Is uw vrouw ook tevreden?

1974-03-01
  • Jaargang 18
  • nummer 9
In aansluiting op de onlangs gepriemde vraag: of u tevreden bent, past nu een tweede vraag. Is uw vrouw ook tevreden? Tevreden met haar deel van de gezinsinkomsten? Tevreden dus met de wijze, waarop ze zichzelf kan zijn?

De schrijfster Emmy Overeem stelde in het Algemeen Handelsblad, dat we niet onze vrouwen alleen de lasten moeten laten dragen, wanneer de tering naar de nering moet worden gezet. Dat is natuurlijk wat overdreven gezegd. Maar ze bedoelde kennelijk: dat we onze vrouwen geen onevenredig deel van de versobering op de schouders moeten leggen. Ze goochelde met gegevens als: "Zolang wij dooie slaapwijken blijven bouwen en een maatschappij structuur in stand houden, die de taken binnen het gezin op een negentiende-eeuwse manier verdeeld houdt, zullen compensaties nodig zijn; vooral ook als door economische pressie de spanningen binnen het gezin groter worden en de druk op de vrouw dus sterker".

Verder. "Man en kinderen krijgen straks niet meer zo veel als ze gewerd waren, en er zal vaker nee moeten worden verkocht op consumptieve wensen binnen het gezin. Tegen wie wordt dan gekankerd en waar wordt met de deuren geslagen? Juist".

"Gemeenschappelijke lasten moeten dus eerlijk worden verdeeld. De vrouw heeft evenveel recht op een uitlaatklep als de overige gezinsleden.
De traditionele neiging om zich op te offeren voor man en kroost is hier niet op zijn plaats".

Alstublieft, dat was dat. Deze schrijfster is zich diep van haar vrouwzijn bewust en wil dat wel weten ook. Knap is dan ook het slot van haar artikel, waarin ze zegt niet klaar te zijn, maar dat ook haar weer tekort wordt gedaan door ruimtegebrek!

Toch kunnen we ons van het vraagstuk van het geldgebruik binnen het gezin niet afmaken met een traditionele verwijzing: het zijn ook mensen van God noch Gebod. Wat de niet-christelijke pers aan de orde stelt mocht in de christelijke pers eigenlijk wel zijn opgelost, vindt u niet? Willen christenen in dit postchristelijke tijdperk nog als lichten fungeren, dan moeten ze niet wachten of er licht uit de duisternis tot hen doordringt; beter kunnen zij zelf dat licht in de duistere wereld laten schijnen.

Welnu. Dan komt hier de vraag in tweede versie: is uw vrouw tevreden met haar deel van het gezinsinkomen? Er wordt niet gevraagd: heeft zij een inschikkelijk karakter en vraagt ze weinig of niets voor zichzelf? Maar er wordt gevraagd: kan zij zich ook een beetje redden van haar eigen middelen?

Aan onze kinderen geven wij toch al vroeg wat zakgeld; om hun te leren wat de waarde van geld is. Om bij hen enige zelfstandigheid te kweken in financiële beslissingen. Ook om hen in staat te stellen soms een rouwkoopje te maken - soms iets goeds te doen voor een ander.

Weet u nog van uw eerste zelfverdiende centjes? Weet u nog hoe uw zakgeld werd besteed? Hoe daar een karakter openbaar werd: alleen door het neertellen van uw bloedeigen geldje? Hoe u zich vóelde?
Welnu. Het mag dan overdreven zijn om, bij komende versobering, als eerste de vrouw te laten kermen. Aan de andere kant is de "vraag zelf wel gewettigd: moet de versobering dan eerst, of alleen, op de vrouw neerkomen? Antwoord: nee die versobering moet gelijkelijk worden gedeeld door het hele gezin. Uiteraard. Maar dan is het vandaag wel tijd om na te gaan: kan op het inkomen van Moeder eigenlijk wel bezuinigd worden? Hád zij eigenlijk wel enig inkomen?

Dat zijn gemene vraagjes. Ik voel me schuldig tegenover die beste broeders, die nu al naar hun ballpoint grijpen. Niet schieten, heren.
Ik voel me een tikje de verrader van hun mannelijke geheimpjes; evenzeer de onbetaalde advocaat van onze lieve zusters, die dit alles al veel eerder onder woorden hadden willen zien brengen. Toch spaar uw postzegels (veel kleintjes maken een grote bos bloemen voor uw vrouw) en luister nog even verder.

Twee en zestig procent van de engelse vrouwen weet niet eens wat :haar mannen verdienen. Laten we hopen dat 62% der nederlandse huisvrouwen beter op de hoogte is. Want hoe kunnen ze economisch werken, wanneer ze niet eens de grenzen van haar economisch arbeidsveld overzien?

U zult zeggen: bij ons is het hele inkomen voor moeder-de-vrouw. Jawel, een dooddoener. Als dat waar was heeft ze ook alle bestedingszorgen helemaal alleen. Dan kwam vaderman er met zijn zakcentje gemakkelijk van af: hij het werk - en zij de zorgen. Maar zo is het waarschijnlijk niet. Als regel houdt de man de grote uitgaven (huur, aflossing, etcetra, telefoon en zo) voor zijn rekening; moeder krijgt een bedrag, waaruit ze de huishoudgelden moet putten; en wat daar tussen in zit blijft in vaders broekzak hangen. Maar betekent dit, dat moeder haar "speldegeld" op het eten en de andere huishoudelijke uitgaven moet afknijpen? Dan voelt ze zich zoiets als de dief in eigen huis!

Een vrouw, die zichzelf, wil zijn, zal toch over enige middelen moeten beschikken, hoe bescheiden ook. Ze zal voor haar ontwikkeling moeten zorgen door enkele zelfgekozen abonnementen. Ze zal eens een cursus willen volgen. Lid zijn van een vrouwenvereniging, een excursie mee kunnen maken, een kapper en een opknappertje kunnen betalen.
En als ze dan eens graag iets voor haar zelf wil hebben? Moet ze dat niet zelf kunnen kopen?

Vandaag kunnen veel vrouwen een eigen baan hebben: eigen inkomsten verwerven in thuiswerk of in een gedeeltelijke baan buitenshuis.
Daar is het probleem al een stuk teruggebracht; want de vraag luidt nu: kan ze haar zelfverdiende loon helemaal houden (na haar deel aan de fiscus te hebben afgedragen) of helpt ze mee het gezin te onderhouden?
En het antwoord op die vraag helpt ze zelf geven.

Maar in die gezinnen, waar moeder-de-vrouw geen baantje kan hebben, dat haar inkomsten verschaft? Waar koopt ze dan haar benodigde kleinigheden van? Zelfs onze vroegere ridders (nu ja ... ridders) waren zo ridderlijk,dat ze hun ega's enig "speldegeld" toevertrouwden: een kleinigheid, als beloning dat ze haar gewaden zelf wrochtten. Maar de job, die algemeen als het moeilijkste beroep ter wereld geldt, die van huisvrouw namelijk, hoe wordt die eigenlijk gehonoreerd?

U zult zeggen: moeder-de-vrouw is onbetaalbaar. Accoord. Toch ...
begint u maar vast met betalen, dan ziet u straks wel, in hoever u niet aan uw verplichtingen kunt voldoen. En als u daar nooit over nagedacht hebt - doe het dan nu eens: àls moeder-de-vrouw morgen zou uitvallen, wat kost u het huishouden dan meer? Huishoudsters werken niet voor niets. En meestal niet zonder hulp voor het ruwe werk. En dan de sociale lasten. En de vrije dagen. En de rest. Nee, dan kunt u beter gauw een ruim inkomen voor moeder-de-vrouw uittrekken en haar op de been houden.

Wanneer Emmy Overeem spreekt over negentiende-eeuwse taakverdeling in het gezin, dan bedoelt ze kennelijk: vader voor het werk en het uitgaan - moeder voor het krijgen en opvoeden van veertien kinderen.
Dat is natuurlijk een verdeling; zij het geen billijke en dies geen aanvaardbare. Die onbillijkheid viel niet zo zeer op, toen moeder met veertien kinderen de handen vol had. Maar met de huidige twee kinderen zit ze al gauw met lege handen. Dan is de onbillijkheid onontkoombaar.
In jagerskringen doet - wanneer de heren na een zware jachtdag gezellig dineren - de uitspraak opgeld: als we niet zulke zuinige huisvrouwen hadden, konden wij het niet zo lekker over de balk gooien!

Daarmee is spelenderwijze uitgesproken: dat onze vrouwen dezelfde rechten op een deel van de gezinsinkomsten !hebben als wij mannen., Dat ze een extraatje, een erfenisje, voor zichzelf mogen houden, De vrouw liep vroeger een halve stap achter de man aan; in Zeeland, Staphorst en op Urk schijnt dat nog voor te komen. Maar dat kan geacht worden verleden tijd te zijn, Als we even indutten loopt de vrouw een halve pas voor ons uit. Wacht even ... dóet ze dat al niet?
Ze is er trouwens pienter genoeg voor, ons onze beslissingen te laten nemen. (Vandaar waarschijnlijk, dat steeds meer kerken aan de vrouw hetzelfde actieve stemrecht verlenen, dat de mannen eeuwenlang voor
henzelf reserveerden. Het wachten is nu nog op het passieve stemrecht.)

En zo is dat met de eigen inkomsten. Geven we onze vrouwen haar deel, dan profiteren wij daar zelf in hoge mate van: onze vrouwen zijn tevreden en zijn daarmee nog meer waard dan toch al. Onthouden we !haar daarentegen haar deel, dan komt dat op ons eigen hoofd terug: ze zijn chagrijnig als ze telkens haar hand moeten ophouden - of voelen zich gedwongen aan "spaarzegels" en andere kruimeldiefstallen haar zakgeld te bemachtigen.

De psychologie leert ons trouwens (maar wat hier verder volgt is alleen voor mannen): dat de ziekelijke koopzucht een soort compensatie voor de vrouw betekent. Verwaarloosde vrouwen kopen meer goederen, tegen duurder prijzen, dan tevreden vrouwen. Een duitse enquête wees uit: dat vrouwen zich niet slechts troosten met het doen van inkopen, maar dat ze hierin ook wraak nemen op haar mannen, die haar emotioneel verwaarlozen.

Ook hier gaat Salomo's wijsheid op: dat je iemand tekort kunt doen en daar zelf schade van lijdt; of mild kunt geven en daar wel bij vaart.

Lemuel zei het nog veel schoner, in Spreuken 31. Dat is de lofzang op de degelijke huisvrouw. Tussen haakjes, mannen broeders, een tip onder ons: leest u dat hoofdstuk maar aan tafel op de verjaardag van uw vrouw; het zal haar geen kwaad doen.

De waarde van de degelijke huisvrouw is ver boven die van robijnen.
Het hart van haar man vertrouwt op haar. Daarom ontbreekt hem niets. Zij doet hem immers goed en geen kwaad, al de jaren van haar leven.

Zij zoekt wol en vlas en werkt met vaardige handen. Ze is als de koopvaardijschepen: ze laat haar spijze van verre komen. Ze staat op als het nog nacht is en haar lampje brandt nog, wanneer ieder naar bed gaat.

Ze denkt over een akker. . . en ze krijgt hem ook. Van de opbrengst van haar handen plant ze een wijngaard: ze brengt haar huis vol weelde. Ze omgordt haar lendenen met kracht en ze versterkt haar armen. Ze steekt haar hand uit naar de weversspoel en haar handen vatten het spinnewiel.

Ze bemerkt dat haar koophandel gedijt ... jawel, een goede huisvrouw weet van zaken doen. Je kunt haar om een boodschap sturen.

Ze breidt haar hand uit tot de ellendige en steekt haar handen uit naar de nooddruftige ... jawel, ze zorgt ook buitenshuis.

Ze maakt tapijten; haar kleding is fijn linnen en purper. Ze maakt lijnwaad en verkoopt het. Ze levert de koopman geborduurde gordels.
En daarom - zegt Lemuel - "geef haar van de vrucht van haar handen".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief