en de jongeren en dat er bij hen iets in gang wordt gezet. Dat ze over dingen gaan nadenken, vragen gaan stellen. De eerste keer dat ik een mail kreeg met een vraag sprong ik een gat in de lucht. Nu krijg ik regelmatig mailtjes met vragen over van alles en nog wat. Over Bijbelpassages, over een gedeelte uit de preek die ze hebben gehoord, over grote levensvragen.
Dat raakt me zeer.’
Wat zie je voor jezelf als leerpunt?
‘Het zoeken naar en gebruiken van andere werkvormen. Ik ben zelf iemand van het boek en het gesprek. Zo heb ik catechisatie gehad en zo vind ik het ook prettig. Maar dat is niet voor iedereen de beste manier. Ik wil graag leren hoe ik een zeer inhoudelijk programma kan bieden op een aansprekende manier voor alle jongeren.’
Is er verschil met de catechisatie die je vroeger zelf volgde?
‘Ik had catechisatie van mijn vader. We lazen een gedeelte uit de Bijbel en hadden daar een gesprek over. Eigenlijk een soort oefening in begrijpend lezen. Zo zien mijn lessen er toch ook vaak uit, al probeer ik wel andere werkvormen te gebruiken. Soms maak ik gebruik van de computer. We kijken filmpjes of maken zelf een fotoreportage.
Ik maak gebruik van het spel Kaarten op tafel voor jongeren, soms is er iemand te gast. Maar het blijft voor mij een uitdaging.’
Zie je een verbinding met belijdenis doen?
‘Het is de geijkte weg. Zo zijn we het gewend van vroeger uit. Vanaf je twaalfde naar catechisatie om dan, als je achttien bent, belijdenis te doen. Ik denk dat veel catecheten merken dat dit nu niet meer zo normaal is. Veel jongeren zitten hun tijd uit, omdat het moet van thuis, en haken af wanneer ze de keuze krijgen. Belijdeniscatechisanten zijn schaars.
Dat lijkt misschien een negatieve ontwikkeling, maar het heeft een positief randje, namelijk dat de jongeren heel bewust zelf een keus maken, zowel voor als tegen. Sommigen stellen de beslissing een paar jaar uit, ook dat is goed – als ze het bewust doen en als er met hen over gesproken wordt.
Ook na het doen van belijdenis zou het onderwijs wat mij betreft door mogen gaan. Niet alleen omdat de kennis van de Bijbel en de traditie tegenvalt, maar ook (en vooral!) omdat de vragen nog lang niet op zijn. Omdat die nooit op zijn. We zeggen vaak dat belijdenis doen niet een eindpunt is maar een begin, een punt op een lange weg die je bewandelt met God. Er valt nog zo veel te leren, zo veel te bespreken. Daar heb je broeders en zusters uit de gemeente bij nodig. Dus laat belijdeniscatechisanten niet los, maar organiseer dat ze ergens terecht kunnen.’
Coosje Haan-de Jong is lid van de NGK Amersfoort-Noord en redacteur van Opbouw.