De voorgeschiedenis

1974-02-22
  • Jaargang 18
  • nummer 8
Er is mij "van zeer gewaardeerde zijde" - zo zegt men dat - gevraagd iets te schrijven over het ontstaan en het karakter van ons blad. Ik wil aan dat verzoek graag voldoen omdat ik ten aanzien van "Opbouw" een paar dingen op het hart heb die ik graag kwijt wil. En vooral ook omdat de jongere generatie daarover misschien wel graag geïnformeerd wil worden.
Over de voorgeschiedenis van Opbouw zal ik niet in den brede schrijven.
Die is zo triest dat ik daarover liefst zwijg. Ik zal er daarom alleen zoveel van vertellen als nodig is om mijn verhaal over Opbouw te kunnen volgen.
De voorgangster van Opbouw was De Reformatie. Dat blad verscheen voor het eerst 1 oktober 1920. Ik weet nog als de dag van gisteren dat ik het eerste nummer daarvan in handen kreeg. Het was voor ons jongeren een nieuw geluid van een komende nieuwe lente! In een paar van de eerste nummers schreef Schilder het briljante opstel: Oud en jong in vroeger eeuw. Dat was een openbaring! Velen hebben toen Schilder "ontdekt".
De Reformatie was en is eigendom van de firma Oesterbaan & le Cointre te Goes. De directeur daarvan was lange tijd de heer Smit, de vader van de tegenwoordige. Ik heb aan de heer Smit bizonder fijne herinneringen.
Hij was een man die eerst het Koninkrijk Gods zocht, ook in zijn zaken-doen.
De geschiedenis van de eerste levensjaren van De Reformatie is een zeer bewogene geweest. Veel ruzie, veel narigheld. Ik heb een beschrijving daarvan die door de heer Smit zelf werd vervaardigd! En sinds de jaren dertig was ik er persoonlijk zeer nauw bij betrokken. Het einde van de moeiten was dat Prof. Schilder er redacteur van werd. Twintig jaar heb ik als medewerker met hem in De Reformatie samengewerkt.
Het was een prachtige tijd. Nooit hebben we daarbij ook maar enig conflict gehad! Ik kon zelfs mijn copij altijd rechtstreeks naar de uitgever sturen! Schilder wist heel goed dat ik tegen de wijze waarop hij polemiseerde mijn bezwaar had.
Maar ik waardeerde zijn volstrekte eerlijk!heid en zijn ten volle toegewijd zijn aan "De Zaak". Nooit heb ik hem op een listigheid, slimmigheid of polibleke handigheid betrapt.
Schilder wilde graag hoogleraar worden - daar kwam hij onder vrienden rond voor uit! Toen de opvolging van prof. Honig in 't zicht kwam raakte hij in een scherpe polemiek f9et heel de leidende top van de toenmalige gereformeerde wereld over de z.g. "Calvinistenbond".
Ik zei toen eens tegen hem: Je riskeert daarmee je professoraat!
Zijn antwoord was: Liever catechiseren in de Bosch polderkerk (in Delfshaven) ad calendas Graecasdat wil zoveel zeggen als: tot mijn emeritaat - dan niet te zeggen wat ik meen te moeten zeggen!
Zo was Schilder, Hij heeft nooit geknoeid.
Zijn "ja" was "ja", en zijn "neen", "neen".
Na Schilder's dood en die van Holwerda, werden de drie overblijvende Kamper proffen (Deddens, Jager, Veenhof), Ds v. d. Born en P. Groen - redacteuren. Ook tussen hen is nooit énige moeite gerezen. De samenwerking was zo goed als die onder mensen maar zijn kan!
Wel kwamen toen steeds moeilijkheden met de Uitgever. of, juister gezegd, met de gevolmachtigde van de Uitgever voor wat de Reformatie betreft. Het was deze niet mogelijk de bevoegdheden en de rechten van een redactie te eerbiedigen.
Meermalen interveniëerde hij in het redactioneel beleid. En in verband daarmee rezen telkens moeilijkheden.
Na enkele jaren traden prof. Deddens en ds v. d. Born om gezondheidsredenen uit de redactie. De overgebleven redacteuren wilden toen dat de twee andere hoogleraren van "Kampen" - nl. Doekes en H. J. Schilder in de redactie zouden worden opgenomen. Zij dachten daarbij aan een door Schilder tellkens geuite vermaning: Jongens, als het in "Kampen" mis gaat, gaat het ook in de kerken mis! Daarom wilden we alle proffen in de redactie hebben. We deden dat ook om de - goede - "pluriformiteit" in kerk, school en krant te honoreren!
Na veel moeite kregen we de zaak voor elkaar! Het artikel waarin de nieuwe redactie zäch presenteerde was gezet! Maar op het laatste moment kreeg één hoogleraar bezwaar in deze combinatie te treden. De overigen schreven toen aan de Uitgever dat zij deze gang van zaken zeer betreurden, maar dat ze bereid waren toch met z'n vieren de redactie te voeren. Het antwoord was een collectief ontslag van de gehele redaktie! Ondergetekende kreeg bij de ontslagbrief een apart briefje met het. verzoek in een door de uitgever te benoemen nieuwe redaktie zitting te nemen. Hetgeen deze uiteraard weigerde.
Met een zucht van verlichting raakte ik zo het redakteurschap van De Reformatie kwijt.
Ik had dat nooit gezocht en de voorbije jaren waren erg verdrietig geweest.
Uit een zeker plichtsbesef had ik niet willen bedanken als redakteur.
Maar nu ik het - ondanks mijzelf - kwijt was voelde ik mij opgelucht. En meermalen heb ik in di·e dagen gezegd: Nóóit meer redakteur van een weekblad!
Tot zover deze week!



P.S. Ik schrijf dit artikeltje in plaats van mijn stukje "Wie doet er mee?". Ik heb, gelukkig, weer heel wat te verantwoorden! Maar ik schrijf dit niet in Kampen en daarom heb ik de gegevens niet bij de hand. Dus: even geduld. Mijn gironummer is nog steeds 817419.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief