Zondag is Ruud overleden
1974-02-15
Zondag is Ruud overleden.- Jaargang 18
- nummer 7
U kende Ruud niet? Ik ook niet. Maar uit de advertenties kon u Ruud leren kennen. Uit grafschriften en overlijdensadvertenties kunt u veel leren. Loop met vacantie maar elk kerkhofje rond en kijk naar de grafschriften: u proeft hoe de locale sfeer is, hoe het geloofsleven is, hoe de sociale omstandigheden zijn, of er fantasie is, hoe het hart bloeit of onderdrukt wordt, hoe men pronkt met zijn verdriet of zijn verscheurende smart camoufleert. U leert de gestorvenen kennen. U leert hun nabestaanden kennen.
Zo is dat met Ruud. Die is zondag overleden.
Er waren drie advertenties. Eerst het woord aan zijn moeder, zijn zuster en zijn nicht: "Zondag is plotseling van ons heengegaan onze lieve zoon en broer en oom". Dat is nog vrij rustig gezegd. U moogt het geloven of niet geloven; en doe het maar wel.
Dan de advertentie van zijn schoonouders: "Zondag is plotseling overleden onze beste schoonzoon Ruud. Wij zijn hem uitzonderlijk dankbaar voor de liefde, goedheid en vriendschap, die hij ons geschonken heeft". - Dat treft meer, nietwaar? Een dankbetuiging, een uitzonderlijke dankbetuiging van je schoonouders? Ga daar meer aanstaan, vandaag.
Maar de eigenlijke advertentie bewaarde ik nog voor u.
Die luidt: Zomaar ineens kwam er op die fijne en mooie zondag een eind aan het leven van Ruud. Vijftig jaar heeft hij intens geleefd en beleefd. Zijn leven was geven aan blijdschap en wijsheid vanuit een sprankelende levenslust. Ruud was een geweldig mens. Hij was zo'n allerliefste papa van ons en zo'n allerliefste man van mij, die ons steeds omringde met zijn vreugde en liefde.
Wat zullen wij hem missen en met ons zo vele anderen, die zich door hem geleid en gesteund wisten. Nu reeds ervaren wij, hoe hij in ons allen voortleeft.
Dat is een wat ongewone advertentie. En u lette niet op de taalkundige vlekjes (uitgekiend proza kan heel wat minder hartelijk zijn). Maar u ziet in een paar lijnen Ruud getekend. Niet alleen was hij door zijn naaste fami1ie geliefd. Niet alleen waren zijn schoonouders hem zeer dankbaar voor zijn liefde, goedheid en vriendschap. Niet alleen was hij een fijne man en vader ..... zelfs dat komt meer voor. Maar hij was een man, die van zijn blijdschap en wijsheid heeft uitgedeeld, gegeven en geschonken. Zijn motorische kracht, opwellend uit een sprankelende levenslust, had alles uitgestraald, waar zijn omgeving behoefte aan had.
Het is zalig te geven. Zaliger dan te ontvangen. Sommige mensen zijn begiftigd met zoveel overvloedige levenskracht, dat ze altijd maar kunnen blijven geven. Hun energie kan niet op. Nooit zijn ze met zichzelf bezig. Altijd wacht er wel iemand op hun attentie, hun hulp, hun raad, hun kwinkslag. Ze zijn sterren van de eerste grootte. Ze stralen licht uit. Men kijkt naar hen uit, men kijkt hen aan, men kijkt hen na.
En hoe meer ze stralen, hoe lichter ze worden. Hoe meer ze geven, des te rijker ze worden. Salomo zei al zo iets: je kunt zuinig zijn en arm worden - je kunt mild geven en rijk worden. Vijftig jaar intens geleefd. Diezelfde vijftig jaar intens beleefd. Wat een wonder, dat zo'n fel lichtje ineens is uitgebrand. Zo'n accu is plotseling uitgeput.
Op een mooie zondag ging Ruud heen. De dag des Heeren sprak het amen op een schoon leven.
Hoe was hij verder? Een steun voor weduwen? Een raadsman voor wezen? Een helper van de verdrukten? Een verzorger van hongerigen, armen en naakten? Het laat zich wel raden. Dit type mensen loopt altijd tegen krepeergevallen aan, vindt altijd wel een naaste, die mishandeld en beroofd in de berm is achtergelaten. In elk geval was hij een man, waar velen tegen aan geleund hebben; velen, die nu dreigen om te vallen.
Maar er zit meer in dat begrafenisproza. Vijftig jaar ..... kijk eens naar een man van vijftig. Zijn zilveren bruiloft in het zicht? Het mooiste van zijn vrouw afgekeken? "Zit zijn dasje goed, zit zijn jasje goed? Vader gaat op stap." Wat slippertjes achter de rug? Wat verhoudinkjes gehad met secretaressen, buurtjes, vriendinnetjes ..... dat gaat toch zó maar, vandaag? Een kniesoor, die zich daar op doodstaart.
Maar nee. Een gave vrouw, die een prachtig diploma meegeeft aan een gave echtgenoot. Hij heeft haar "omringd" met zijn vreugde en liefde, En omdat hij steeds gaf kwam hij niets te kort. Omdat hij haar steeds omringde kon hij haar nooit ontrouw worden.
En let u ook op zijn kinderen? Twee zoons - ze kunnen zo in de twintig zijn. Onder dienst geweest? Lange haren, slobbertruien, bromfietsen, protesten, bier en drugs? Zal die oude heer hun een zorg zijn?
Hebben zij hem verzocht, hen in de wereld te schoppen? Want zo spreekt toch een groot deel van deze generatie?
Maar nee. Twee jonge kerels, die zijn bloed voeren en die de nagedachtenis van hun vader hoog zullen houden. Echo's geven op zijn blijde levensaccoord. Die straks rechts en links van moeder gaan staan om vader te vervangen en haar te "omringen" met vreugde en liefde.
Die zullen trachten hun vader te laten voortleven in het gezin door zijn werken na te volgen.
Het is een heerlijk ding, als een leven zo wordt afgesloten. En zeg nu niet direct misprijzend: Gods naam wordt heel niet genoemd. De nabestaanden hoeven immers niet "Heere Heere" te zeggen? Maar de tekening van Ruud zou een christenmens niet misstaan. En voor de rest weet ik het niet. Zo min als u.
Ik denk aan een recente begrafenis. Een van onze jonge predikanten.
Dacht u er ook aan? Een kort leven - 45 maar - en toch een volkomen, een voltooid leven. Een man, van wie ook de blijdschap en wijsheid afstraalden. Een man die nooit aan zichzelf - altijd aan anderen dacht. Een geleerd theoloog - maar een kind des koninkrijks.
Een vader, zoals je allemaal had willen hebben. Een man, die stralend over zijn vrouw sprak. Een herder, die altijd achter dwalende schapen aanliep. Een vriend, vol liefde, goedheid en vriendschap. Raadsman voor velen, steun voor ieder die zijn weg kruiste. Een christen die ten volle klopte op het op Gunnink's naam staande adagium: vrolijkorthodox.
God heeft blijmoedige gevers lief. Die zin is niet alleen voor de collecten geschreven - maar voor alle mensen, die geven zaliger achten dan ontvangen. Onze maatschappij heet wel een consumptiemaatschappij.
Bijna ieder geniet, houdt zijn hand op, trekt subsidies, draait zijn knop om en consumeert. Bijna ieder eet te veel, drinkt te veel, snoept te veel, zit te veel, slaapt te veel, is te passief. Weinig mensen is het gegeven aan anderen mee te delen, zich te verteren in naastenliefde, hun moeheid weg te zingen, hun teleurstellingen in kwinkslagen Om te zetten, hun tekorten tot overvloedige goede werken te sublimeren.
Dat zijn stralende sterren in een zeer duistere wereldnacht; verstandigen, die velen tot gerechtigheid hebben gebracht, om met Daniël te spreken.
Daar was eens een man, Job heette hij, die in zijn leven gegeven en geschonken heeft: de ellendige gered heeft, de wees en de hulpeloze gesteund heeft, die het hart van weduwen deed zingen, die zich met gerechtigheid kleedde, die de blinde het licht gaf en de kreupelen voeten schonk, die een vader voor de armen was en het lam uit de muil van de leeuw redde. Zijn nagedachtenis is voor miljoenen tot een zegen.
Er was eens een vrouw, Dorcas heette zij, die overvloedig was in gaven en goede werken. Ze kwam er door in de Bijbel. Ze had weduwen in de kleren gezet en wat ze verder allemaal gedaan heeft laat zich raden als u psalm 146 leest. Want zulke mensen als Job en Dorcas lijken op hun Vader, die verdrukten recht verschaft, die hongerigen brood geeft, die gevangenen in vrijheid stelt, die blinden het licht schenkt, die gebogenen opricht, wees en weduwe op de been houdt.
Kijk. Moet u ook aan al die mooie dingen denken, als u een mooi leven ziet eindigen? Zo'n leven is met een blij accoord afgesloten. De Heere heeft gegeven - want wat kan een mens weggeven dat hij niet eerst ontvangen heeft? De Heere heeft teruggenomen wat Hij tijdelijk aan zijn rentmeesters in bewaring had gegeven. Daarom zij de naam des Heeren geloofd - zodat zelfs uw achterklappers uit uw goede werken moeten erkennen: dat zijn nu net precies de deugden van uw hemelse Vader.
Zo is de nagedachtenis van de rechtvaardige velen tot een zegen.
Ons einde zij gelijk aan het zijne.