Bezoekdag . . . . .

1974-02-01
  • Jaargang 18
  • nummer 5
Je was al vroeg naar bed gegaan
Om tijdig op te kunnen staan
Sliep je wel rustig, -- of toch niet
Streed vreugde, toen al met verdriet?

Morgen, ja morgen was de dag
Dat je je meiske fijn weer zag
Ze is zoo blij, met elk bezoek
Verdriet, -- kijkt sluipend om de hoek

Je ging op reis, vol goede moed,
en praatte wat van ,,'t Weer is goed"
Gedachten zijn al ver vooruit
Totdat je ze in je armen sluit.

Wij spelen dan, en maken pret
Zij schatert en geniet,
Van 't lekkers dat werd mee gebracht
Tot dekking van 't verdriet.

Dan ga je weer, zij zwaait je uit
Van achter glazen wand
Je wuift, en wuift, totdat j' alleen nog ziet
Haar kleine, lieve hand.

Je weet niet, wat je zeggen moet
Dus zeg je maar "het weer was goed"
Want in je keel, kropt het verdriet
Maar ach, dat zeg je nu nog niet.

Thuis dank je God, voor Zijn geleide
En voor de vreugde; van die dag
Terwijl het binnen, in je schreide
Maar dat toch niemand aan je zag.

Maar als het nacht geworden is
Dan huil je al je droefheid uit
Totdat de hoorder van het gebed
Met slaap, je droeve ogen sluit



Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief