Een "Persvereniging"

1974-03-01
  • Jaargang 18
  • nummer 9
Zoals ik vorige week schreef was ik in een bepaald opzicht blij met mijn ontslag als redacteur van De Reformatie.
In de eerste plaats omdat het werken daaraan mij gedurende de jaren 1952-'56 veel ellende veroorzaakte.
Maar ook omdat mijn éérste taak, vooral ook na het sterven van Schilder, alle tijd en krachten vergde.
Een christen gaat evenwel niet altijd de weg op waaraan hij de voorkeur geeft. Zelfs meestal niet!
Na de misere met De Reformatie werd er van allerlei kant op aangedrongen dat er een nieuw weekblad zou worden Uitgegeven waarin het werk van De Reformatie, zoals dat onder de ontslagen redaktie was verricht, zou worden voortgezet.
Nu ik hierover schrijf denk ik vooral aan twee broeders zonder wie het nooit tot een uitgave van "Opbouw" zou gekomen zijn. Ik bedoel P. Groen en Jac. G. van Oord. Ik beschouw het als een groot geschenk van God dat ik deze beide bizondere mannen tot mijn intieme vrienden heb mogen rekenen! Het waren zakenlieden van uitzonderlijk formaat.
Ze waren beide "klein" begonnen maar daarin zeer "groot" geworden.
De "zaak des Heren" was evenwel in hun leven en arbeid voluit nummer één. Ik heb ze dikwijls bewonderd als ik ze bezig zag in "de dingen des Heren". Terwijl de leiding van hun bedrijf in de moeilijke jaren vlak na de oorlog feitelijk al hun tijd en energie opeiste was geen moeite hun te veel als het ging om de zaak van Christus' rijk en kerk. En welk een ellende, miskenning en verdriet ze daarbij ook ondervonden, ze zetten door en bleven doen wat naar hun innige overtuiging God van hen vree.
Groen was de initiator en stuwende kracht van de vernieuwde bezinning en activiteit op sociaal-economisch gebied in de gereformeerde wereld.
En Van Oord gaf weer vorm aan het werk van de jeugdverenigingen. Het is vooral aan het doorzettingsvermogen en organisatietalent van deze mannen te danken dat "Opbouw' het levenslicht zag.
Bij de bespreking van de oprichting van het nieuwe weekblad stond voor alle daarbij betrokkenen één ding vast: Dit blad mag niet het eigendom worden van een uitgever.
We hadden de ellende daarvan aan den lijve gevoeld!
Ik heb in die dagen meermalen gewezen op Kuyper en Sikkel.
Deze waren er diep van overtuigd dat een blad met een principiële doelstelling nooit eigendom kàn en màg zijn van een uitgever. Natuurlijk heeft een uitgever het volste recht om een dergeIij1k blad te exploiteren.
Vaak zal hij dat ook uit ideële motieven doen. Maar hij is ten slotte de "baas" van zijn blad.
En hij - hij alleen - benoemt en ontslaat Uiteindelijk de redacteuren ervan. En zijn blad is uiteraard een winstobject voor hem. In ieder geval een object waaraan hij niet permanent geld moet bijpassen.
Kuyper en Sikkel waren daarom steeds volledig "baas" over de door hen geredigeerde bladen. Meestal leverde de exploitatie daarvan stevige tekorten op. Mannen als Groen van Prinsterer, Hovy en Sanders hebben kapitalen geofferd om Kuyper zijn "Standaard" te laten behouden.
En Kuyper zelf heeft er ook voor duizenden "schade" aan geleden.
Derhalve: geen blad van een uitgever.
Maar ook geen blad van een "Stichting"!
Want een Stichting is een raar ding.
Een Stichting betekent dat een klein groepje mensen zichzelf opwerpt om een zaak ter hand te nemen. Ze doen dat naar eigen believen. Het geld dat ze voor het werk van de Stichting ontvangen is in feite hun eigendom.
En ze nemen in het bestuur van m'n Stichting alleen mensen op die hèn liggen. Leden heeft een Stichting niet.
Daarom werd besloten dat er een "vereniging" zou worden opgericht "een persvereniging" met een bestuur en leden, die het blad zou uitgeven en daarvan ten volle "eigenares" zou zijn.
Een goed voorbeeld van zo'n persvereniging is die welke het "Friesch Dagblad" uitgeeft. Omdat dat Dagblad van zo'n vereniging uitging - althans méé daarom kon het in de bezettingstijd zo'n fiere houding aannemen. Het kwam niet in de verzoeking om "om den brode" zich naar de bezetter te schikken! En toen het blad niet meer schrijven mocht wat het meende te moeten schrijven, staakte die "persvereniging" de uitgave ervan!
Tot grote woede van de moffen.
Onlangs hebben we zelfs het wonder beleefd dat deze persvereniging een renteloze lening bijeenbracht van meer dan een miljoen gulden voor het bouwen van een geheel nieuwe drukkerij! Zonder twijfel is deze organisatie van het blad er één van de oorzaken van dat het F.D. zich als enige van de vele positiefchristelijke regionale dagbladen heeft kunnen handhaven. 1) De "Persvereniging Opbouw" werd in 1956 voorspoedig geboren. Met groot enthousiasme werden velen lid. Er werd een flink kapitaal bij elkaar gebracht om te kunnen starten.
Waar dat precies vandaan kwam ben ik nooit goed aan de weet gekomen.
Ik heb er wel enig vermoeden van! De drukker werd de firma Steenbergen, die dat - om het nog maar eens te zeggen - op zeer voordelige condities wilde doen! En dat sindsdien steeds heeft gedaan.
En zo verscheen op 22 maart 1957 'het eerste nummer van "Opbouw" !


1) Als" Trouw" eens probeerde een renteloze lening van tien miljoen te krijgen in plaats van om een subsidie te bedelen bij "de Staat"!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief