Boekbesprekingen
1974-02-08
- Jaargang 18
- nummer 6
Het is niet vanzelfsprekend!
Dat ervaart elk mens, wanneer zich plotseling een tegenvaller of een meevaller voordoet. In elk mensenleven komen de ineens afgebroken verhoudingen voor tussen mensen, die zo vanzelfsprekend leken. Soms ontstaat er tussen mensen een harmonische verhouding, terwijl de buitenwacht dacht dat er steeds ruzie was.
Gebruiken wij in zulke situaties, waarin het niet vanzelfsprekende zo duidelijk naar voren komt, niet vaak het woord "God"?
In elk geval houdt de kerk zich - als 't goed is - met de niet vanzelfsprekende mogelijkheden bezig. Het wijzen op dit niet vanzelfsprekende, is de boodschap van de kerk, waardoor de alledaagse dingen in een bepaald perspectief komen te staan. Ja, het is alsof zich in het alledaagse gebeuren ineens nieuwe mogelijkheden voordoen, wanneer wij het leven van alledag zien in het licht van de boodschap van de kerk. En als deze mogelijkheden oplichten, wanneer het woord "God" iets gaat betekenen in het leven en in de verkondiging, dan zijn zonde en schuld geen vanzelfsprekend "noodlot" meer.
Vergeving is verbreking van het noodlottige, het vastgelopene.
Verzoening is, dat het gedane kwaad en de daaraan verbonden schuld van de mens los gemaakt wordt en zelfs te niet gedaan.
Als dit geen vlot uitgesproken woorden of lege hulzen Zijn, maar echt léven, dan komt het mensenleven in een helder perspektief te staan.
Wij zien het! katastrofale van de zonde in ons leven en in de wereldgeschiedenis.
Dit heeft echter niet het laatste woord, wanneer we het tenminste maar niet zien als vanzelfsprekend.
Soms leef je in een ogenschijnlijk vastgelopen situatie. "En dan toch het vertrouwen opbrengen van een verzoening die ver boven de individuele mens, ja, boven de mogelijkheden van heel het mensengeslacht, uitgaat. De plaats waar zoiets verteld kan worden is de kerk."
Dit is een citaat van prof. dr C. A. van Peursen uit zijn boekje "Het is niet vanzelfsprekend". In dit boekje zijn enkele zondagavondlezingen voor de N.C.R.V. over de funktie van de kerk gebundeld.
Ik ga nog even verder met een weergave van enkele van zijn beschouwingen.
Begrippen als vergeving en verzoening moeten in een preek en in onze gesprekken niet als magische formules gehanteerd worden.
Zij moeten verbonden worden met het leven van Jezus Christus in wie deze woorden werkelijkheid werden. Deze verzoening moet in het leven van de mensen funktioneren in het opzoeken van gevangenen, in opheffen van onrechtvaardigheid, in het weer op gang brengen van verbroken relaties en gesprekken.
Dit moet onze visie op de werkelijkheid radikaal maken, d.w.z. zij moet de strukturen van schuld en God-vergetenheid onderkennen.
Dit betekent niet alleen, dat de mens zijn eigen uniciteit gaat ervaren en beleven, maar ook zo positief mogelijk t.o.v. anderen handelt en meer voor hem betekent!
In deze beschouwing speelt Jezus Christus de centrale rol. Ondanks de verschillen in de verhalen rondom de openbaring, verwijzen zij alle naar iets echts, iets werkelijks. Onze woorden schieten hiervoor te kort, omdat het niet alleen maar gaat om een bevrijding van een volk of van de mens. Het gaat om een nog verderreikende bevrijding. Verder dan het vergankeliike leven.
Jezus Christus openbaart in zijn opstanding, dat Hij niet alleen inspireert tot beter handelen en tot vernieuwing van ons leven hier en nu, maar dat hij ook de doodsbarrière doorbrak. De dood is niet een vanzelfsprekend eind; het heeft niet het laatste woord. De opstanding en het geloof in Jezus Christus breken door onze vergankelijkheid heen en door het hier-en-nu-zichtbare.
Dit betekent ook, aat de gelovige kan weten dat een volledige vernieuwing van ons leven, van onze maatschappijstrukturen in het hier en nu onmogelijk is.
God betekent meer aan medemensehjkheid, Jezus Christus is meer dan inspiratie tot vernieuwd optreaen.
Anders gezegd: hoe meer de mensen waarde hechten aan de kerk als sociologische groep, aan een kerkverbano, aan oe kerk als organisatie, deste meer verdwijnt God uit de kerk. Van de weeromstuit praten de mensen wel erg veel over God, maar hun leven is er steeds minder naar.
Capitulatie van de kerk als organisatie, als "macht" is volgens Van Peursen een voorwaarde voor een betere beleving van het religieuze. Ook hier geldt: Wie Zijn kertk als organisatie wil behouden, zal haar verliezen. Daarom kan Van Peursen tot de konklusie komen, dat de kerk een werkwoord is. Dat lijkt vreemd.
Het gaat echter om een gebeuren, - een proces. Het gaat niet om het hebben van een kerk, maar om het met elkaar kerk-zijn.
Hoe moet dit kerk-zijn dan tot uiting komen? Moet de kerkeraad voorop lopen in protestmarsen?
Dit is een zielige opvatting van de kerk.
De kerk is méér, maar een kerk die de "sociale aktie" verwaarloost (bijv. de diakonie) is niet ten volle kerk, Kunnen wij precies uit de doekjes doen, wat het is: ten-volle-kerkzijn.
Nee! Principieel niet. Wij vinden hier bij Van Peursen terug, wat prof. K. J. Popma regelmatig heeft beklemtoond: de kerk is in de wereld en voor de wereld en tegelijk niet van de wereld.
En daarin ligt haar geheimenis en haar kracht en haar inspiratie.
De taak van de kerk is o.a. de ogen van de mensen open houden voor wonderen, d.w.z. voor de signalen van het rijk van God.
Ook al zijn wonderen soms achteraf wetenschappelijk verklaarbaar.
De wetenschap kan ze niet vervangen.
Kort gaf ik enkele gedachten uit Van Peursen's boekje weer. Het is de filosoof en niet de theoloog, die hier spreekt. De schrijver heeft een mooie stijl en een mooi woordgebruik. Geen bonkige gereformeerde taal. Zijn taalgebruik is rank, ook een beetje ijl. Ik kan me voorstellen, dat er lezers zijn, die hem wat vaag vinden en te algemeen. 't Is mooi geformuleerd, maar wat betekent het nauwkeuriger wanneer hij spreekt over het rijk van God, over het gebed, de presentie Gods e.a.?
De schrijver kan dan antwoorden, dat het hem daarover in dit geschrift niet gaat. Ook kunnen dat vragen zijn, die eerder voortkomen uit wantrouwen tegenover een schrijver, dan uit de behoefte eerlijk met hem van gedachten te wisselen, eigen gedachten door die van een ander te laten verrijken en verder te denken.
Dit laatste is naar mijn indruk de bedoeling van Van Peursen's boekje. Het geeft aanleiding tot diskussie en· bezinning.
N.a.v. C. A. van Peursen,
Het is niet vanzelfsprekend
Beschouwingen over de functie van de kerk.
Uitg. J. H. Kok B.V., Kampen 1973.
H.E.S.W.
J. J. Buskes,
"Kort en Goed";
uitgave van Zomer & Keuning, Wageningen;
paperback; prijs f 10,-.
Dit boek van dr Buskes draagt als toelichtende ondertitel: 75 vijfminutentoespraken.
Het zijn, zegt de schrijver zelf, toespraakjes naar aanleiding van een gebeurtenis die mij trof, een boek dat ik las, het heengaan van een mens.
Soms was het zomaar een inval.
De naam "Kort en goed" is niet door de schrijver maar door de uitgever bedacht. Het lijkt me een zinvolle zorg voor “ 's naasten eer en goed gerucht" dat laatste even door te geven.
Het zal duidelijk zijn, dat een weergave van de inhoud tot de onmogelijkheden behoort. We willen wat zaken en zaakjes naar voren brengen, die ons tijdens het lezen hebben getroffen en die ons na het lezen zijn bijgebleven.
Dr Buskes is een dynamisch man, die ons - soms in één en hetzelfde stukje - ontroert en irriteert.
Steeds doet hij ons denken aan de kleuren-t.v. van het eerste uur. Wat zijn de kleuren fel!
Soms verzucht je: Tè fel! Maar aan de andere kant, hoe vaak moet je toegeven dat je nu ziet wat je in "pasteltinten" verborgen zou zijn gebleven!
Kenmerkend is wel de hartstocht van dl' Buskes voor de "underdog" - om 't even of die nu op geestelijk, kerkelijk of maatschappelijk gebied te vinden is; om 't even ook of het om een enkele persoon, een volk of een ras gaat.
In zijn felle inzet voor "het verloren schaap" komt de schrijver telkens tot een zekere agressiviteit jegens de negenennegentig, die "netjes" bij elkaar zijn gebleven.
Wordt een rustig verlopend ordelijk leven niet al te gauw in de hoek van het farizeïsme gezet, althans gesuggereerd? Trekken anderzijds blote armoede en doodgewone simpelheid niet al te vlot de zaligsprekingen van Matth. 5 naar zich toe?
Kritiek is mogelijk. Toch blijft er dwars door alle kritiek heen steeds iets haken. En dat terecht.
Dr Buskes schrijft inderdaad "pakkend". Hij is een man van "Aphorismen", van korte pakkende zinnetjes, die dienst doen in het betoog maar ook een eigen zelfstandig leven leiden. Om een voorbeeld te noemen: ik denk aan het stukje op blz. 18/19. Daar gaat het over de verschillende bekeringswegen - navertelbaar en niet-navertelbaar - die God met een mens kan houden en die soms tegen elkaar worden uitgespeeld.
In dat verband zegt de schrijver: De cipier moet geen vraagteken zetten achter het geloof van Timotheus en Timotheus moet zijn schouders niet ophalen over de bekerlngsgeschiedenis van de cipier. Men leze hierbij even Hand. 16: 19-40 en 2 Tim. 3: 14-15. Door zo'n manier van zeggen onthoud je beter wat je eigenlijk al wist!
In het zojuist genoemde stukje ging het om de bekering. In het voorgaande sprak ik over de bewogenheid van de schrijver met de "underdog", waar die dan ook te vinden mag zijn. Dr Buskes deinst niet terug voor onderwerpen, die de diepste persoonlijkste geloofsbeleving raken, en niet voor plaatsen, waar de mens alléén is voor Gods aangezicht. Anderzijds - we zagen het - zien we die mens ook telkens weer in zijn betrokkenheid op het ganse gebeuren van mensen, volkeren en rassen op dit horizontale aardoppervlak.
We krijgen niet de kans het één voor het ander of het ander voor het één te vergeten.
Het beste komen dr Buskes' felle kleuren tot hun recht in verband met de dingen die inderdaad van absolute betekenis zijn. Dan is het werk van de schrijver geheel in de stijl van het door hem gesiteerde gedicht van Fedde Schurer: Er is behoud voor arme mensenzielen in Christus' kruis... en heel de rest is schijn! (blz. 9).
Lees het boek kritisch. Maar onderzoek ook kritisch uw gevoel van geïrriteerdheid. Soms zijn de kleuren te fel en minder juist gekozen.
Even vaak halen ze onze "pasteltinten" op!
H. Smit