Waarom zing jij zo blij over Jezus?
2013-01-26
Iedere week fiets ik naar het AZC in Amersfoort. Daar houd ik dan een bijbelclub voor kinderen in een soms veel te kleine en overvolle kamer (in een enkel geval zelfs meteen de slaapkamer voor vijf mensen). Het gaat om heel kleine groepjes, maar het contact is daardoor des te leuker.- Jaargang 57
- nummer 2
Er kan van alles worden gezegd.
Jij bent een knutseloma, zeggen twee meisjes. Ze doen niets liever dan een werkje maken bij het verhaal dat ik vertel. Aan één werkje op een middag heb ik dan gewoon niet genoeg.
Twee andere meisjes zijn juist weer dol op zingen. Ze zingen de liedjes eerst op mijn manier, maar gaan vervolgens als twee operazangeressen zelf melodietjes maken bij de liederen. Het klinkt voortreffelijk. Ik gebruik zelfgemaakte grote liedvellen waar allerlei plaatjes bij zijn geplakt van kinderen uit zo veel mogelijk verschillende culturen. Ik hoop dat ze daarmee het liedje als echt iets van henzelf ervaren. Ieder plaatje moet door één van deze twee meisjes voortdurend worden besproken. ‘Is dat kindje wel lief?
Kan zij al lezen? Die vind ik niet zo mooi! Waarom huilt dat jongetje? Dat kindje is zwart!’ ‘Je mag niet discrimineren’, roept haar moeder nog maar even op de achtergrond.
De vragen en opmerkingen komen soms dwars door de liedjes heen. Het kan, omdat we met zo weinig zitten.
Het mag, omdat het de kleine Sona zo goed doet om alles maar te zeggen en te vragen. Het is wat lastig, omdat ik het liedje tot zijn recht wil laten komen.
Toch blijkt dat laatste niet waar te zijn. Bij de derde clubmiddag zegt ze ineens: ‘Waarom zing jij altijd zo blij over Jezus? Het gaat altijd over Jezus!’ Ik zie nog die aandachtige en verwonderde oogjes voor me en hoor nog die indringende en oprechte vraag. Ze heeft precies opgepikt waar het op zo’n middag om gaat. Een mooiere voorzet voor een gesprekje over geloof en wat geloof voor mij betekent is niet denkbaar.
Haar moeder komt erbij zitten en vertelt veel over haar eigen geloof en cultuur. Ze weet niet hoe ze haar moeiten en vragen bij God mag neerleggen in gebed. Ze kent alleen formuliergebeden. Een persoonlijk gebed voor haar zorgen rond uitwijzing en haar angst voor haar familie is helemaal nieuw voor haar.
Ook hier komt Sona met haar vraagjes een paar keer dwars door het gebed heen. Het ‘ssst’ van haar moeder helpt niet. Maar het leidt in het geheel niet af en het kan ook allemaal, gewoon omdat moeder en dochter zo graag meer van Jezus willen horen. En dat gaat door, ook in die vragen.
Drs. Judith Gerkema-Mudde is kerkelijk werker in de NGK Amersfoort-Noord en betrokken bij toerusting van mantelzorgers.