AANVAARDING EN GELOOF
1974-02-22
"Een gesloten deur ... een open venster.":- Jaargang 18
- nummer 8
dè zorg voor de geestelijk gehandicapte naaste.
In Johannes 16: 21 staat in de Bijbel: "Een vrouw die baart, heeft droefheid omdat haar uur gekomen is; maar wanneer zij het kind ter wereld heeft gebracht, denkt zij niet meer aan haar benauwdheid, uit vreugde, dat een mens ter wereld gekomen is."
Zonder iets af te doen aan de werkelijke betekenis die Jezus' woorden hadden, moeten we helaas erkennen, dat niet altijd de vreugde over de geboorte van een mens een onverdeelde oudervreugde is.
De vreugde is vaak met smart vermengd omdat een kind geboren is, dat geestelijk gehandicapt blijkt te zijn.
Juist wanneer de ouders gelovig zijn, kan bij hen een zekere vorm van schuld mee gaan spelen bij het tot aanvaarding komen van hun kind.
De vraag die veel ouders zichzelf en de ander angstig stellen, is: "Kan ons kind wel zalig worden?"
Het is me duidelijk geworden, na verschillende gesprekken met ouders, dat de nood op dit gebied nog bijzonder groot is. Iedere geestelijk gehandicapte heeft ook recht op geestelijke verzorging!
Eerlijkheidshalve moet ik zeggen, dat er de laatste iaren meer en meer een lans wordt gebroken voor de integratie van de geestelijk gehandicapte in de kerkelijke gemeenschap. Er worden speciale, aangepaste kerkdiensten gehouden; de mogelijkheden om gedoopt te kunnen worden, Belijdenis te doen en deel te nemen aan het Heilig Avondmaal door de geestelijk gehandicapte, zijn groter geworden.
Waar echter de beginfase is, waar de eerste pastorale zorg moet zijn, namelijk in de tijd dat de ouders het moeilijk hebben met de verwerking dat hun kind ànders is, en zoeken naar mogelijke afwijkingen in hun families, waardoor ze deze handicap zouden kunnen verklaren ... dáár ontbreekt nog zo vaak het belangrijke element: de pastor zelf! (Gemakshalve noem ik de geestelijk verzorger, dominee of ouderling, ook al in verband met het woord "pastorale zorg", pastor in de rest van dit artikel.) Misschien kwam de pastor wel op kraambezoek, maar toonde zich vroom ten opzichte van de handicap: "God heeft u dit wel aangedaan, maar denk er toch aan dat alle dingen mee werken ten goede".
De ouders bleven achter met schreeuwende vragen waarop geen antwoord kwam.
Ze raakten in de knoop met godsdienstige vragen omdat ze het kind niet konden aanvaarden als schepsel, of God niet, als Schepper van dit schepsel.
Natuurlijk hoeft de pastor geen pas-klare antwoorden te geven, maar in een begrijpend luisteren en een vooral aanvankelijk regelmatig contact zou hij de ouders kunnen helpen om op de juiste banen terug te keren. Een gelukkige moeder vertelde me dat zij wel steun had gehad van haar predikant, die haar en haar man had bijgestaan door veel te luisteren, en daarna eens had gezegd: "U moet u niet zo kwellen met gedachten van zelfverwijt; God verlangt niet van ons dat we achteruit zien, maar omhóóg!"
De wetenschap voor de ouders, dat ze niet all één gelaten worden door de pastor en de wijkouderling, maar vooral niet door de kerk, die in haar geheel zou kunnen meeleven, is bemoedigend.
Wanneer de pastor iets van dergelijke problemen, waar de ouders mee worstelen, op de kansel zou laten doorschemeren, dan is al een eerste steun op de moeilijke weg die ze moeten gaan, gegeven.
* De pastor
Een kritiek zou ik dus willen laten horen. Waarom ontbreekt de pastor nog zo veel, juist in die eerste zware tijd, bij de ouders?
Blijkbaar weten sommige predikanten niet hoe ze áán moeten met deze handicap.
Hoe moeten ze troosten zonder dat hun woorden als holle frasen worden opgevat?
In de opleidingen voor de studenten aan de Theologische Hogescholen in Nederland wordt weinig aandacht besteed aan de geloofsproblematiek die samenhangt met de geboorte van een geestelijk gehandicapt kind. Heel erg jammer is dat, en ik dacht dat daar verandering in zou moeten komen.
Een perzisch spreekwoord zegt:
"Drie dingen zijn er, die nooit terugkeren:
de afgeschoten pijl
het gesproken woord
en de verzuimde gelegenheid."
Laten de pastors zich ervan bewust zijn, dat ouders in grote geestelijke nood kunnen verkeren als zij een geestelijk gehandicapt kind hebben gekregen.
Dat zij misschien met grote vraagtekens staan tegenover. het probleem van de euthanasie, juist in verband met hun geloof: want hoe is de wil van God? Kan het Gods wil zijn dat dit kind geboren is? Wat is de zin van dit lijden?
Hoe moeten de ouders dit dragen?
De pastor heeft juist in deze tijd een zeer grote, belangrijke taak.
Weet hij in deze tijd het vertrouwen te winnen van de ouders, dan zal de taak de ouders lichter vallen: er is iemand die naar hen luistert en hen vol vertrouwen doorstuurt naar Iemand.
Hij mag dan wijzen op dat, wat het geloof werkelijk inhoudt en voor hun mag inhouden: "Geloof is: dat God Zijn genade geeft aan hen die op Hem vertrouwen."
* Pastor en arts
Helaas bestaat er nog ontzaglijk weinig samenwerking tussen de pastor enerzijds en de kruisvereniging en de arts anderzijds.
Arts en pastor zouden met elkaar in contact moeten staan wanneer één van beiden te maken heeft met ouders en hun gehandicapte kind. Daardoor zou mijns inziens veel godsdienstig misverstand, later veel opvoedings- en verzorgingsfouten, zelfs veel huwelijksleed voorkomen kunnen worden.
Zowel de arts als de pastor kunnen ieder hun eigen werkterrein houden. Toch zullen de ouders van een pastor iets verwachten, dat een meer totalitair karakter draagt dan dat wat ze van een arts verwachten.
De arts kan door de ouders als een "goede arts" worden gekwalificeerd, wanneer hij zijn vak goed verstaat.
Van een goede pastor wordt geeist of in ieder geval verwacht, dat hij "mens" is en daarom ook "mede-mens". De mede-menselijkheid, het komen op bezoek om éven te praten, kan evangelische waarde in zichzelf hebben. Een gezellig praatje, waaruit medeleven, belangstelling blijkt, kan soms een meer belangrijke funktie hebben dan het uitspreken van bijvoorbeeld een gebed.
Drs Koenen spreekt in zijn vorig jaar uitgekomen boek "Psychiatrie en theologie in gesprek" over de arts-pastor-relatie: "De eigen inbreng van de pastor onder andere deskundigen, die zich ook met de mens bezig houden, is niet zijn groter geloof (waarom zou een dokter hierin minder zijn?) maar zijn schriftgeleerdheid in de wetenschappelijke zin van het woord." Hij zegt vervolgens dat van een pastor in probleemgevallen geen klakkeloos citeren van bijbelteksten mag worden verwacht, maar wel, dat hij aan de bijbelse boodschap recht doet in deze nieuwe - voor de ouders moeilijke - situatie.
Beiden, de arts zowel als de pastor, kunnen dus tegelijkertijd aan het werk gaan bij hetzelfde ouderpaar met hun kind.
Het is te hopen, dat ze elkaar ontmoeten en vinden bij deze ouders met hun geestelijk gehandicapte kind.
Wanneer dit persoonlijke contact op te veel bezwaren zou stuiten in verband met tijdgebrek, de verschillende artsen en predikanten, dan zou ik de mogelijkheid van korte verslagen naar voren willen brengen, van de arts naar de predikant, of van het wijkgebouw naar de predikant, zodat de ouders in ieder geval hun weg niet alleen hoeven te gaan!
Vooral in het begin!