Geliefde ongelovige
2005-05-20
Ooit, nog vóórdat ik tien jaar terug predikant werd, trouwde een nichtje van mij. Met een ongelovige jongen.- Jaargang 49
- nummer 10
Ondanks alle handgranaten én fluwelen strikken waarmee hun relatie vanuit de familie en de gemeente werd bewerkt. Zij zette haar zin door. Dat verbaasde me niet: Pluggen zijn eigenwijs, en verliefde Pluggen nog meer.
Wat me wél verbaasde is dat er op de zondag na dit huwelijk geen voorbede plaatsvond. Dat lukte onze predikant niet. Daarvoor was hij te verlegen met de situatie.
Een ongeoorloofde verbintenis, hoe kun je daarover Gods zegenrijke aanwezigheid afbidden? Het verbaast me nog steeds. Ik snap de verlegenheid wel. Maar als er ooit dringend om zegen gesmeekt zou moeten worden, dan toch veel meer over dit ene verdwaalde huwelijk dan over de 99 die geen inkeer nodig hebben? Waar zou de ondersteuning van God en van zijn gemeente eerder nodig zijn dan hier?
Aldus het begin van een artikel van de Rotterdamse ds J. Plug in De Reformatie van 9 april. Partnerkeus, gezinsvorming: ook in GKV-kring is het leven kennelijk sterker dan de leer. En dus sta je dan als kerk voor een probleem.
Plug treedt de werkelijkheid met open vizier tegemoet:
‘Gemengde’ relaties. De kerk is er verlegen mee. Niet omdat de Bijbelse norm onduidelijk is. Je bent vrij om te trouwen, maar ‘in de Heer’, 1 Cor.
7:39. ‘Loop niet in één en hetzelfde span met ongelovigen’, 2 Cor. 6:14.
Dat zegt Gods Woord. Dáárom vindt de kerk er iets van, wanneer een gemengde relatie ontstaat. Omdat de kerk recht wil doen aan wat God zelf zegt. Duidelijk. Maar de verlegenheid zit ‘m hierin: de kerk is vooral gericht op het voorkómen, en onvoldoende op de werkelijkheid dat zulke relaties tóch ontstaan. En wat dan?
Die werkelijkheid wordt - denk iksteeds dringender. En zoals vaker: de stadsgemeente gaat het voorhoedegevecht aan. Grenzen tussen kerk en wereld zijn in de stad minder vanzelfsprekend.
In ieder geval minder gemakkelijk in stand te houden. De - vaak jongere en goed opgeleide - leden van een stadsgemeente laten zich minder gelegen liggen aan het gewicht van gezag en zijn minder vatbaar voor sociale controle.
Ze handelen met grotere autonomie.
Ze maken hun keuzes en ze leven met de gevolgen daarvan soms maandenlang buiten zicht van zelfs de naaste familie, Iaat staan de gemeente.
Een relatie kan al lang een onontkoombare werkelijkheid geworden zijn als de kerk eindelijk in beeld komt.
En het kan dan knap lastig worden.
Om als kerk eerlijk en beslist te staan voor de Bijbelse norm. En tegelijk zegenrijk, bevestigend, corrigerend en opbouwend namens God aanwezig in een relatie die van de norm afwijkt.
Toch kan het wel. En wanneer je als kerk en gemeentelid het station van afkeuring en afweer voorbij weet te komen, dan blijkt de behoefte aan en ruimte voor die geestelijke ondersteuning er wel degelijk te zijn.
We hebben in Rotterdam-Stad het initiatief genomen om een relatiecursus aan te bieden. Laagdrempelig en vrij toegankelijk voor ongehuwde en pasgehuwde stelletjes. Met een speciale uitnodiging voor mensen in een gemengde relatie. Als ‘pilot’: want we hadden geen idee of er interesse voor zou zijn. Kleinschalig: vier gespreksavonden bij ons in de huiskamer.
Negen stelletjes draaien mee. Maar we weten nu al dat er een herhaling zat moeten komen: er waren meer aanmeldingen dan we konden plaatsen.
En het is een gevarieerd gezelschap.
Van alles: tot en met Jan die absoluut en beslist niets gelooft van de christelijke boodschap en Marjan die zich het leven zonder God niet zou kunnen voorstellen, maar die tóch over een paar weken met Jan gaat trouwen. Of Gera die als tiener overtuigd christen werd en altijd gebleven is, maar desondanks nu al drie jaar samenwoont met Sjaak. () Het is een bijzondere ontdekkingsreis; niet in het minst voor ons als predikantenechtpaar.
Om de verlegenheid voorbij te komen, de nuanceringen te ontdekken, en een vruchtbare omgang te ontwikkelen met deze gemengde relaties - die nou eenmaal bestaan.
Een ‘ongelijk span’: voor ons aanleiding tot zorg, maar opvallend genoeg volgens sommigen één van de oorzaken van de snelle groei van de oude kerk. Destijds was men niet zo bang dat een christen-meisje in een relatie met een niet-christelijke man het geloof zou kwijtraken. Juist gemengde huwelijken zouden sterk hebben bijgedragen tot de opkomst van het christendom (Rodney Stark, De eerste eeuwen, blz 120-124).
Nog één keer Plug:
O ja: hoe is het met dat huwelijk zonder voorbede afgelopen? Niet goed.
Binnen een paar jaar liep het op een scheiding uit. Waarbij aangetekend: de ongelovige jongen is tot geloof gekomen en werd zelfs voorganger in een evangelische gemeente. Mijn nichtje heeft de kerk verlaten en is opnieuw getrouwd. Leeft, voorzover ik weet, nu in een stabiel en gelukkig huwelijk. Met iemand die God niet kent. Het kan verkeren.